Kinderalimentatie. Ontvankelijkheid van het hoger beroep, (geen) overschrijding termijn, artikel 806 en 805 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 806 Rv
Genoemd in 168 uitspraken · Officiële wettekst
168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
benoeming voogdes ontvankelijkheid hoger beroep nieuwe echtgenote vader
Zowel inleidend verzoekschrift als de beschikking wel verzonden, maar de beschikking van december 2009 niet op voorgeschreven wijze (aangetekend). In dat geval is art. 806 lid 1 onder b van toepassing. Man derhalve ontvankelijk in zijn op 23 april 2010 ingesteld hoger beroep.
Beschikking vermelde verschillende data waarop deze (mogelijk) gegeven zou zijn. Het leek er op dat het hoger beroep niet tijdig was ingediend. Het na de zitting toegestuurde proces-verbaal en de door de rechtbank verstrekte informatie verschafte onvoldoelde duidelijkheid. Alsnog
Beschikking Rechtbank niet op juiste wijze verzonden. Art. 291 en 272 Rv. Moeder ontvankelijk in haar beroep.
Hoger beroep grootmoeder: in dit geval niet-ontvankelijk: (ook) geen belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv., nu er geen sprake is van family-life tussen de minderjarige en de grootmoeder.
Toerekening van niet ontvangen afschrift van het verzoekschrift in eerste aanleg. Risico niet-informeren van het GBA door appellant. Appel te laat ingesteld.
Verzoek moeder haar te belasten met gezag over kind dat onder voogdij van de stichtiing staat en verzoek van de stichting toestemming te verlenen voor verhuizing kind met de pleegouders naar Frankrijk.
Betekening oproep in Oostenrijk. Artikel 806 Rv. Appel niet tijdig ingesteld.
.
Appeltermijn. Artikel 806 Rv. Het hoger beroep is te laat ingediend.
Bewindvoering: Ontvankelijkheid hoger beroep broer, terwijl betrokkene een levenspartner heeft. Broer in hoger beroep niet-ontvankelijk, gelet op het bepaalde in artikel 798 (lid en 2) Rv. (Dezelfde beslissing met betrekking tot mentorschap tussen dezelfde partijen op dezelfde da
14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/019HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
28 november 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/009HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides, t e g e n 1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Rotterdam, 2. DE WILL
-
-
-