Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 806 Rv
Genoemd in 168 uitspraken · Officiële wettekst
168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Artikel 1:24 BW. Verbetering/aanvulling akte van geboorte in de registers van de burgerlijke stand.
Moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep; is geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Door voogdij-overdracht worden haar rechten en verplichtingen niet rechtstreeks geraakt.
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Artikel 1:207 BW. Ontvankelijkheid. Wie zijn ingevolge artikel 798 Rv belanghebbenden en dus ontvankelijk in hoger beroep? Aansluiting wordt gezocht bij het Procesreglement overige (Boek 1) zaken. Op grond daarvan zijn, indien het verzoek betrekking heeft op een overleden man, zi
Personen- en familierecht, procesrecht. Beschermingsbewind. Vermogen van de man onder bewind gesteld. Kantonrechter verleent machtiging aan bewindvoerder om accountant in te schakelen. Is echtgenote ontvankelijk in hoger beroep tegen beschikking kantonrechter? Begrip 'belanghebbe
erfrechtzaak: verzet tegen uitdelingslijst gegrond verklaard vanwege veel onregelmatigheden omtrent de nalatenschap van erflater (artikel 4:218 lid 3 BW)
Procesrecht. Aanvang, lengte en einde van rechtsmiddeltermijnen (art. 339 lid 1, 358 lid 2, 402 lid 1 en 426 lid 1 Rv).
Verlenging ondertoezichtstelling. Ouder zonder gezag geen belanghebbende. Volgorde indienen verzoek tot verlenging.
Verlenging uithuisplaatsing. Afwijzing verzoek contra expertise ex artikel 810a Rv. Belanghebbendenbegrip artikel 798 Rv.
Verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap (art. 1:200 BW) en tot vaststelling vaderschap van een ander (art. 1:207 BW). Kring van belanghebbenden en recht van hoger beroep van broer of zuster; art. 358, 798 en 806 Rv. Procesreglement overige (Boek 1) zaken (Stcrt 2005,
In de procedure in hoger beroep strekkende tot wijziging van de voogdij over een minderjarige – de ouders verzoeken de stichting te benoemen tot voogdes over de minderjarige in plaats van de pleegmoeder – wordt de moeder, die is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjari
Wanneer juist is dat de rechtbank geen afschrift van de beschikking naar de vrouw heeft gestuurd, dan is dat in strijd met de wet, maar op grond van hetgeen het hof voorts overweegt had de vrouw desondanks tijdig in beroep kunnen komen en haar hoger beroep dan ook moet worden afg
11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende beslissing door de kinderrechter en over een voorwaardelijk nieuw verzoek tot ondertoez
Handlichting verleend ondanks ontbreken instemming ouders.
“Bekrachtiging bestreden beschikking. De door de moeder gegeven (voorwaardelijke) vervangende toestemming voor erkenning minderjarige door niet-verwekker is ongeldig en de door de niet-verwekker gedane erkenning minderjarige is van rechtswege nietig”.
Belanghebbende in hoger beroep.
Afwijzing handlichting.
handlichting minderjarige
Grootmoeder die belast is met de voogdij over de minderjarige nadat de moeder is overleden, is belanghebbende in de procedure waarin de vader verzoekt om vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige.
De vader speelt een zodanige summiere rol in het leven van de kinderen dat er niet kan worden gesproken van een procedure waarbij inbreuk wordt gemaakt op dit ‘family life’ zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. De rechtbank heeft de vader terecht als informant aangemerkt. Hij kan daar
De moeder is belanghebbende bij de door de rechtbank in behandeling genomen informele aanvraag van de minderjarige en zij kan worden ontvangen in haar hoger beroep. De uitzonderingssituatie van artikel 7 lid 1 HKV 1996 doet zich hier voor, zodat het hof de Nederlandse rechter onb
handlichting minderjarige
niet-gezaghebbende vader heeft geen belang bij de verlenging van een uithuisplaatsing.