Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde instelling (art. 1:263 BW en art. 1:265f BW) tot beperking contact tussen met gezag belaste ouder en minderjarige. Toepasselijkheid HR 25 apr
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 800 Rv
Genoemd in 157 uitspraken · Officiële wettekst
157 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. W. Taekema, thans mr. J.G. Pherai, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG ZEELAND, voorh
Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of vakanti
Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Belanghebbenden. Artikel 798 lid 2 Rv van toepassing? Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv van toepassing? Kan rechter toestemming verlenen op voet van art. 8
Wvggz. Zorgmachtiging. Motivering oordeel dat er aanzienlijk risico voor een ander is op ernstige psychische schade (art. 2:1 lid 6 Wvggz).
Voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging uithuisplaatsing. IPR. Bevoegdheid Nederlandse rechter ontleend aan 11 HKBV 1996 (spoedeisende gevallen). Nederlands recht van toepassing o.g.v. 15 lid 1 HKBV 1996.
Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.
Personen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop woning van onder curatele gestelde moeder, waarin hij zou wonen?
Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Voorlopige machtiging. Horen psychiater. Overschrijding beslistermijn.
Wzd-zaak. Art. 24 lid 3 Wzd. Art. 38 lid 5 Wzd. Procespositie echtgenote: belanghebbende of informant? Eisen van art. 24 lid 3 Wzd. Deskundigenonderzoek nodig?
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?
Op grond van artikel 807 onder c Rv staat geen hoger beroep open tegen een beschikking op grond van artikel 1:336a BW, maar alleen cassatie in het belang der wet. Het hof is van oordeel dat – in het licht van de belangenafweging uit artikel 3 IVRK – de rechtbank niet buiten het t
mondeling verzoek tot ondertoezichtstelling ter zitting.
Prejudiciële vragen. Aanwijzing gecertificeerde instelling inhoudende schorsing van door rechter vastgestelde zorgregeling.de Reikwijdte van en verhouding tussen artikelen 1:265f en 1:265g BW. Toepasselijkheid HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 op art. 1:265f BW. Schorsing v
Mondelinge verzoek tot ondertoezichtstelling. Strijd met de wet en procedurele waarborgen zoals besloten in artikel 6 EVRM.
Beëindiging van het gezag. Vader zonder gezag niet als belanghebbende aangemerkt. Gezag kan pas worden beëindigd vanaf de datum van geboorte van de minderjarige.
Op 25 november dient de Raad voor de Kinderbescherming verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in. Vader en moeder vertrekken op 23 november met kinderen naar het buitenland. Gewone verblijfplaats van de kinderen is Nederland gebleven.
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over benoeming voogd alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
De rechtbank is voornemens om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de te volgen procedure bij verzoeken tot benoeming van een voogd over alleenstaande minderjarige asielzoekers.
Wvggz. Zorgmachtiging. Verklaring behandelaar ter zitting (art. 6:1 lid 6-8 Wvggz). Beroep op wilsbekwaam verzet (art. 2:1 lid 6 Wvggz).