Wie is contractspartij? Zijn de maten van de maatschap gebonden? Is er sprake van consumentenkoop (artikel 7:5 lid 1 BW)? Is het paard geschikt voor het overeengekomen gebruik als dressuurpaard (artikel 7:17 BW)? Het hof gelast een deskundigenbericht.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 71 Rv
Genoemd in 660 uitspraken · Officiële wettekst
660 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een procedure over art. 4:29 en 4:30-aanspraken ingeleid met een verzoekschrift dan wel een d
Mondeling vonnis. Het verweer van gedaagde, dat zaken betreffende een agentuurovereenkomst behoren tot de competentie van de kantonrechter, slaagt. De rechtbank is van oordeel dat zij onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat de zaak op grond van artikel 71 lid 2 Rv
Verwijzingsvonnis. Vordering van onbepaalde waarde (verwijderen en snoeien laurierstruik). Door eiser in hoofdzaak zijn, in het licht van hetgeen gedaagde in hoofdzaak aanvoert, geen duidelijke aanwijzingen gesteld dat vordering in hoofdzaak geen hogere waarde vertegenwoordigt da
mondeling vonnis, verwijzing naar handel, 93a Rv
Vonnis in incident. Partijen twisten over de vraag of het geschil op grond van hun overeenkomst of de bijlage bij deze overeenkomst door middel van arbitrage moet worden beslecht. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Wel verwijst de rechtbank de zaak naar de kantonrech
verwijzing naar kanton - artikel 93 aanhef en sub c Rv en artikel 71 lid 2 Rv
Zaak heeft mede betrekking op huur en wordt daarom verwezen naar afdeling kanton.
Voornemen zaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen. Verzet samenhang tussen samenwerkingsovereenkomsten en huurovereenkomsten zich tegen afzonderlijke behandeling? Uitlating partijen
De rechtbank bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 1 oktober 2024 om beide partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de voorgenomen ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank.
Tussenbeschikking. Verzoekschrift op basis van artikel 35 UAVG. Voornemen verwijzing naar rechtbank.
Deze zaak gaat over een uit Brazilië geïmporteerde camperbus met bouwjaar 1979. De eisende partijen hebben deze camperbus gekocht van de gedaagde partij. Volgens de eisende partijen is de camperbus non-conform omdat met de camper niet veilig aan het verkeer deelgenomen kan worden
Omdat de tussenkomende partij een verklaring voor recht wil vorderen dat sprake is van een huurovereenkomst tussen haar en haar broers, zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het plan van de rechtbank om de hele zaak te verwijzen naar de kantonrechter. Hoe
Vonnis in incident. Verwijzing naar kantonrechter. Artikel 71 lid 2 Rv. Huur en samenhangende vorderingen. Artikelen 93 aanhef en onder c en 94 lid 2 Rv.
Overeenkomst van opdracht, arbeidsovereenkomst, deels verwijzing
uitwerking kop-staartvonnis. Afwijzing vordering tot schorsing van de executie van een ontruimingsvonnis. In reconventie toewijzing van de gevorderde medewerking en dwangsom.
Bevoegdheidsincident. Artikel 93 sub c Rv, artikel 7:5 en 7:750 BW. Overeenkomst tot aanneming van werk (leveren en vervaardigen kozijnen). Geen consumentenkoop. Geen specifieke bevoegdheid kamer voor kantonzaken.
Eindvonnis na tussenvonnis, consumentenkoop, verwijzing naar de kantonrechter te Rotterdam.
De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv jo. artikel 94 lid 2 Rv.
Verwijzing naar Handel. Waardevordering van 19.000, gecombineerd met vorderingen van onbepaalde waarde.
Civiel recht. Bodemzaak. Vordering in incident. De rechtbank is van oordeel dat de financieringsovereenkomst kwalificeert als een overeenkomst van goederenkrediet als bedoeld in artikel 7:84 e.v. BW. Ingevolge het bepaalde in artikel 93 sub c Rv is daarom de kantonrechter bevoegd
Eiser (een leverancier van groene energie) en gedaagde (een onderneming die zich bezighoudt met de verkoop van energie- en telecomcontracten) hebben een inmiddels geëindigde samenwerkingsovereenkomst gesloten. Eiser vordert in de hoofdzaak betaling van € 376.466,80 op grond van o
Vonnis in incident. Incidentele vordering tot verwijzing naar kanton wordt afgewezen. Onvoldoende onderbouwd dat de vorderingen in de hoofdzaak voortvloeien uit een huurovereenkomst.
Eiser en gedaagde hebben met elkaar een (inmiddels geëindigde) agentuurovereenkomst gesloten. De vordering van eiser in de hoofdzaak vloeit voort uit die agentuurovereenkomst. Eiser wil in het incident dat de rechtbank de zaak naar de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederla
Kort geding. Verstek. Verwijzing. Voormalig werkgever vordert dat het een gewezen werknemer (gedaagde) wordt verboden om tegen haar en haar zusterondernemingen te procederen, en verder een machtiging om alle handelingen van gedaagde die in strijd met dat verbod zijn verricht, ong