Procesrecht. Geschil tussen een grondeigenaar/projectontwikkelaar van landhuizen met botenhuis en een buurman – die bij een schikking afstand heeft gedaan van zijn erfdienstbaarheid van uitzicht en zijn bezwaren tegen de verlening van bouwvergunningen heeft ingetrokken – over de
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 704 Rv
Genoemd in 301 uitspraken · Officiële wettekst
301 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Strafrecht. Door advocaten onder de Staat (openbaar ministerie) gelegd bewijsbeslag wegens beweerde schending van hun verschoningsrecht. Vordering Staat tot opheffing bewijsbeslag. Criteria Molenbeek-uitspraak (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:
OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 552a Sv. HR wijst één beschikking. Voortduring beslag en rechtsbijstand. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het door klaagster en klager gestelde belang bij (gedeeltelijke) opheffing van de ex art. 94a Sv gelegde beslagen zwaarder dient te we
29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ABN-AMRO BANK N.V., gevestigd te Ams
Beklag. Zekerheidstelling. Het conservatoir beslag ex art. 94a Sv op voorwerpen is opgeheven nadat klager zekerheid had gesteld ex art. 118a Sv van EUR 400.000,-. Stelling in cassatie is dat er op de OvJ van rechtswege de plicht rust om de gekweekte rente tussentijds uit te betal
Procesrecht, beslagrecht. Conservatoir beslag. Art. 700 lid 3 Rv; eis in hoofdzaak tijdig ingesteld? Beoordeling tijdstip aanhangigheid buitenlandse procedure aan de hand van het desbetreffende buitenlandse recht. Bekendheid beslagdebiteur met aanhangigheid vereist?
Beslagrecht. Conservatoir derdenbeslag overgegaan in executoriaal derdenbeslag, ofschoon vordering waarvoor beslag is gelegd, niet is toegewezen in de door beslaglegger binnen de termijn die in de verlofbeschikking is gesteld, ingestelde hoofdzaak, maar in het door de beslagene g
Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud de korte cassatietermijn van acht weken (art. 200 lid 2 Rv) die de nieuwe wet voor
Aansprakelijkheidsrecht. Beslagrecht. Onbedoeld beslag op zaak van derde dat tot schade leidt doordat zaak bij gerechtelijke bewaring kwijtraakt. Toerekening ex art. 6:162 lid 3 BW van eigendomsinbreuk aan beslaglegger op grond van de verkeersopvattingen? Betekenis risicoaansprak
Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald zijn van de bescheiden waarin inzage wordt gevorderd. Begrip rechtsbetrekking. Afgifte bemiddelingsdossier door advocaat. Aanvullen rechtsgronden (art. 25 Rv). Op
IPR. Procesrecht. Schorsing en hervatting van het geding na overlijden procespartij die onder tutela (curatele) was gesteld. Bewijskracht Spaanse authentieke akte van erfrecht. Bekrachtiging proceshandelingen van handelingsonbekwame door tutor: toepasselijk recht, vereiste van re
Aansprakelijkheidsrecht. Executie- en beslagrecht. Aansprakelijkheid voor conservatoire en executoriale beslagen voor vorderingen die deels ongegrond blijken. Grond om terug te komen van HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2841, en HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL7059? Leve
De rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de vordering ex artikel 431 lid 2 Rv (pseudo-exeqatur). Voldaan is aan de criteria Gazprombankarrest voor erkenning buitenlands vonnis. Bovendien is het Albanse vonnis op dit moment uitvoerbaar in Albanië. Vanwege het aanzienlijke resit
Werkgever legt twee keer conservatoir (bewijs)beslag ten laste van oud werknemer en diens nieuwe werkgever in verband met verwijt dat hij relatiebeding in vso heeft overtreden. Hof bekrachtigt vonnis van de rechtbank waarin vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen.
Kort geding. Vraag of opnieuw gelegd bewijsbelag moet worden opgeheven.
Kort geding. Exhibitievordering. Afwijzing. Niet voldaan aan vereisten artikel 843a Rv en geen spoedeisend belang. Geldvordering onvoldoende aannemelijk.
Pacht melkveebedrijf. Verdeling onderhoud van het gepachte en herstel van gebreken. Gebreken aan gepachte stallen. Schadevergoeding ex artikel 7:341 BW en pachtprijsvermindering ex artikel 7:340 BW. Ontbinding pachtovereenkomst wegens pachtachterstand. Afwijzing bestuurdersaanspr
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Procesrecht. Vordering tot terugbetaling van gefactureerde bedragen; onverschuldigde betaling? Stelplicht en bewijslastverdeling; 'verantwoordingsplicht' opdrachtnemer (art. 7:403 lid 2 BW). Nog niet in kracht van gewijsde gegane afwij
Procesrecht. Exhibitievordering (art. 843a Rv). Bedrijfsgeheimen. Bewijsbeslag. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv bij gesteld onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Relevantie van nog niet toepasselijke Richtlijn (EU) 2016/
Verlof tot verkoop in beslag genomen aandelen. Overgang conservatoir beslag naar executoriaal beslag. Uitleg van de termijnen genoemd in de artt. 474g en 715 RV
Beslag op aandelen. Uitwinning.
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Bewijsbeslag. Uitgangspunt dat eerste bewijsbeslag is vervallen door kracht van gewijsde afwijzing inzagevordering (art. 704 lid 2 Rv). Mocht tweede beslag op eerder beslagen bescheiden worden gelegd onder bewaarder, die deze bescheiden nog
Vordering tot opheffing conservatoir afgiftebeslag op 48 elektrische auto's. Bevoegdheidsincident. Afwijzing vorderingen in het incident ex artikel 223 Rv. Aanhouding hoofdzaak in afwachting van procedure in Duitsland.
Kort geding. Opheffing conservatoir beslag. Beslag van rechtswege vervallen? Onnodig beslag? Eis in de hoofdzaak, buitenlandse procedure. Mogelijkheid van erkenning en tenuitvoerlegging van een Oekraïens vonnis in Nederland. Erkenningsverdrag. Er is niet summierlijk van de ondeug
Vrijwaring. Broers handelden gezamenlijk en zijn daarom beiden verantwoordelijk voor schending contractueel beding en betaling boete. Samenhang met hoofdzaak (C/16548282). (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:3344)