Gewone verblijfplaats. artikel 1 lid 1 sub b, artikel 1 lid 2 onder a en d en artikel 2 aanhef en onder 7, artikel 8 Brussel II-bis. Artikel 5 lid 1, Haags kinderbeschermingsverdrag 1996. Artikel 5 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 5 Rv
Genoemd in 117 uitspraken · Officiële wettekst
117 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
IPR. Gezag, hoofdverblijf, zorgregeling. Gewone verblijfplaats in IJsland. Brussel II bis en HKV niet van toepassing. Nederlandse rechter geen rechtsmacht, ook niet op grond van artikel 5 en 9 Rv.
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 11 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Samenhang met zaak 20/01494.
Internationale kinderontvoering. Procesrecht: grieven en toelichting daarop. Rechtsmacht. Gezag van gewijsde ?
Verzoek voorlopige voogdij over twee jonge kinderen, geboren in het kalifaat van IS en verblijvend in een Syrisch vluchtelingenkamp. Afwijzing van het spoedkarakter en aanhouding van de behandeling. Beoordeling rechtsmacht, het toepasselijke recht en relatieve bevoegdheid. Verbon
IPR. Beëindiging ouderlijk gezag na schorsing daarvan. Bevoegdheid Nederlandse rechter op grond van artikel 5 RV. Vraag of vader gezag heeft wordt beoordeeld met toepassing Somalisch recht. Traumatische gebeurtenissen kinderen.
verbetering geboorteakte, man geen juridische vader want huwelijk in Nederland niet rechtsgeldig, gerechtelijke vaststelling vaderschap, rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder c Rv
De rechtbank spreekt de voorlopige voogdij uit over twee jonge Nederlandse weeskinderen, geboren in het kalifaat van IS en verblijvend in een Syrisch vluchtelingenkamp. Verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer.
Familierechtelijke vorderingen – onder meer tot terug geleiding naar Nederland, afgifte van paspoorten en bepalen zorgregeling – met betrekking tot minderjarige kinderen die met een van de ouders in Israël verblijven. Bevoegdheid voorzieningenrechter.
De moeder is ontvankelijk in haar hoger beroep nu zij binnen drie maanden nadat zij objectief verifieerbaar bekend is geworden met de beschikkingen hoger beroep heeft ingesteld. De Nederlandse rechter is onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot schorsing van het gezag nu de
Gezag
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. IPR. Bevoegdheid. Verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer. 5 Rv.
Artikel 5 Rv - rechter verklaart zich onbevoegd
Zaak over een Amerikaans gezin. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de verzoeken van de vrouw tot eenhoofdig gezag en het vaststellen van een kinderbijdrage.
Internationale kinderontvoering. Bevel tot teruggeleiding minderjarige vanuit India naar Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat, ondanks dat India niet is aangesloten bij HKOV, het verdrag er niet aan in de weg staat dat de Nederlandse rechter kennis neemt van een verzoek t
IPR. Familierecht. Internationale rechtsmacht. Staat het ontbreken van bevoegdheid ten aanzien van echtscheidingsverzoek in de weg aan bevoegdheid tot het treffen van (neven-)voorziening met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid, indien het kind gewone verblijfplaats in
Machtiging gesloten jeugdhulp ex artikel 6.1.2 Jeugdwet ten behoeve van een zich in Nederland bevindende minderjarige die haar gewone verblijfplaats heeft in een ander EU-land. De grieven van de minderjarige richten zich zowel tegen het oordeel omtrent de rechtsmacht van de Neder
IPR, bevoegdheid Nederlandse rechter, gewone verblijfplaats.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd op grond van art. 5 Rv. De rechtbank kan het belang van de minderjarige niet naar behoren beoordelen. De minderjarige verblijft niet in Nederland. Anders dan de vermelding van de minderjarige in het rapport van 1e gehoor uit 2007, ontbreekt i
De rechtbank is niet bevoegd kennis te nemen van de verzoeken van de vader ten aanzien van de verzoeken over het gezag, de hoofverblijfplaats, de beëindiging van de voogdij en alle overige verzoeken (muv de omgangsregeling) omdat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige ten tij
gezag en hoofdverblijfplaats
Bevoegdheid Nederlandse rechter. Het hof is van oordeel dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek in de Verenigde Staten was gelegen en daar ook nu nog ligt. Het hof laat in het midden of van een forumkeuzebeding of aanv
Ter zake van de beantwoording van de vraag of een kandidaat al dan niet gerechtigd is tot (de afgifte van) een HAVO-diploma wordt voorop gesteld dat het diploma alleen kan worden afgegeven indien aan alle daartoe gestelde wettelijke vereisten is voldaan. Aan een toezegging dat he
Minderjarige verblijft in Suriname. Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht.
Wijziging gezag. Het begrip ‘gewone verblijfplaats’ in art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis. Kind heeft gewone verblijfplaats in Frankrijk.