IPR. De absolute- en relatieve bevoegdheid in een Paspoortzaak. Verzoekster bevindt zich met kind in Marokko, verweerder bevindt zich in Nederland.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 5 Rv
Genoemd in 117 uitspraken · Officiële wettekst
117 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
De conclusie is dat de Nederlandse rechter met betrekking tot de verzochte verplichting om terug te verhuizen geen rechtsmacht toekomt. Het hof zal daarom de bestreden beschikking bekrachtigen. Aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek komt het hof niet toe.
voorzieningenrechter onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen. Afstemmingsregel geldt. Geen sprake om hiervan af te wijken. Ook geen sprake van een noodsituatie.
Beperking van het recht op inzage en/of afschrift van processtukken (art. 811 Rv)- Verzoek toegewezen
Kind zonder bekende (gewone) verblijfplaats. Bevoegdheid Nederlandse rechter.
Curaçao. Verzoek verkoop aandelen na conservatoir beslag (art. 474g Rv). Executie van Termijn indiening (art. 715 lid 3 Rv). Openbare of onderhandse verkoop.
Nietige dagvaarding. Betekening aan de “onbekende erfgenamen” kan alleen in de in artikel 5 lid 6 Rv SM vermelde gevallen en op de daarin genoemde wijzen. Uit de door eiser overgelegde stukken blijken niet de namen en de adressen van de erfgenamen. Eiser is daardoor niet-ontvanke
De vordering van eisers wordt afgewezen omdat een rechtsgeldige oproeping van gedaagden ontbreekt.
Aruba. Moeten naar oud Arubaans recht de kosten van lijkbezorging gerekend worden tot de schulden van de erflater? Het Hof oordeelt voorshands bevestigend en wijst een tussenvonnis voor betekening aan de gezamenlijke erven op de laatste woonplaats van de overledene.
Overnemen geding na schorsing door dood procespartij, artikel 185 en 187 Rv. Verzoeker moet erfgenamen oproepen volgens artikel 5 lid 7 Rv. Bevrijdende verjaring, voor inwerkingtreding artikel 3:200a lid 5 BW. Bezit en houderschap, in relatie tot verjaring.
Beschikking van de kinderrechter tot voorlopige ondertoezichtstelling en tot afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing
Personen- en familierecht. Internationaal Privaatrecht. Procesrecht. Ouderlijke verantwoordelijkheid; Nederlandse rechter bevoegd tot kennisneming verzoek eenhoofdig gezag t.a.v. in Marokko verblijvende minderjarigen?; gewone verblijfplaats minderjarigen; kinderontvoering?; verra
IPR. Rechtsmacht terugverhuisgebod. Toepassing HR 8 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1594).
vervangende toestemming erkenning minderjarige, IPR, 10:95 lid 3 BW, beslissing over achternaam minderjarige, geen rechtsmacht inzake verzoek gezamenlijk gezag, afspraken omgangsregeling tijdens mondelinge behandeling overeengekomen.
Nederlandse rechter rechtsmacht; zaak verwezen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Groningen
kort geding. moeder met eenhoofdig gezag met 4-jarig kind verhuisd naar Zuid-Afrika. Vader vordert terugverhuizing. gewone verblijfplaats art 7 Brussel II-ter. Art 5 Rv. NL rechter geen rechtsmacht. onbevoegd.
De rechtbank bepaalt dat een minderjarige, die tot nu altijd bij haar moeder heeft gewoond en lange tijd onvindbaar was voor haar vader, op grond van de belangenafweging van artikel 1:253a BW haar hoofdverblijfplaats nu definitief houdt bij vader. Deze beschikking betreft ook een
IPR. Ouderlijke verantwoordelijkheid. De minderjarige heeft haar gewone verblijfplaats in China. Bekrachtiging beslissing rechtbank dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om kennis te nemen van de inleidende verzoeken van de moeder.
rechtsmacht Nederlandse rechter, gewone verblijfplaats kind niet in Nederland, geen sprake van ongeloorloofde overbrenging, ook geen rechtsmacht op basis van IVRK of in verband met uitzonderlijke omstandigheden
Vervangende toestemming paspoort. Kind woont in buitenland. Rechtsmacht aangenomen o.g.v. art. 5 Rv. Vervangende toestemming verhuizing van Uruguay naar Nederland. Geen rechtsmacht o.g.v. Brussel II ter of HKBV. Geen rechtsmacht o.g.v. art. 5 Rv. Geen rechtsmacht o.g.v. art. 9 Rv
bevoegdheid Nederlandse rechter, na teruggeleidingsprocedure een bodemprocedure over de hoofdverblijfplaats, gewone verblijfplaats kind in de Filipijnen.
IPR; kan hoger beroep worden ingesteld tegen een tussenbeschikking waarin de rechtbank zich internationaal bevoegd heeft verklaard en de inhoudelijke behandeling van de zaak heeft aangehouden i.v.m. cross-border mediation?
Scheiding met nevenvoorzieningen
Vrouw verblijft met dochter op een onbekend adres in een onbekend land. Voor de rechtbank staat vast dat de gewone verblijfplaats van de vrouw en het kind zich op het moment van indiening van het verzoekschrift in Nederland bevond en de Nederlandse rechter daarom rechtsmacht heef
Afwijzing verzoek tot opheffing OTS