Kort geding. Lijfsdwang. Afwijzing. Art. 588 Rv. De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van betalingsonmacht.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 586 Rv
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering lijfsdwang afgewezen. Bij eerder vonnis van de rechtbank is de man veroordeeld om zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het tot stand komen van de Iraanse religieuze echtscheiding, waaronder in ieder geval wordt verstaan het verschijnen tijdens
Toepassing lijfsdwang in verband met het jarenlang niet nakomen van alimentatieverplichting slechts deels gerechtvaardigd. Betalingsonmacht versus betalingsonwil. Tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toegestaan vanaf 2 maanden na betekening beschikking, om man in gelegenheid te stell
Kort geding. Vordering tot toepassing van lijfsdwang afgewezen. Eisers hebben onder meer onvoldoende onderbouwd dat lijfsdwang in dit geval het uiterste middel is omdat alle andere dwang- en executiemiddelen zonder resultaat zijn gebleven. Gedaagde heeft bovendien voldoende aanne
Afwijzing vordering om alimentatieverplichting middels lijfsdwang te executeren
Kort geding. Afzonderlijke vordering tot uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang voor veroordelingen die bij verschillende uitspraken zijn gegeven. Uiterste middel. Belangenafweging.
Gijzeling – belang – appeltermijn – geen conversie naar verzet. formele relatie: BON202000022
Kort geding. Vordering waarvoor toepassing van lijfsdwang wordt verzocht is reeds voldaan en onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen andere verhaalsmogelijkheden voorhanden zijn.
Lijfsdwang
lijfsdwang, beoordelingskader alimentatie in kort geding, afsprakenregeling
Geschil over de eigendom van een dressuurpaard. Bij het vonnis in eerste aanleg, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is appellante veroordeeld om het paard aan geïntimeerde terug te geven. Aan die veroordeling is bij een later kortgedingvonnis een hoge dwangsom verbonden.
Vonnis Kort Geding
Toepassing lijfsdwang.
Art. 81 lid 1 RO. Executierecht. Vordering tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang ter incasso van kinderalimentatie, art. 585-590 Rv. Mogelijkheid tot verhaal; begrip ‘woonplaats’, art. 440 lid 1 onder a Rv, art. 1:10-11 BW. Feitelijke grondslag.
Gedaagde is door de rechtbank veroordeeld tot betaling van ruim € 80.000,-- aan eiseres. Gedaagde betaalt niet en de door eiseres gelegde beslagen leveren bijna niets op. Gedaagde gaat in hoger beroep. Het gerechtshof veroordeelt gedaagde om aan eiseres een bedrag te betalen van
Gedaagden zijn bij vonnis van 10 april 2013 onder meer bevolen om valse postzegels en de apparaten waarmee die gemaakt zijn, aan PostNL te overhandigen. Gedaagden hebben daar niet aan voldaan. PostNL vordert daarom thans aan die bevelen lijfsdwang te verbinden. Vorderingen van Po
Matiging kinderalimentatie. Door de wetgever is de mogelijkheid van matiging in de wet opgenomen ten aanzien van de jong-meerderjarige alsmede ten aanzien van de meerderjarige onderhoudsgerechtigde. Echter, juist ten aanzien van de minderjarigen is deze matigingsgrond niet opgeno
Tussenvonnis - bewijsopdrachten. Eisers + gedaagde 1 (ex-echtelieden) hebben eerder procedure gevoerd (rb Dordrecht & Hof). Eisers vorderen betaling van verbeurde dwangsommen. Daarnaast schade vanwege paulianeuze verkoop onroerende zaken van gedaagde 1 aan haar ouders (gedaagden
Lijfsdwang. Overgangsrecht. Toetsing ex nunc. De Ontvanger verzoekt toepassing lijfsdwang op een belastingplichtige. De Ontvanger heeft onvoldoende voortvarend geprocedeerd. Tussenarrest ter vermijding van een verrassingsbeslissing.
Lijfsdwang
Faillissementsrecht. Een ex art. 87 F. gegeven bevel de gefailleerde in verzekerde bewaring te stellen behoeft niet onmiddellijk ten uitvoer te worden gelegd. Het is in beginsel aan de curator om te beslissen of en op welk moment hij zal overgaan tot tenuitvoerlegging van het bev
Toepassing lijfsdwang na weigering betaling alimentatie.
Achterstallige kinderalimentatie; lijfsdwang; spoedeisend belang; betalingsonwil of betalingsonmacht.