IPR. Kinderontvoering. Bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van verzoek tot gedwongen afgifte en teruggeleiding van een kind in niet door verdragen bestreken geval (art. 3, onder a en c, Rv). Reikwijdte van uitsluiting van cassatieberoep (art. 13 lid 8 Uitvoeringswe
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 5 Rv
Genoemd in 117 uitspraken · Officiële wettekst
117 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
IPR. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte paspoort ten behoeve van in het buitenland verblijvende minderjarige, art. 34 lid 2 Paspoortwet. Inmenging in uitoefening ouderlijk gezag. Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. K
Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Personen- en familierecht. Toepasselijkheid van Verordening Brussel II-bis of Verordening Brussel II-ter? Tijdstip van aanhangigheid van voor het eerst in hoger beroep gedaan verzoek tot geven van terugverhuisgebod (art. 16 Verordening Br
Familierecht; ondertoezichtstelling. Niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang in cassatie na verstrijken termijn ondertoezichtstelling. IPR, rechtsmachtbeperkende functie van art. 5 Rv. Nederlandse rechter ingevolge art. 5 Rv slechts rechtsmacht in zaken betreffe
Voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging uithuisplaatsing. IPR. Bevoegdheid Nederlandse rechter ontleend aan 11 HKBV 1996 (spoedeisende gevallen). Nederlands recht van toepassing o.g.v. 15 lid 1 HKBV 1996.
Arbitragerecht. Vernietiging van een arbitraal vonnis wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst ( art. 1065 lid 1, aanhef en onder a, Rv.); gronden tot vernietiging als bedoeld in art. 1064 lid 5 Rv.; toelaatbaarheid van nieuwe feitelijke of juridische stelling i
Internationaal privaatrecht. Personen- en familierecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter; art. 8 Verordening Brussel II-bis; begrip ‘gewone verblijfplaats’ minderjarige; peilmoment vaststelling gewone verblijfplaats.
Brussel IIbis materieel en formeel van toepassing in verzoek ots en uithuisplaatsing. Kinderrechter acht zich bevoegd om in dit spoedeisende geval voorlopige maatregelen te nemen; sprake van een noodsituatie en voldaan aan de voorwaarden van artikel 20 Brussel IIbis. Uithuisplaat
Jaarrekening rechtspersonen. Vordering procureur-generaal ex art. 999 lid 2 Rv (oud). Geldigheid dagvaarding. ‘Openbaar belang’. Stelplicht.
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
IPR. Verzoeken tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone verblijfplaats. Artikel 8 Brussel II-bis
Arubaans procesrecht. Betekening van exploot aan buiten Aruba wonende partij (art. 5, onder 8, RvA). Geen verzet tegen beslissing in hoger beroep indien geïntimeerde niet is verschenen (art. 284 RvA). Verenigbaarheid met recht op toegang tot de rechter en recht op hoor en wederho
Adoptie en gezag
Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. De kinderen wonen in pleeggezinnen in Nederland. De ouders wonen in het buitenland. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Relatieve bevoegdheid. Zie ook LJN: BV9985.
19 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/070HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], België, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], België, VERWEERDER
IPR; rechtsmacht inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Welk peilmoment geldt voor de beoordeling van de rechtsmacht ter zake van het verzoek tot het gelasten van een terugverhuisgebod dat voor het eerst in hoger beroep is gedaan? Uitleg van art. 8 jo. 16 lid 1 onder a Brussel I
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarige. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 11 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Samenhang met zaak 20/02014.
Internationale kinderontvoering vallend buiten het geografische toepassingsbereik van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 (Nederland – India). Rechtsmacht van de Nederlandse rechter terzake het teruggeleidingsverzoek. Aansluiten bij HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU2834?
Internationale kinderontvoering. Verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige vanuit Syrië naar Nederland. Syrië is geen partij bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 (HKOV). Het is derhalve niet mogelijk in Syrië op grond van het HKOV een verzoek in te dienen tot teruggel
Internationale kinderontvoering. Kinderen door moeder ontvoerd naar Pakistan. Pakistan is geen partij bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 (HKOV). Het is derhalve niet mogelijk in Pakistan op grond van HKOV een verzoek in te dienen tot teruggeleiding. Evenmin is gebleken d
Verzoek vervangende toestemming tot afgifte paspoort ten behoeve van minderjarige wiens gewone verblijfplaats in de Dominicaanse Republiek is gelegen. Bevoegdheid Nederlandse rechter.
Opdracht aan advocatenmaatschap. Persoonlijke aansprakelijkheid maten voor gelijke delen (art. 7A:1679-1681 BW) dan wel hoofdelijk (art. 7:407 lid 2 BW). Instellen vordering tegen gezamenlijke maten (HR 5 november 1976, LJN AB7103, NJ 1977/586) of tegen individuele (rechts)person
Vervangende toestemming erkenning en omgang
Vader heeft minderjarige kinderen na overlijden moeder ontvoerd naar Egypte. Hij vraagt voor de derde keer vergeefs om gezagswijziging.