Aansprakelijkheidsrecht. Beslagrecht. Onbedoeld beslag op zaak van derde dat tot schade leidt doordat zaak bij gerechtelijke bewaring kwijtraakt. Toerekening ex art. 6:162 lid 3 BW van eigendomsinbreuk aan beslaglegger op grond van de verkeersopvattingen? Betekenis risicoaansprak
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 480 Rv
Genoemd in 55 uitspraken · Officiële wettekst
55 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Art. 3:277 lid 1 BW. Art. 480 e.v. Rv. Afzien door schuldeiser van meedelen in executie-opbrengst. Volgt uit art. 480 e.v. Rv dat schuldeiser daarvoor instemming van schuldenaar behoeft? Proceskostenveroordeling indien vernietiging van in ho
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie teniet
Executierecht. De schade waarvoor de Staat ex 480 lid 3 Rv. hoofdelijk aansprakelijk is, omvat mede de marktconforme rente die deurwaarder, in wiens handen de executieopbrengst is gestort, over de door hem bij een bewaarder als bedoeld in art. 480 lid 2 Rv. te storten netto-opbre
-
Artikelen 476a, 476b lid 2, 477, 477a lid 2 en 480 Rv, 3:45 BW, 6:127 BW. Verklaringsprocedure derdenbeslag. Bewijslastverdeling. Paulianeus handelen aangenomen. Geen rechtsgeldige verrekeningen. Geen objectieve verificatoire bewijsstukken overgelegd. Er is onjuist verklaard door
Beslag- en executierecht. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Verdeling opbrengst van executie over meerdere schuldeisers met meerdere vorderingen waarvoor meerdere schuldenaren hoofdelijk aansprakelijk zijn. Verplicht art. 3:277 lid 1 BW in acht te nemen of mogen schuldeisers onde
Rangregeling. Voorlopige staat van verdeling. Begrote bedrag in beslagverlof is niet het maximumbedrag waarvoor beslag is gelegd. Nog niet aanhangig gemaakte ontnemingsmaatregel waarvoor conservatoir beslag ex artikel 94a Sv is gelegd is een zuiver toekomstige vordering die niet
Beslag en executie. Een aantal schuldeisers treedt gezamenlijk op bij verhaal van hun vorderingen op schuldenaren die ten aanzien van een of meer van de vorderingen hoofdelijk zijn verbonden. Derdenbeslagen onder de Staat. De Staat keert na het leggen van de derdenbeslagen rechts
Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Gedaagde, een curator, heeft “tegenspraak” gedaan in een renvooiprocedure in een faillissementskwestie. Daar zijn partijen niet tot overeenstemming gekomen, waardoor een civiele procedure gevoerd moest worden. Eisers stellen in deze civiele procedure dat de curator geen “tegenspr
Afwikkeling cumulerende derdenbeslagen. Opnieuw vaststellen van verdeling. Beroepsfout eerste beslagleggend deurwaarder?
Executiebeslag. Uitleg vaststellingsovereenkomst. Kort geding. Executie pas geëindigd na afdracht van netto-opbrengst van de executie aan de beslaglegger. Tekst vaststellingsovereenkomst (waarin te leveren materialen zijn benoemd) en omstandigheden waaronder deze is tot stand ge
bodemvoorrecht fiscus, art. 21 lid 2 Invorderingswet 1990; art. 57 lid 3 Fw, omslag faillissementskosten (art. 182 Fw) over de opbrengst van de bodemzaken; heeft de Ontvanger belang bij een beroep op art. 21 lid 2 Invorderingswet 1990 als na omslag van de faillissementskosten per
Faillissement. Pandrecht op voorraad en inventaris. Voorrang op opbrengst. In deze zaak doet zich de situatie voor dat de bank er pas na openbare verkoop van de voorraden en inventaris in opdracht van de curator achter komt, dat zij toch een rechtsgeldig pandrecht op deze roerend
Teboekstelling van binnenschepen. Te water gelaten casco van een binnenschip is geen afgebouwd schip in de zin van artikel 8:784, lid 1, BW.
Eiseres laat beslag leggen onder derde. Onder die derde heeft enkele weken eerder een andere schuldeiser van de beslagschuldenaar al beslag laten leggen. De deurwaarder die in opdracht van laatstgenoemde de schuldeiser beslag heeft gelegd keert het gehele, van de derde ontvangen
Beroepsaansprakelijkheid deurwaarder. Procesrecht, geen herstel van (processuele gevolgen van) fout van een deurwaarder die appeldagvaarding eerst na afloop van appeltermijn heeft betekend; geen toerekening aan de Staat nu deurwaarder geen orgaan of vertegenwoordiger van de Staat
Kort geding. Opheffen executoriaal derdenbeslag. Einde beslag door afdracht derde-beslagene aan deurwaarder. Geen misbruik executiebevoegdheid. Geen kennelijke misslag. Vereenzelviging.
De hoofdelijke aansprakeijkheid van de Staat op grond van artikel 480 lid 3 Rv is alleen van toepassing als er sprake is van executieopbrengsten en niet in geval van een 'vrijwillige' betaling door de schuldenaar aan de deurwaarder onder dreiging van executie.
Kort geding. Opheffen conservatoir en executoriaal beslag in ruil voor medewerking aan depotovereenkomst. Gevolgen van samenloop conservatoire en executoriaal beslag. Misbruik van bevoegdheid door beslaglegger/executant en belangenafweging in voordeel beslagene.
rangregeling crediteuren; benoeming rechter-commissaris ten overstaan van wie de opbrengst van de verdeling dient plaats te vinden; eigenbeslag’ toetsing ex nunc; grievenstelsel. formele relatie: CUR202001724
vonnis in het incident ex artikel 223 Rv. Derdenverzet. Beroep op artikel 376 jo 378 Rv. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van benadeling in de zin van 376 Rv.
Beroepsaansprakelijkheid gerechtsdeurwaarder. Gerechtsdeurwaarderswet. Deurwaarderskantoor is niet aansprakelijk voor de handelingen van de deurwaarder.
Kort geding, opheffing beslag en verwijdering BKR. Restschuld na uitwinning hypotheekrecht verjaard. Voor restschuld geldt verjaringstermijn van 5 jaar. Executoriaal derdenbeslag heeft geen voortdurend stuitende werking.