Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 46 Rv
Genoemd in 85 uitspraken · Officiële wettekst
85 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW.
Procesrecht. Verstekverlening. Art. 45 en 121 Rv. Betekening exploot door deurwaarder, zonder vermelding in het exploot van de woonplaats van verweerster omdat zij 'geheim adres' heeft (art. 2.59 Wet basisregistratie personen).
Procesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’, vereisten. Stelsel Invorderingswet: verhouding tussen beoordeling door burgerlijke rechter van verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel (art. 17 Iw) en beoorde
Procesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’, vereisten. Stelsel Invorderingswet: verhouding tussen beoordeling door burgerlijke rechter van verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel (art. 17 Iw) en beoorde
Procesrecht. Verstekverlening. "Corona-betekening" aan natuurlijke persoon, waarbij niet wordt aangebeld, maar direct afschrift van het exploot in de brievenbus van het woonadres wordt gedaan. Feitelijke onmogelijkheid als bedoeld in art. 47 lid 1 Rv? RIVM-richtlijnen; wetsvoorst
Procesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’, vereisten. Stelsel Invorderingswet: verhouding tussen beoordeling door burgerlijke rechter van verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel (art. 17 Iw) en beoorde
Erfrecht. Exploot dagvaarding in hoger beroep is nietig.
Burgerlijk procesrecht. Art. 122 Rv. Leidt gebrek in betekening van appeldagvaarding tot nietigheid daarvan? Is wederpartij door gebrek in exploot onredelijk benadeeld, omdat zij niet binnen beroepstermijn op de hoogte is geraakt van hoger beroep?
Caribische zaak (Sint Maarten). Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Afwijzing enquêteverzoek bij vierde beschikking o.b.v. belangenafweging.
Procesrecht. Verstekverlening. "Corona-betekening" aan natuurlijke persoon, waarbij niet wordt aangebeld, maar direct afschrift van het exploot in de brievenbus van het woonadres wordt gedaan. Feitelijke onmogelijkheid als bedoeld in art. 47 lid 1 Rv? RIVM-richtlijnen; wetsvoorst
Vonnis in relatief bevoegdheidsincident; al dan niet terechte openbare betekening; woonplaatsbegrip; bevoegdheid Haagse rechtbank als restrechter ex art. 109 Rv.
Betekening van het exploot in de brievenbus van gedaagde vanwege maatregelen verbandhoudend met het coronavirus.
Schietincident in drugsmileu. Slachtoffer vordert schadevergoeding, waaronder smartengeld. Nietigheid dagvaarding/verjaring/verminderde toerekenbaarheid/eigen schuld/matiging schadevergoeding.
Hoger beroep van een in eerste aanleg niet verschenen gedaagde tegen een vonnis dat op grond van artikel 140 lid 3 Rv ook jegens hem als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd. De appellant (in eerste aanleg niet verschenen gedaagde) betoogt dat de aan hem in eerste aanl
Betekening van het exploot in de brievenbus van gedaagde vanwege maatregelen verbandhoudend met het coronavirus wel mogelijk mits de bijzondere reden daarvoor op het exploot wordt vermeld, zie ook Rb Amsterdam 7 april 2020 ECLI:NL:RBAMS:2020:2153.
Procesrecht. Vervallenverklaring van instantie na drie jaar na vernietiging en verwijzing door Hoge Raad in een vóór invoering nieuw procesrecht, per 1 januari 2002, ingezette procedure. Uit art. VII lid 1 Wet tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken volgt dat op
Erfrecht. Procesbevoegdheid. Gezamenlijke bevoegdheid vereffenaars (art. 4:198 BW). Oproeping ex 118 Rv ontbrekende vereffenaar. Onrechtmatig geld onttrokken aan bankrekening erflaatster (tijdens haar leven)?
Verzetzaak; ongegrond; geschil over kennisneming van de oorspronkelijke dagvaarding. Dagvaarding deugdelijk betekend. Het komt voor risico van eiser in verzet als hij daarvan geen kennis heeft genomen.
Kort geding. Verbod op het doen van onrechtmatige uitlatingen over de Radboud Universiteit.
Incident. Gedaagde in de hoofdzaak stelt dat (de betekening van) het oproepingsexploot en de dagvaarding ongeldig zijn. Vordering in het incident wordt afgewezen. Dagvaarding is juist betekend.
Geschil over onrechtmatigheid van blokkeren PayPal betaalrekening; twee gedaagde partijen; ten aanzien van niet verschenen gedaagde: geen betekening aan (gekozen) woonplaats (1:15 BW), geen verstekverlening en nietigverklaring exploot dagvaarding (121 Rv); ten aanzien van wel ver
Verzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland. Ambtshalve toetsing van arbitraal beding in algemene voorwaarden in consumentenovereenkomst aan openbare orde.
Zonnestudio waarin partijen werkten is eenmanszaak en geen maatschap/VOF. 7A:1665 en 1662 BW, 16 en 22 WvK. Inbreng, winstdeling, ondernemersrisico. Bewijsvoorschrift akte VOF. Inschrijving in Handelsregister. Kort geding. Flankerende verboden: verbod negatieve uitlating afgeweze
Procesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Verhouding art. 66 en 122 Rv. Onredelijke benadeling in de zin van art. 122 lid 1 Rv. Valt daaronder vertraging in kennisneming van appel? 'Andere persoon'als bedoeld in art. 46 lid 1 Rv.