Vonnis na verwijzing 438 Rv. Geen toetsing van buitenlands betalingsbevel naar Italiaans recht. Op juiste wijze betekend, ondanks weigering schuldenaar. Certificaat ex 53 Brussel I bis-Vo afgegeven. Executie mag getoetst worden aan 438 Rv. Hier: incasso van deels al lang betaalde
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 438 Rv
Genoemd in 1.147 uitspraken · Officiële wettekst
1.147 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort geding. Vordering tot staken executie vonnis toegewezen. Sprake van juridische misslag in vonnis van de kantonrechter.
Deurrwaarders kort geding over vraag wanneer verzettermijn als bedoeld in art. 43 lid 5 juncto lid 1 Brussel I aanvangt.
In deze kort gedingprocedure is aan de orde of de executoriale beslagen opgeheven moeten worden die [gedaagde] ten laste van [eiser] heeft laten leggen ter tenuitvoerlegging van een verstekvonnis. De voorzieningenrechter zal tot het oordeel komen dat de beslagen niet opgeheven ho
Incidentele vordering tot onbevoegdheid. Vordering tot schadevergoeding in verband met niet deugdelijke nakomen van arbitraal vonnis. Anders dan eiseres stelt is dit geen executiegeschil en vindt 438 Rv geen toepassing. Arbitragebeding is op het geschil van toepassing.
Opheffing gevorderd van executoriaal beslag dat is gelegd tot het verhaal van dwangsommen die zouden zijn verbeurd wegens het niet voldoen aan een veroordeling in een arbitraal vonnis. Artikel 438 Rv van toepassing, artikel 611d Rv niet.
Kort geding. Executiegeschil ex artikel 438 Rv. Geen dwangsommen verbeurd. Verzoek opheffing executoriaal beslag toegewezen.
Incident ex artikel 223 Rv over de tenuitvoerlegging van een exhibitiebevel.
Zoon huurder vordert voor recht te verklaren dat hij ten tijde van eerdere kortgedingprocedure geen woonplaats had in het gehuurde en om te bepalen dat het door de verhuurder ten laste van hem gelegde loonbeslag vexatoir was. Tussenarrest om partijen in de gelegenheid te stellen
Aandeelhoudersgeschil; onrechtmatig handelen jegens aandeelhouder. Kort geding. Onrechtmatige concurrentie via andere vennootschap. Zekerheid voor proceskosten; hoger beroep. Afstemmingsregel. uitleg vonnis. Executiekortgeding. Rechten op e-mailaccounts.
Incidentele vordering. Geschil over relatieve bevoegdheid. Eiseres in de hoofdzaak stelt zich op het standpunt dat zij heeft voldaan aan het vonnis van de rechtbank naar welke rechtbank eisers in het incident menen dat de zaak moet worden verwezen op grond van artikel 611d lid 1
Kort geding. Opheffing executoriaal beslag op woning. Bevoegdheid tenuitvoerlegging exequatur niet verjaard. Stuiting door executoriaal derdenbeslag. Nieuwe verjaringstermijn van artikel 3:319 lid 2 BW is in dit geval niet maximaal 5 jaar. Oorspronkelijke verjaringstermijn van 20
Geen bevoegdheid kantonrechter bij beslissing in executiegeschillen, gemotiveerde afwijzing van het verzoek om over dit onderwerp een prejudiciële vraag te stellen.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Executiegeschil. Is appelgrens van art. 332 lid 1 Rv van toepassing in geval van executiegeschil in de zin van art. 438 lid 2 Rv?
Kort geding. Executie op basis van notariële akte niet geheel geoorloofd, want schuldeiser heeft deels ingestemd met verrekening. Samenloop executoriaal beslag en conservatoir beslag op bankrekening.
Incident in executiegeschil artikel 438 Rv. Bevoegdheid kantonrechter.
Executie kort geding. Primair staking executie gevorderd, subsidiair matiging verbeurde dwangsommen. Eiser vordert bij de kantonrechter op de voet van artikel 438 lid 2 Rv schorsing van de executie van een door de kantonrechter gewezen bodemvonnis. Kantonrechter acht zich daarvoo
Procesrecht; beslag- en executierecht; dwangsom. Executiegeschil; kort geding ingeleid door deurwaarder (art. 438 lid 4 Rv) over de vraag of dwangsommen zijn verbeurd. Is de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden, wegens derdenbeslag onder de veroordeelde niet vatbaar voor
Ontruiming bedrijfspand. Executieverbod afgewezen.
Kort geding. Executiegeschil. Ongedaanmakingsverbintenissen wegens vernietigde koopovereenkomst.
Kort geding Kantonrechter bevoegd in executiegeschil?
Relatieve bevoegdheid executierechter 438 Rv. Afwijkende bevoegdheidsregeling voor dwangsomrechter op grond van artikel 611d Rv in onderhavige zaak niet van toepassing. Voorzieningenrechter die verbod heeft opgelegd relatief onbevoegd ogv 438 Rv.
In het onderhavige geval is de rechtbank Overijssel zowel dwangsomrechter als executierechter, nu deze rechtbank het veroordelend vonnis heeft gewezen (artikel 611d Rv.) en gedaagde (nog steeds) woont in Overijssel (artikel 438 lid 1 jo. 99 Rv.).
Kort geding. Vordering tot opheffing executoriale beslagen. Eis van spoedeisend belang in hoger beroep. Dwangsommen verbeurd wegens niet-voldoening aan eerder vonnis?
Gedaagden zijn bij vonnis van 10 april 2013 onder meer bevolen om valse postzegels en de apparaten waarmee die gemaakt zijn, aan PostNL te overhandigen. Gedaagden hebben daar niet aan voldaan. PostNL vordert daarom thans aan die bevelen lijfsdwang te verbinden. Vorderingen van Po