WAM-verzekering. Schadeomvang; vervolg op HR 20 januari 2006, nr. C04/280, RvdW 2006, 115, geding na verwijzing; schadebegroting ex art. 6:97 BW, stelplicht- en bewijslastverdeling, vrijheid rechter; bewijsrisico; causaal verband, vermoeden als bedoeld in de omkeringsregel.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 424 Rv
Genoemd in 221 uitspraken · Officiële wettekst
221 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid derde uit hoofde van onrechtmatige daad bij wanprestatie van een contractspartij (medewerking aan overdracht van melkquotum aan ander dan verpachter); vervolg op HR 30 september 2005, nr. C04/155, NJ 2005, 513; geding na verwijzing (81 RO).
In dat verband stelt het hof voorop dat op grond van artikel 6:269 BW de ontbinding geen terugwerkende kracht heeft en dat artikel 6:271 BW bepaalt dat de rechtsgrond voor de door de ontbinding getroffen doch reeds nagekomen verbintenissen in stand blijft, maar op partijen de ver
Onteigeningszaak. Vaststelling schadeloosstelling; vervolg op HR 20 juni 2003, nr. 1375, NJ 2003, 522; geding na verwijzing, berekening van bijkomende schade op basis van de verplaatsing van de onderneming naar andere bedrijfsruimte of de liquidatie van de onderneming; peildatum;
Procesrecht. Vordering tot verval van instantie in het geding na cassatie en verwijzing; overgangsrecht, verwijzingsgeding als onvoltooide appèlinstantie valt onder het begrip “verdere behandeling” in art. VII lid 1 NRv.; toepassing van art. 279 (oud) Rv. ongeacht aanhangigheid;
Huurovereenkomst bedrijfsterrein; vervolg op HR 29 oktober 1999, nr. C98/097, NJ 1999, 823; rechtsstrijd in geding na verwijzing, niet voor cassatie gevoerd verweer een nieuwe grief?
Kort geding, vordering tot zekerheidstelling d.m.v. bankgarantie voor voldoening van bij arbitraal vonnis toegewezen vordering, voorlopige/bewarende maatregel in zin van art. 24 EEX-Verdrag; vervolg op HR 6 februari 2004, nr. C02/202, NJ 2005, 404; spoedeisend belang (81 RO).
Procesrecht. Vordering tot verval van instantie in het geding na cassatie en verwijzing; overgangsrecht, verwijzingsgeding als onvoltooide appèlinstantie valt onder het begrip “verdere behandeling” in art. VII lid 1 NRv.; toepassing van art. 279 (oud) Rv. ongeacht aanhangigheid.
Geschil over de hoogte van een schadeloosstelling wegens de onteigening ten behoeve van de aanleg van de Betuwespoorlijn (81 RO).
Verzekeringszaak, verlies van en schade aan leaseauto’s toebehorend aan een leasemaatschappij, dekking onder verzekeringsovereenkomst, ondertekening van polis?, tegenbewijs, vervolg van HR 24 maart 2000, C98/215HR, NJ 2000, 342, geding na verwijzing; 81 RO.
27 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/290HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. PHILIP MORRIS HOLLAND B.V., gevestigd te Bergen op Zoom, 2. AXA COLONIA VERSICHERUNGS AKTIENGESELLSCHAFT, gevestigd te Keulen, Duitsland, 3. SUN INSURANCE COMPANY OF NEW YORK, gevestig
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. C03/226HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Pieter DE BOORDER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van DE TILBURGSCHE HYPOTHEEKBANK N.V., in liquidatie, wonende te Breda, EISER tot cassatie, (deels voorwaardel
5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerder 1], kantoorhoudende te [plaats], VERW
-
-
-
-
-
-
-
Das blaue Licht III. Procesrecht. Cassatie, geding na verwijzing, behandeling van nog niet behandelde geschilpunten, art. 422 Rv., art. 424 Rv.