Personen- en familierecht. Internationaal privaatrecht. Verzoek tot verlenging termijn ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Vervolg op HR 28 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:443, NJ 2014/437. Vormen Europese arrestatiebevelen tegen ouders beletsel voor eerlijk proc
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 424 Rv
Genoemd in 221 uitspraken · Officiële wettekst
221 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Vertegenwoordiging van partij door advocaat ter terechtzitting, art. 279 lid 3 Rv. Omvang rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0760, NJ 2006/660.
Internationaal vervoer. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Forumkeuzebeding. Vervolg op HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2355
Koop. Procesrecht. Vervolg op HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0183. Verzuim; beroep op ‘een voor de voldoening bepaalde termijn’, art. 6:83, onder a, BW; maatstaf HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4357, NJ 2003/257. Devolutieve werking hoger beroep. Inroepen stellingen e
Procedure na verwijzing door de Hoge Raad. Beroep op vervalbeding inzake vordering met betrekking tot beweerdelijk ten onrechte verleende kortingen op dekgelden. Bewijslastverdeling ten aanzien van de vraag of de kortingen in onderling overleg zijn verleend.
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek omgangsregeling in Omgangshuis. Feitelijke grondslag. Belang. Samenhang met HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:748, NJ 2014/237.
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Vervolg op HR 13 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0774. Aanspraak op aanvullende bonus. Aansprakelijkheid werkgever voor schade wegens ontneming werknemer bepaalde werkzaamheden? Goed werkgeverschap, art. 7:611 BW.
Verwijzing Hoge Raad in het kader van artikel 350 lid 3 aanhef en sub f Fw. Appellant wist of had behoren te begrijpen dat de strafrechtelijke veroordeling een week voorafgaande aan zijn WSNP-verzoek van belang was voor de beoordeling van zijn verzoek tot toelating tot de schulds
Art. 81 lid 1 RO. Vormmerk spijkerbroek (Elwood). Vervolg op HR 8 september 2006, LJN AV3384, HR 13 oktober 2006, LJN AZ0095 (herstelarrest), HvJEU 20 september 2007, nr. C-371/06, Pb. C 269, p. 15 en HR 3 april 2009, LJN BH1225. Art. 1 lid 2 BMW, art. 2 lid 1 BVIE, art. 3 lid 1
Art. 6 en 7 Verordening (EG) Nr. 261/2004, compensatie bij langdurige vertraging. HvJEU 19 november 2009 (Sturgeon), LJN BK4714, NJ 2010/137, nog geldend recht? Hoge Raad houdt uitspraak aan in afwachting van nieuwe uitspraak HvJEU.
Art. 81 RO. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Vervolg HR 12 juni 2009, LJN BH4723, NJ 2009/274.
Cassatie. Vervolg van HR 18 april 2003, LJN AF3415, NJ 2003/441. Rechter naar wie Hoge Raad geding ter verdere behandeling en beslissing heeft verwezen, is gehouden zelf het geding verder te behandelen en af te doen zonder dit te verwijzen naar een andere rechter, tenzij de Hoge
Art. 81 RO. Vervolg HR 26 januari 2007, LJN AY9678. Omvang rechtsstrijd na verwijzing.
Kinderalimentatie: omvang geschil na verwijzing door de Hoge Raad (LJN: BN7055); verdeling kosten kinderen; draagkracht vader, moeder en stiefvader; draagkrachtvergelijking; terugbetalingsverplichting.
Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid wedstrijdleiders voor schade als gevolg van ongeval deelnemer kartwedstrijd. Heropening debat over een beroep op vrijwaringsclausule door hof levert in de gegeven situatie geen miskenning op van zijn rol taak als rechter na cassatie en verwi
Alimentatie, limitering oud geval, de WLA heeft tot uitgangspunt dat de alimentatieverplichting niet onbeperkt behoort voort te duren
Cassatie. Geding na verwijzing; omvang rechtsstrijd na verwijzing; taak verwijzingsrechter; de rechter naar wie het geding door de Hoge Raad ter verdere behandeling en beslissing wordt verwezen, is gehouden het geding zelf verder te behandelen en af te doen zonder dit te verwijze
Verbintenissenrecht/Procesrecht. Koopovereenkomst aan zijde koper onder invloed van dwaling tot stand gekomen? (art. 81 RO). Voorwaarde die hof in dictum heeft verzuimd te verbinden aan veroordeling tot betaling door Hoge Raad alsnog aan de door het hof uitgesproken veroordeling
Procesrecht. Verval van (appel)instantie; artt. 284 (oud) Rv en art. 253 Rv. Verval van appelinstantie bewerkt dat gehele instantie vervalt, inclusief de reeds gegeven bindende eindbeslissingen en ongeacht of tegen die bindende eindbeslissingen - tevergeefs - in cassatie is opgek
Vervolg op HR19-03-2010 (LJN BK8146). Voorlopig getuigenverhoor. Tussenbeschikking.
WSNP. Verzoek verhoging beslagvrije voet. Uitsluiting rechtsmiddel op de voet van art. 360 F. Doorbrekingsgrond. Schending door rechtbank van fundamenteel rechtsbeginsel van hoor en wederhoor.
Cassatie. Geding na verwijzing; taak verwijzingsrechter; verwijzingsrechter moet - behoudens in uitzonderingsgevallen, die zich hier niet voordoen - de zaak behandelen in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de vernietigde uitspraak en mag dus geen acht slaan op verwer
Vervolg op HR 14 oktober 2005, NJ 2006, 30. Kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van art. art. 36 lid 3 Invorderingswet 1990 (Iw 1990)? Causaal verband tussen kennelijk onbehoorlijk bestuur en onbetaald blijven van belastingschulden als bedoeld in art. 36 lid 3 Iw 1990? Grenz
EVRM. Vervolg op HR 2 september 2005, NJ 2006, 291. Huiszoeking ter inbeslagneming. Voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit waaraan moet zijn voldaan om een inbreuk op de door art. 8 en 10 EVRM gewaarborgde rechten in een democratische samenleving noodzakelijk t
Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid op voet van art. 7:658 BW voor psychische schade; vervolg op HR 11 maart 2005, nr. C03/289, RvdW 2005, 37; geding na verwijzing (81 RO).