Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 407 Rv
Genoemd in 1.418 uitspraken · Officiële wettekst
1.418 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
CAG. M1. OM-cassatie. Valkenburgse zedenzaken. Het middel stelt de rechtsvraag aan de orde of het opleggen van één (of enkele) dag(en) gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf een met de bedoeling van de wetgever strijdige ‘omzeiling’ vormt van het in art. 22b Sr neergeleg
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Verzuim niet hersteld binnen daarvoor gegeven termijn.
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Verzuim niet hersteld binnen daarvoor gegeven termijn.
Effectenleaseovereenkomst. Gebondenheid aan Duisenberg-regeling wanneer één van beide echtgenoten het Dexia-Aanbod heeft aanvaard en de andere met beroep op art. 1:89 BW een verklaring tot buitengerechtelijke vernietiging van de effectenleaseovereenkomst heeft uitgebracht, terwij
Effectenleaseovereenkomst. Geldt aan Dexia verzonden brief als ‘opt out-verklaring’ in de zin van art. 7:908 lid 2 BW, hoewel zij niet gericht was aan de notaris die daartoe in de WCAM-overeenkomst (Duisenberg-regeling) is aangewezen?
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting
Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv. Beroep op art. 6 EVRM.
Arbeidsrecht. Loonvordering; geschil over arbeidsongeschiktheid werknemer door ziekte (81 RO)
Verstekverlening; dagvaarding in cassatie van rechtsopvolger na een juridische fusie, gevolgen van een onjuiste partijaanduiding, betekening aan procureur uit vorige instantie.
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], voorheen handelende en zaakdoende onder de naam Machinebouw Meppel B.V. i.o. te Meppel, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. F.W.J. van der Steen, t e g e n
-
-
-
-
-
-
Jaarrekening rechtspersonen. Vordering procureur-generaal ex art. 999 lid 2 Rv (oud). Geldigheid dagvaarding. ‘Openbaar belang’. Stelplicht.