Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit vooringenomenheid van de kantonrechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De wrakingsg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 39 Rv
Genoemd in 595 uitspraken · Officiële wettekst
595 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Wrakingskamer
Verzoek tot wraking tevens (voorwaardelijke) verzoek tot wraking van de voorzitter van de wrakingskamer. Aan het verzoek tot wraking wordt ten grondslag gelegd dat de rechter ter zitting heeft verklaard dat het niet aan de werkgever is om te beoordelen of een werknemer wel of nie
De wrakingskamer acht het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Ingevolge artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan in deze zaak slechts bij advocaat worden geprocedeerd. Dit betekent dat een wrakingsverzoek niet, zoals hier, door een gemachtigde kan worden
Aan het verzoek ligt ten grondslag de wijze waarop de rechter heeft beslist op het door de advocaat van verzoekster gedane beroep op de onbevoegdheid van de rechter. Door de indringende wijze waarop haar advocaat werd bevraagd en de haast waarmee werd beslist op het bevoegdheidsi
Het verzoek bevat geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, is/zijn af te leiden. Dat de rechter eerder zou zijn gewraakt en daarin zou hebben berust vormt, wat daar verder ook van zij, op zi
Derde verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die hun zaak in behandeling heeft. Gelet op een eerdere beschikking waarin is bepaald dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen, kunnen
De grondslag van het verzoek betreft de door de rechter ter zitting gemaakte opmerkingen, de ‘lacherige’ houding van de rechter en het feit dat de rechter hoe dan ook een eindbeschikking wilde wijzen. Een opmerking van de rechter kan, zoals de rechter ook heeft gesteld, prikkelen
Afwijzing aanhoudingsverzoek mondelinge behandeling is een procedurele beslissing. Geen sprake van (schijn van) vooringenomenheid dan wel partijdigheid van het hof gelet op gestelde telefonische uitlatingen, nu onvoldoende is gesteld of aannemelijk is gemaakt dat gestelde uitlati
Wrakingszaak.
Wrakingszaak.
Verzoek tot wraking in civiele procedure met nummer 276010 / HA RK 14-14 is afgewezen.
Verzoeker legt aan het verzoek ten grondslag dat de motivering van een door de rechter op 4 oktober 2013 gegeven rolbeschikking bij hem de schijn van partijdigheid heeft gewekt. De rechtbank is van oordeel dat wat er ook zij van de door verzoeker tegen de beslissing aangevoerde b
Verzoek tot wraking afgewezen. Dat de rechtspraak in Nederland onvoldoende transparant is en de rechters een imagoprobleem hebben, is enkel algemeen van aard en niet toegespitst op de gewraakte rechter. Dat met de afwijzing om opnames te mogen maken van de zitting het recht op de
Wrakinsgverzoek afgewezen. De juistheid van de onderhavige beslissing kan niet door middel van een wrakingsverzoek aan de orde worden gesteld. Die vraag kan in een eventueel hoger beroep aan de orde worden gesteld.
Wrakingszaak.
Wrakingszaak.
Verzoek tot wraking in civiele procedure met zaaknummer 273517 HA RK 13-256 is afgewezen.
Het hof verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.
Aan het wrakingsverzoek wordt – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat de rechter, zo blijkt uit de brief van 25 september 2013, ten onrechte stelt tijdens een comparitie met partijen te hebben afgesproken dat een descente wordt ingelast waarbij partijen overeenstemming zoud
Verzoek tot wraking in civiele procedure met zaaknummer 273220 HA RK 13-247 is afgewezen.
Wrakingszaak.
Verzoek tot wraking kantonrechter afgewezen. De beslissing de comparitie niet uit te stellen is een procesbeslissing. Een procesbeslissing is voor de daarbij in het ongelijk gestelde partij op zichzelf onvoldoende grond voor wraking. Een rechter moet een tussentijds aan hem gevra
Aan het wrakingsverzoek wordt – kort weergegeven – ten grondslag gelegd een aantal gebeurtenissen die zich hebben voorgevallen ter zitting van 19 september 2013 waardoor verzoekers de conclusie trekken dat de rechter vooringenomen is jegens hen, althans dat de bij verzoekers dien
Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter de schijn van partijdigheid gewekt door hem slechts vier weken uitstel te verlenen, en hem daardoor de mogelijkheid is ontnomen om zich adequaat tegen de vordering van zijn wederpartij te verdedigen. De rechtbank overweegt dat het