Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2014:9199
2014-03-21
Civiel recht
80.2014
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Derde verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die hun zaak in behandeling heeft. Gelet op een eerdere beschikking waarin is bepaald dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen, kunnen zij niet in hun verzoek worden ontvangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.392 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
wrakingskamer
Beschikking op het bij brief van 18 maart 2014 gedane en onder rekestnummer C/14/561429 HA RK 80.2014 ingeschreven verzoek van:
[naam1]
wonende te Amsterdam,
verzoekers,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. E. Pennink, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1. Verloop van de procedure
1.1
Verzoekers zijn eisers in conventie en gedaagden in reconventie in een bij de rechter in behandeling zijnde zaak geregistreerd onder nummer 1223032 CV EXPL 11-4298.
1.2
Bij brief van 5 augustus 2013 hebben verzoekers een wrakingsverzoek jegens de rechter ingediend. Bij beschikking van 4 oktober 2013 heeft de wrakingskamer het verzoek van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
1.3
Bij brief van 11 oktober 2013 hebben verzoekers een (tweede) wrakingsverzoek ingediend. Bij beschikking van 21 november 2013 heeft de wrakingskamer het verzoek van verzoekers afgewezen en bepaalt dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen.
.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Verzoekers hebben opnieuw een (derde) verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die hun zaak in behandeling heeft. Gelet op de beschikking van 21 november 2013 waarin is bepaald dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen, kunnen zij niet in hun verzoek worden ontvangen.
2.2
Op grond van het voorgaande wordt aanstonds beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. A.W.J. Ros, voorzitter M.G. Tarlavski-Reurslag en M.J. Diemer, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.
wrakingskamer
Beschikking op het bij brief van 18 maart 2014 gedane en onder rekestnummer C/14/561429 HA RK 80.2014 ingeschreven verzoek van:
[naam1]
wonende te Amsterdam,
verzoekers,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. E. Pennink, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1. Verloop van de procedure
1.1
Verzoekers zijn eisers in conventie en gedaagden in reconventie in een bij de rechter in behandeling zijnde zaak geregistreerd onder nummer 1223032 CV EXPL 11-4298.
1.2
Bij brief van 5 augustus 2013 hebben verzoekers een wrakingsverzoek jegens de rechter ingediend. Bij beschikking van 4 oktober 2013 heeft de wrakingskamer het verzoek van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
1.3
Bij brief van 11 oktober 2013 hebben verzoekers een (tweede) wrakingsverzoek ingediend. Bij beschikking van 21 november 2013 heeft de wrakingskamer het verzoek van verzoekers afgewezen en bepaalt dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen.
.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Verzoekers hebben opnieuw een (derde) verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die hun zaak in behandeling heeft. Gelet op de beschikking van 21 november 2013 waarin is bepaald dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen, kunnen zij niet in hun verzoek worden ontvangen.
2.2
Op grond van het voorgaande wordt aanstonds beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. A.W.J. Ros, voorzitter M.G. Tarlavski-Reurslag en M.J. Diemer, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.