Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit vooringenomenheid van de kantonrechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De wrakingsg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 39 Rv
Genoemd in 595 uitspraken · Officiële wettekst
595 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Verzoek tot wraking tevens (voorwaardelijke) verzoek tot wraking van de voorzitter van de wrakingskamer. Aan het verzoek tot wraking wordt ten grondslag gelegd dat de rechter ter zitting heeft verklaard dat het niet aan de werkgever is om te beoordelen of een werknemer wel of nie
De wrakingskamer acht het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Ingevolge artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan in deze zaak slechts bij advocaat worden geprocedeerd. Dit betekent dat een wrakingsverzoek niet, zoals hier, door een gemachtigde kan worden
Aan het verzoek ligt ten grondslag de wijze waarop de rechter heeft beslist op het door de advocaat van verzoekster gedane beroep op de onbevoegdheid van de rechter. Door de indringende wijze waarop haar advocaat werd bevraagd en de haast waarmee werd beslist op het bevoegdheidsi
Het verzoek bevat geen gronden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, is/zijn af te leiden. Dat de rechter eerder zou zijn gewraakt en daarin zou hebben berust vormt, wat daar verder ook van zij, op zi
Derde verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die hun zaak in behandeling heeft. Gelet op een eerdere beschikking waarin is bepaald dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking van de rechter die hun zaak in behandeling heeft niet in behandeling wordt genomen, kunnen
De grondslag van het verzoek betreft de door de rechter ter zitting gemaakte opmerkingen, de ‘lacherige’ houding van de rechter en het feit dat de rechter hoe dan ook een eindbeschikking wilde wijzen. Een opmerking van de rechter kan, zoals de rechter ook heeft gesteld, prikkelen
Verzoeker legt aan het verzoek ten grondslag dat de motivering van een door de rechter op 4 oktober 2013 gegeven rolbeschikking bij hem de schijn van partijdigheid heeft gewekt. De rechtbank is van oordeel dat wat er ook zij van de door verzoeker tegen de beslissing aangevoerde b
Aan het wrakingsverzoek wordt – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat de rechter, zo blijkt uit de brief van 25 september 2013, ten onrechte stelt tijdens een comparitie met partijen te hebben afgesproken dat een descente wordt ingelast waarbij partijen overeenstemming zoud
Aan het wrakingsverzoek wordt – kort weergegeven – ten grondslag gelegd een aantal gebeurtenissen die zich hebben voorgevallen ter zitting van 19 september 2013 waardoor verzoekers de conclusie trekken dat de rechter vooringenomen is jegens hen, althans dat de bij verzoekers dien
Het verzoek is gericht tegen rechters die beiden al een eindbeslissing hebben genomen. De rechtbank overweegt dat het verzoek is gedaan nadat in de desbetreffende zaken einduitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan
Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter de schijn van partijdigheid gewekt door hem slechts vier weken uitstel te verlenen, en hem daardoor de mogelijkheid is ontnomen om zich adequaat tegen de vordering van zijn wederpartij te verdedigen. De rechtbank overweegt dat het
Verzoek afgewezen. Het verzoek betreft procesbeslissingen, waarover in de wrakingsprocedure in beginsel niet wordt geoordeeld. Voorts is het beginsel van hoor en wederhoor niet geschonden.
Verzoekster tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard zonder mondelinge behandeling. De rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, heeft geen zaak tegen verzoekster meer in behandeling. Voor een mondelinge behandeling van het verzoek bestaat geen aanleiding. Het in artike
Verzoek afgewezen. De door verzoeker gestelde feiten en omstandigheden leveren geen grond tot wraking op.
Verzoekster tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard zonder mondelinge behandeling. De gewraakte rolrechter heeft geen bemoeienis meet met de zaak van verzoekster, nadat hij zijn rolbeschikking heeft gegeven.
Verzoek tot wraking van de wrakingskamer afgewezen. Anders dan verzoeker kennelijk meent, staat de juistheid van beslissingen van wrakingsrechters in beginsel niet ter beoordeling van een opvolgende warkingskamer. Bovendien gaat het hier om procedurele beslissingen, die niet onbe
Verzoek afgewezen. De door verzoeker gestelde feiten en omstandigheden leveren geen grond tot wraking op. Het feit dat de rechter eerder ten nadele van verzoeker heeft beslist, en dan nog wel in een verstekzaak, vormt geen grond tot wraking. Hetzelfde geldt voor de ordemaatregel
Het wrakingsverzoek is gegrond op de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid van de rechter door aan de advocaat van verzoeker onvoldoende ruimte te geven om de standpunten van verzoeker uiteen te zetten. In de gestelde uitlatingen door de rechter is naar het oordeel van de re
Verzoek afgewezen. Anti-misbruikbepaling. Omdat verzoeker slechts in algemene termen verwijten jegens de rechter heeft gemaakt en feiten heeft aangevoerd die zelfs als het verweer van rechter buiten beschouwing wordt gelaten niet tot wraking kunnen leiden, wordt de anti-misbruikb
Verzoek tot wraking van de wrakingskamer afgewezen zonder mondelinge behandeling. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de gewraakte rechter en een lid van de wrakingskamer reeds jaren samenwerken n een organisatie voor zakelijke mediation en geschillenbeslechting. Dit is g
Wrakingsverzoek afgewezen. Het verzoek tot wraking steunt op de gedachte dat de rechter, doordat de afspraken in de vorige procedure onder haar leiding tot stand zijn gekomen, min of meer onderdeel is geworden van die afspraken. Dat heeft er toe geleid dat de rechter de schijn va
De rechter heeft een rolbeslissing genomen en daarbij bepaald dat aan de zijde van verzoekers geen getuigenverhoor wordt bepaald, omdat verzoekers in hun akte niet hebben aangegeven dat zij getuigen wensen te horen. Volgens verzoekers is dit niet juist, omdat uit hun akte valt af
Verzoekster tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van de anti-misbruikbepaling. Uit de stukken en de nader ter zitting gegeven toelichting blijkt dat de gronden waarop het verzoek is gedaan, een gebeurtenis betreffen die zich jaren geleden heeft voorgedaan en
Verzoek afgewezen. Toepassing anti-misbruikbepaling. Volgens verzoekster heeft de rechter zich partijdig getoond door onder meer bij het getuigenverhoor de getuige niet voldoende tijd te geven om vragen te beantwoorden en door bij een tussenvonnis verzoekster met een bewijsopdrac