Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurbemiddeling met betrekking tot huur van woonruimte, art. 7:425 BW. Plaatsing van een te verhuren woning op de website van een bemiddelaar. Is aanspraak op loon een noodzakelijke voorwaarde? ‘Dienen van twee heren’, art. 7:417 lid 4 en art. 7:
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). WSNP. Mogelijkheid verlenging na einde schuldsaneringstermijn. Art. 349a lid 2 en 3 Fw. Lopen schuldsaneringsverplichtingen door in de periode gelegen tussen afloop schuldsaneringstermijn art. 349a lid 1 Fw en onherroepelijke beslissing omtrent
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde instelling (art. 1:263 BW en art. 1:265f BW) tot beperking contact tussen met gezag belaste ouder en minderjarige. Toepasselijkheid HR 25 apr
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Heeft de rechter de ruimte om op verzoek van een non-binaire persoon tot toewijzing van een verzoek te komen dat leidt tot een genderneutrale registratie in de registers van de burgerlijke stand?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder firma. Arbeidsovereenkomst 'met de vof'; wie is als werkgever aan te merken? Pluraliteit van schuldenaren (art. 6:6 BW); hoofdelijke verbondenheid vennoten (art. 18 WvK).
Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Consumentenrecht. Telefoonabonnement met ‘gratis’ mobiele telefoon. Koop op afbetaling (art. 7A:1576 BW)? Goederenkrediet (art. 1, aanhef en onder a en e, Wck (oud))? Kredietovereenkomst (art. 7:57 lid 1, aanhef en onder c, BW)? Strekking overeenk
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal publiekrecht. Conservatoir beslag op eigendommen van vreemde staten. Omvang immuniteit van executie. Verwijzing naar HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1387, NJ 2010/525 (Azeta/JCR en Staat), en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:45
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking art. 6:44 BW (en art. 1433 (oud) BW). Bevoegdheid rechter om in B2B-relatie buite
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Unierecht. Consumentenrecht. Bestelknopbepaling (art. 6:230v lid 3 BW; art. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Kan handelaar recht hebben op vergoeding o.g.v. onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking a
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Verzet tegen faillietverklaring. Is de curator belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw? Gronden voor vernietiging. Misbruik van bevoegdheid.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokka
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Is een niet-wijzigingsbeding voor kinderalimentatie nietig? Maakt het daarvoor uit of ten voordele of ten nadele van de onderhoudsgerechtigde is afgeweken van de wettelijke maatstaven? Is art. 1:159
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van het proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad heeft voornemen over d
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Vonnis van meervoudige kamer rechtbank mede gewezen door rechter die inmiddels tot raadsheer in hof was benoemd. Is dat vonnis nietig op grond van art. 5 lid 2 RO? Is het vonnis ‘gewezen’ op moment dat de schriftelijke weergave van
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Unierecht. Consumentenrecht. Bestelknopbepaling (art. 6:230v lid 3 BW; art. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Voldoet knop met alleen ‘bestellen’, ‘bestelling plaatsen’ of ‘bestelling afronden’ aan art. 6:230v lid 3 B
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens in het kredietregistratiestelsel van het BKR; art. 6 lid 1, onder c, AVG (wettelijke grondslag) of art. 6 lid 1, onder f, AVG (ter behartiging va
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van het kind).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Art. 7:267 lid 7 BW. Scheidingsregeling. Werking jegens verhuurder? HR 13 november 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC3287. Overeenkomstige toepassing art. 7:267 lid 7 BW als huurovereenkomst door twee of meer huurders is gesloten met verhuurder
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Intellectuele eigendomsrecht. Handelsnaamwet (Hnw). Beschrijvende handelsnaam. Is voor bescherming o.g.v. art. 5 Hnw van beschrijvende handelsnamen zonder onderscheidend vermogen voldoende dat verwarringsgevaar bestaat, of zijn bijkomende omstandi
Vervolg op HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2643. Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). EU-Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG. Exhibitie. Art. 1019a, 1019b en 843a Rv. Wat zijn de maatstaven voor toewijzing van een exhibitievordering in verband met een beweerde IE-inbreuk? Thans pre
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vordering tot schadevergoeding van gewezen verdachte op grond dat van zijn onschuld is gebleken. Is het gebleken onschuld-criterium in strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM?