Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkt
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 392 Rv
Genoemd in 495 uitspraken · Officiële wettekst
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; u
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv). Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassat
Intellectuele eigendom. 3e bevoegdheidsincident. In het tussenvonnis m.b.t. het 1e bevoegdheidsincident is een bindende eindbeslissing genomen t.a.v. de bevoegdheid. Daarvan is tussentijds appel toegestaan en ingesteld. Daargelaten of het onderhavige incident in strijd is met het
Verwijzing op grond van betrokkenheid (art 62b RO). Gebondenheid aan verwijzing.
Medische aansprakelijkheid in PIP-borstimplantatenzaak. Partijen dienen zich uit te laten, onder meer over het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Ondertoezichtstelling. Verzoek tot aanhouding zitting afgewezen. Geen klemmende reden als bedoeld in artikel 1.4.8 van het Procesreglement Verzoekschriftprocedures. De vraag of vader belanghebbende is, wordt eerst beantwoord na een uitspraak van de Hoge Raad hierover.
Schriftelijke aanwijzing en beperking van contact tussen de ouder en de minderjarige. In deze zaak heeft de gecertificeerde instelling door middel van een schriftelijke aanwijzing een eerder door de rechter vastgestelde regeling gewijzigd. Over de reikwijdte van artikel 1:265f BW
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten beschouwing moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw.
Tussenvonnis. arbeidsongeschiktheidsverzekering; geschil over de (wijze van) vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid; uitlaten over prejudiciële vragen stellen.
Huurrecht Woonruimte. Vervolg op HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726, NJ 2016/449. De verhuizing tijdens de werkzaamheden aan de huurwoning was noodzakelijk door de renovatiewerkzaamheden. De huurder heeft recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.
huwelijksvermogensrecht; verdeling; uitsluitingsclausule (art. 1:94 lid 2 sub a BW) in internationaal verband; art. 1 P1 en art. 14 EVRM; Hoge Raad 17 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:276); tussentijds beroep in cassatie ECLI:NL:HR:2014:3076 ECLI:NL:HR:2016:662
Gezag. Beëindiging ex artikel 1:266 BW. Het hof verzoekt de Hoge Raad om bij wijze van prejudiciële beslissing ex artikel 392 e.v. Rv de in de beschikking geformuleerde rechtsvragen te beantwoorden. In eerste aanleg is het gezag van beide ouders beëindigd. Eén van de ouders (de v
De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad in een zogenoemde NAM-zaak. Partijen worden in de gelegenheid gesteld op de door de rechtbank voorgestelde vragen te reageren.
Afsluiten WAM-verzekering motorrijtuig nadat daarmee ongeval heeft plaatsgevonden. Vermelding WAM-verzekeraar in RDW-register met ingang datum ongeval. Dient schade te worden gedragen door WAM-verzekeraar of door Waarborgfonds? Prejudiciële vragen aan HR.
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Procesrecht. Vordering tegen meer gedaagden, die deels wel en deels niet in het geding verschijnen. Is art. 140 lid 3 Rv van toepassing, indien de zaak ten aanzien van de verschenen gedaagden wordt doorgehaald? Vonnis op tegenspraak of verst
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is omzetting van kerkgenootschap in privaatrechtelijke rechtspersoon (of andersom) mogelijk? Overeenkomstige toepassing van art. 2:18 BW? Omvang rechterlijke toetsing.
Artikel 392 Rv. Eiseres verzoekt de rechtbank om een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voor te leggen. Dit verzoek wordt afgewezen. Er is sprake van een algemene vraagstelling en er dienen eerst relevante feiten te worden vastgesteld. Beantwoording van de vraag is niet nodig om
Arbeidsrecht, Wwz; aanhouding i.v.m. prejudiciële vraag. Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter heeft, voor het geval onherroepelijk komt vast te staan dat er een arbeidsovereenkomst is, die overeenkomst ontbonden op de g-grond en de werkgever bewijs opgedragen van stelling dat het om o
Omzetting kerkgenootschap in stichting. Art. 2:18 BW van overeenkomstige toepassing? Reikwijdte toetsing. Prejudiciële vragen aan de HR.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vervolg op HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901, NJ 2014/428 en HvJEU 7 april 2016, ECLI:EU:C:2016:216. Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG. Moet ontslag
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). EU-Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG. Exhibitie. Art. 1019a, 1019b en 843a Rv. Wat zijn de maatstaven voor toewijzing van een exhibitievordering in verband met een beweerde IE-inbreuk? Prejudiciële vragen aan HvJEU over eventuele afwijkende maatsta
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot faillietverklaring; geen pluraliteit van schuldeisers; bekrachtiging beschikking
Overheidsaansprakelijkheid / Wahv: Overheid aansprakelijk op grond van schending 8 EVRM in aan EHRM 14 februari 2012 (nr. 7094/06 Romet – Staat der Nederlanden) verwant geval.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van