-
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 362 Rv
Genoemd in 519 uitspraken · Officiële wettekst
519 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Uitzondering op tweeconclusieregel? Verzet goede procesorde zich ertegen dat stukken die later dan tien dagen voor zitting zijn ingebracht, buiten beschouwing worden gelaten (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 279 lid 6
Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.
in deze zaak gaat het om de vraag of sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Voldoende aannemelijk is geworden dat de werkneemster op 20 mei 2023 haar partner heeft geholpen bij de mishandeling van de CEO van de werkgever. Naar het oordeel van het hof
Personen- en familierecht. Benoeming van bewindvoerder en mentor. Oproeping van alle kinderen als belanghebbenden. Wettelijke voorkeur voor persoon van bewindvoerder en mentor. Art. 1:435 lid 4 BW en art. 1:452 lid 4 BW.
Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter heeft terecht niet ontbonden, maar in hoger beroep wordt de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever alsnog beëindigd op inmiddels ontstane g-grond. Moment herplaatsingsonderzoek. Werkgever treft ernstig verwijt dat verstoring onherstelbaar wer
IPR; rechtsmacht inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. Welk peilmoment geldt voor de beoordeling van de rechtsmacht ter zake van het verzoek tot het gelasten van een terugverhuisgebod dat voor het eerst in hoger beroep is gedaan? Uitleg van art. 8 jo. 16 lid 1 onder a Brussel I
Vervolg van ECLI:NL:HR:2022:1058. Recht op mondelinge behandeling (art. 87 lid 8 Rv). Stelplicht. Domeinleer. Een welwillende en onbekrompen uitleg van de gedingstukken.
Werkgever detacheert, na een interne opleiding, ‘trainees’ zonder relevante IT-ervaring in de IT-branche, opdat zij na enige tijd op eigen kracht in de IT-branche aan de slag kunnen. Werk¬nemer is opgeleid en - na enige twijfel bij de werkgever, die zij uiteindelijk overwint - ge
Kinderalimentatie, processuele positie en behoefte jongmeerderjarige, eigen inkomsten jongmeerderjarige, terugbetalingsverplichting.
Procesrecht; verzoek om mondelinge behandeling in hoger beroep (art. 87 lid 8 Rv); motivering en maatstaf afwijzing verzoek
het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is gedeeltelijk door de rechtbank afgewezen / ingevolge artikel 188 lid 2 Rv is dan ook een hogere voorziening toegelaten / er is dus geen sprake van een rechtsmiddelenverbod / appellant in de zaak 627 is ontvankelijk i
Verevening buitenlandse pensioenen.
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. De gestelde dringende reden is niet komen vast te staan. De opzegging is in strijd met artikel 7:671 BW. Het eindigen van de arbeidsovereenkomst is niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, zodat zij recht heeft
Artikelen 362 en 285 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv): verzoek tot verwijzing naar hof Den Bosch wegens samenhang/verknochtheid afgewezen. Zie ook: HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513.
Op grond van artikel 362 jo 283 en 130 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vader ontvankelijk in zijn aanvullende verzoek in hoger beroep. Artikel 1:277 BW, vader onvoldoende onderbouwd dat herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is. Onvoldoende concre
289 Rv. Proceskostenveroordeling ten laste van faillissementsboedel na intrekking van hoger beroep tegen afgewezen gijzelingsverzoek.
Het gaat in deze zaak om een stichting die certificaten van aandelen uitgeeft. In eerste aanleg heeft de rechtbank op 28 maart 2018 een bestuurder van die stichting benoemd. Een certificaathouder die niet opgeroepen was voor de procedure bij de rechtbank, wordt op 1 mei 2019 beke
Arbeidsrecht. Vervolg van HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484. Ontslag op staande voet, door kantonrechter en hof rechtsgeldig geoordeeld; na cassatie en verwijzing oordeelt verwijzingshof dat ontslag onterecht was en veroordeelt het de werkgever tot herstel arbeidsovereenkomst
Procesrecht. Wraking (art. 36 e.v. Rv). Partij verzoekt verwijzing naar ander hof, dan wel wraking als verwijzing wordt afgewezen. Hof wijst verzoek tot verwijzing af en geeft eindbeslissing. Vervolgens heeft de wrakingskamer de partij niet-ontvankelijk verklaard. Schorsende werk
Bevoegdheid Nederlandse rechter t.a.v. echtscheidingsverzoek en verzoek tot vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarige in het geval van litispendentie. Gewone verblijfplaats minderjarige in de zin van artikel 8 Brussel II-bis en artikel 5 HKBV 1996.
Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter heeft ontslag op staande voet terecht vernietigd. Het rechtstreeks continueren van zorgverlening door werkneemster aan cliënten van werkgever is in de omstandigheden van het geval geen dringende reden. Evenmin rechtvaardigt dit ontbinding op de e-g
Wwz. Werkneemster heeft eigen ontbindingsverzoek, dat door de kantonrechter was toegewezen zonder toekenning van een vergoeding, ingetrokken en stelt hoger beroep van voorwaardelijk ontbindingsverzoek van werkgever. Hof oordeelt dat kantonrechter terecht dat verzoek op de g-grond
Vernietiging vonnis rechtbank en afwijzing verzoek tot faillietverklaring. In hoger beroep wordt niet meer voldaan aan de vereisten voor faillietverklaring. De in de eerste aanleg bestaande steunvorderingen worden volledig althans conform de overeengekomen regelingen voldaan. Het
Rechtbank verklaart biologische vader ontvankelijk in verzoek omgangsregeling. Zaak aangehouden voor raadsonderzoek. Hoger beroep n-o; beslissing rechtbank is een tussenbeschikking. Geen tussentijds hoger beroep opengesteld.