Huur bedrijfsruimte ex art.7:230a BW. Hoger beroep ingeleid met een dagvaarding (zonder grieven) in plaats van met een verzoekschrift. Geen misbruik van procesrecht. Biedt art. 69 Rv de mogelijk om alsnog grieven in te dienen ná het verstrijken van de appeltermijn? Neen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 358 Rv
Genoemd in 566 uitspraken · Officiële wettekst
566 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Gerechtelijke vaststelling vaderschap van man die kind reeds heeft erkend: kan wel. Artikel 6 Rijkswet op Nederlanderschap is discriminatoir.
Niet-ontvankelijkheid. Aan de wettelijke termijn van hoger beroep doet niet af, dat partijen niet van een nieuwe, latere uitspraakdatum op de hoogte zijn gesteld en evenmin, dat de de beschikking op de dag van de uitspraak niet door de griffier zou zijn ondertekend of dat in de
Huurrecht. Geschil tussen verhuurster en huurster van bedrijfspand; nadere huurprijsvaststelling, ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking van kantonrechter tot toewijzing van verzoek van de huurster ex art. 7:304 lid 2 BW tot benoeming deskundige, eindbeschikking?
In het licht van al het vorenstaande komt het hof dan ook tot het oordeel dat er geen aanleiding is de behandeling van deze zaak tot een nadere zitting aan te houden, teneinde de rechter/rechtbank in Texas (alsnog) in de gelegenheid te stellen een verweerschrift in te dienen en/o
In een uitvoerig gemotiveerd verstekvonnis gaat de voorzieningenrechter in op de vraag of de voorschriften van de artikelen 111 en 112 Rv toepasselijk zijn op de kort gedingdagvaarding, en op de vraag wat de gevolgen voor de kort gedingdagvaarding zijn indien niet aan die voorsch
Verhaal bijstand. Ontvankelijk na drie maanden na datum beslissing in eerste aanleg. Geen draagkracht in verband met faillissement.
Hoger beroep termijn in verhaalszaken krachtens de Algemene bijstandswet is drie maanden.
Echtscheidingszaak; mogelijkheid van beroep tegen in eerste aanleg uitgesproken echtscheiding, herstel van de band tussen het verzoek tot echtscheiding en de verzochte nevenvoorzieningen; partneralimentatie, motiveringseisen; ontvankelijkheid in hoger beroep, deelbeschikking?
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Betreft hoger beroep van een tussenbeschikking ex art. 7:685 BW. In deze zaak komt de vraag aan de orde of het in art. 358 lid 4 Rv neergelegde appelverbod van de tussenbeschikking wordt doorbroken, aangezien de kantonrechter in de bestreden beschikking de voorvraag of aan de Ned
Arriva heeft bij verweerschrift in het incident, ingekomen ter griffie van het hof op 25 oktober 2005, de verzoeken van CNV Bedrijvenbond bestreden en verzocht, primair CNV Bedrijvenbond niet ontvankelijk te verklaren in het door haar onder I en II verzochte en subsidiair, ingeva
Is hoger beroep mogelijk tegen een (tussen)beschikking in een zaak betreffende vaststelling vaderschap waarbij de rechtbank DNA onderzoek heeft bevolen met opening van een graf en met vaststelling van een voorlopig voorschot voor de kosten van de deskundige ten laste van een van
25 augustus 2005 Rekestenkamer Rekestnummer R200500379 Procesrecht, niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn ex art. 806 RV Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is de minderjarige [naam minderjarige dochter] geboren. De vrouw oefent het ee
8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/113HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advo
Appellante niet ontvankelijk in haar hoger beroep, nu zij in hoger beroep is gekomen van een eindbeslissing niet zijnde een eindbeschikking in de zin van artikel 358 lid 1 Rv en de uitzonderingen als vermeld in artikel 358 lid 4 Rv zich niet voordoen.
22 april 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/125HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J. Arentshorst, t e g e n Mr. Augustinus Reinirus Maria BERNTSEN, in zijn hoedanigheid van curat
Ontvankelijkheid beroepschrift bij gebruikmaking koeriersdienst.
De man komt in hoger beroep van een tussenbeschikking waarbij de rechtbank de zaak heeft terugverwezen naar de Raad voor de Kinderbescherming, teneinde proefcontacten tussen de gewezen echtgenote van de man en het kind van partijen te organiseren. De man voert aan dat, hoewel het