ontvankelijkheid in hoger beroep; appeltermijn.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 358 Rv
Genoemd in 566 uitspraken · Officiële wettekst
566 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Incidenteel beroep tijdig ingediend? Datum binnenkomst fax bepalend. Eventueel latere datering geen relevante omstandigheid.
Beschikking Rechtbank niet op juiste wijze verzonden. Art. 291 en 272 Rv. Moeder ontvankelijk in haar beroep.
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepstermijn (tijdig). Inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand doorgehaald (LJN-nummer BK1182). Belang van de procedure is hiermee komen te ontvallen.
Hoger beroep van een beschikking waarbij de rechtbank een verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor heeft toegewezen. Overschrijding appeltermijn; verschoonbaar gelet op de beschikking van de HR van 28 november 2003 (NJ 2005, 465)?
Hoger beroep tegen deskundigenbenoeming (DNA-onderzoek verwekkerschap); tussenbeschikking, niet ontvankelijk.
Ontvankelijkheid in appel. Duurzame ontwrichting betwist. Geloofsovertuiging verzet zich tegen echtscheiding. Alimentatieverzoeken afgewezen bij gebrek aan informatie.
Ontheffing van gezag. Datum uitspraak gewijzigd door de rechtbank. Uitleg termijn van beroep. (geen) kennelijke misslag artikel 31 Rv. Geen verlenging van de termijn van hoger beroep.
Jeugdbescherming is geen belanghebbende bij de ondercuratelestelling die aanvangt op meerderjarigheid van een onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst kind.
Verzoekers ontvankelijk in hun verzoek om bewindvoerder te ontslaan? Wijzigingsverzoek toelaatbaar?
appelverbod en deelbeschikking
Partner- en kinderalimentatie. Ontvankelijkheid hoger beroep artikel 820 Rv. Draagkracht van de man: onvoldoende onderbouwd.
Procesrecht. Beschikking met in dictum voorlopige beslissing partneralimentatie; tussenbeschikking; niet-ontvankelijkheid cassatieberoep op grond van art. 401a lid 2 jo. 426 lid 4 Rv.
Familierecht. Ontzetting omgang vader met zijn minderjarig kind (art. 1:377a lid 3 BW) (81 RO).
Een aantekening in het gezagsregister wordt door de griffier geweigerd – zo blijkt uit artikel 1:252 lid 2 sub c BW – indien op het tijdstip van het verzoek een voogd met het gezag over het kind is belast. Deze weigering geldt ook in het geval een (tijdelijke) voogd is benoemd in
vraagtekens bij opvoedkwaliteien van de moeder; moeder niet de kans gehad te laten zien dat zij wel voor minderjarige kan zorgen; onvoldoende aangevoerd op grond waarvan de conclusie moet worden getrokken dat moeder daartoe helemaal niet in staat is, daarom aanhouding van het ve
Familierecht; verzoek tot benoeming van bijzonder curator in verband met verzoek tot verlening van vervangende toestemming voor de erkenning van een kind door de vader. Procesrecht, niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking niettegenstaande beroep in cassatie o
Verlof tot onderhandse verkoop van in executoriaal beslag genomen aandelen, art. 474g Rv. Pandhouder is in casu belanghebbende en dient te worden opgeroepen.
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens het te laat instellen van hoger beroep op grond van artikel 806 li1 sub RV.
Vraag of de ambtenaar van de burgerlijke stand terecht weigerde over te gaan tot inschrijving van een echtscheidingsbeschikking. Proceskostenveroordeling.
Hoger beroep van tussenbeschikking waarin een DNA onderzoek is gelast, is nu in het inleidend verzoek niet om dat onderzoek is verzocht en hoger beroep niet is opengesteld, in dit geval niet mogelijk. Art 358 lid 4 Rv.
Hoger beroep tegen tussenbeschikking ontvankelijk nu daartoe toestemming is verleend; ouderschapsonderzoek gelast.
Appel tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid nu in het dictum niet een einde aan het geding is gemaakt omtrent (enig deel van) het door de man verzochte. Zinsnede onderaan de beschikking dat tegen deze uitspraak beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof kan niet worden aa
Verrekening woning op de voet van artikel 1:136 BW, uitvoering van de huwelijksvoorwaarden naar eisen redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Vordering bij dagvaarding ingesteld op grond van art. 43 EEX-Vo. Ingevolge art. 4 Uitvoeringswet EG-executieverordening (zoals gewijzigd per 1-5-2006) dient dat een verzoekschrift te zijn. Nationaal procesrecht ook van toepassing. Art. 69 Rv. (wisselbepaling) door rechtbank toeg