Procesrecht. Omvang rechtsstrijd in appel. Naar vaste rechtspraak rechtsstrijd niet enkel en definitief omlijnd door appeldagvaarding maar mede door in memorie van grieven voorgestelde grieven. Hof heeft bepaalde grieven ten onrechte niet in beoordeling betrokken, nu het niet hee
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 343 Rv
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Nietigheid appeldagvaarding. Benadeling in zijn verdediging in zin van art. 94 Rv. Vertraging van kennisneming in appel.
Appelprocesrecht. Goede procesorde. Omvang hoger beroep. Processuele band tussen vorderingen in conventie en in reconventie. Ondubbelzinnige verklaring vereist voor beperking hoger beroep in appeldagvaarding.
Goederenrecht. Procesrecht. Niet-inschrijving cassatieberoep in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 lid 3 BW). Herstel mogelijk? Ratio inschrijvingsvoorschrift. Onverbrekelijk samenhangend oordeel dat deelt in niet-ontvankelijkheid?
Appelprocesrecht. Goede procesorde. Omvang hoger beroep. Processuele band tussen vorderingen in conventie en in reconventie. Ondubbelzinnige verklaring vereist voor beperking hoger beroep in appeldagvaarding.
Procesrecht. Sprongcassatie. Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). Ontvankelijkheidseisen. Is sprake van een collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis(sen) en over gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Geldt termij
Arbeidsrecht en vennootschapsrecht. Is gewezen werknemer als (statutair) bestuurder van zijn werkgever benoemd en in die hoedanigheid ontslagen? Samenhang met HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:781.
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Geldigheid appeldagvaarding bij kennelijke vergissing. Ontvankelijkheid milieuorganisa
Contractenrecht. Uitleg overeenkomst. Voorlopig bewijsoordeel.
Verjaring dwangsommen.
Opdracht. Bewijs van prijsafspraak. Overgelegd faxbericht ten onrechte aangemerkt als niet in het geding gebracht.
Verzekeringsrecht. Mededelingsplicht bij feiten omtrent het strafrechtelijk verleden (art. 7:928 lid 1 en 5 BW). Is voldaan aan het criterium ‘voor zover de verzekeraar omtrent dat verleden uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen’ uit art. 7:
collectieve actie, toepassing WAMCA in hoger beroep, incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring en nietige dagvaarding in hoger beroep afgewezen.
exceptie van niet-ontvankelijkheid
Telecommunicatierecht; geschil tussen Belcentrale en Pretium; slamming (gedragsregels, bewijslastverdeling); artikel 6:194 BW (toepassingsgebied, richtlijnconforme uitleg; openbaarheid).
Incidentele vordering tot oproeping derde partij in hoger beroep (art. 118 Rv). Geïntimeerde wil de gemeente in het geding (in incidenteel appel) oproepen omdat hij een verklaring voor recht vordert dat een levering van gronden waarbij de gemeente partij was, nietig is. Appellant
Vervolg van ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5206. Opdracht getuigenverhoor ivm met stelling werknemer dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.
Wet op het consumentenkrediet. Nietig opeisingsbeding. Ontbinding kredietovereenkomsten ex artikel 44 Wck en schadevergoeding ex artikel 6:272 BW. DSB wordt ambtshalve in de gelegenheid gesteld inzicht te verschaffen in de door haar gedurende de looptijd van de kredietovereenkoms
21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ZUIDWEST, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, kantoorhoudende te Goes, EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.J. Schenck,
Curaçao. Gebruiksrecht perceel domeingrond. Sterker recht.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2024:194. Vordering betreffende het mislopen van corporate opportunities. Aansprakelijkheid voormalig bestuurders en aandeelhouders. Geen sprake van onrechtmatig handelen.
Tussenarrest. Incidenten tot niet-ontvankelijkheid en incident tot voeging van zaken (artikel 222 Rv). Afwijzing. Het uitbrengen van een anticipatie-exploot dat niet voldoet aan de geformuleerde vereisten in artikel 343 Rv jo. artikel 126 lid 3 Rv kan slechts nietigheid van het e
vergoedingsrecht eenvoudige gemeenschap
Dir kort geding gaat in de kern over het betwijfelde overlijden van een afgegeven paard.
In een tussenvonnis heeft de kantonrechter de vordering in conventie toegewezen. In reconventie is een bewijsopdracht verstrekt. In het daaropvolgende eindvonnis heeft de kantonrechter de vordering in reconventie afgewezen. Binnen drie maanden na het eindvonnis stelt appellant ho