Hoofd- en vrijwaringszaak. Bij rechtbank aanhangig toestemmingsverzoek tot executieverkoop woning ten onrechte niet ingetrokken door advocaat, waardoor woning toch is verkocht. Alle betrokken advocaten hebben in meer of mindere mate een beroepsfout gemaakt doordat zij allen meer
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 337 Rv
Genoemd in 792 uitspraken · Officiële wettekst
792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
inzage bewlijsbeslag 843a Rv
Hoger beroep tegen beslissing rechtbank om zich onbevoegd te verklaren; eindvonnis waarvoor de appeltermijn van drie maanden van artikel 339 lid1 Rv geldt; geen verschoonbare termijnoverschrijding; deels niet-ontvankelijk.
Hoger beroep van een tussenvonnis, niet-ontvankelijk.
Incidentele vordering ex art. 843a Rv (oud). Appellant alsnog in de gelegenheid gesteld verlof te vragen om tussentijds hoger beroep in te stellen. Onvoldoende (rechtmatig) belang bij vordering tot overleggen stukken.
Bevoegdheidsincident; eisende partij stelt dat gedaagde partijen een onrechtmatige daad hebben gepleegd door het lozen van PFOS in België. Deze PFOS is vervolgens terechtgekomen in de Westerschelde waardoor er daar niet meer gevist kan worden. Gedaagde partijen stellen dat de Ned
Tweede tussenvonnis / vervolg op ECLI:NL:RBROT:2025:13250 / geen grond om terug te komen van het eerdere tussenvonnis of om tussentijds hoger beroep toe te staan
Erfrecht. Artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Onwaardigheid op grond van een veroordeling wegens een misdrijf waarop een vrijheidsstraf van ten minste vier jaar is gesteld. Gaat het om de strafbepaling ten tijde van de veroordeling of ten tijde van het overlijden? Is er sprake van ondubb
Vonnis in incident. Niet-ontvankelijkheid vanwege gezag van gewijsde van een eerdere uitspraak. Artikel 236 lid 1 Rv. Afwijzing. Eiser in de hoofdzaak beriep zich in een eerdere procedure op wanprestatie. Hoewel aan gedaagde in de hoofdzaak kan worden toegegeven dat eiser in de h
Hoger beroep van een beschikking in een 223 Rv-incident in een zaak tegen Meta over (de invoering van) het systeem ‘pay or consent’ voor Instagram en Facebook. Procedurele beslissingen: Meta is ontvankelijk in haar hoger beroep, de vorderingen vallen niet binnen de reikwijdte van
Incident voorlopige voorziening artikel 223 Rv. Inzage stukken. Afwijzing omdat de inzagevordering ook onder de nieuwe wet niet op grond van artikel 223 Rv kan worden ingesteld..
incident art. 843a Rv (oud) - hoofdzaak tussen eiser en verschillende gedaagden - eiser dient de conclusie van antwoord van gedaagde aan de andere gedaagde te verstrekken
Hoger beroep van een tussenvonnis in incident (artikel 843a oud BW). Tegen het tussenvonnis staat slechts tegelijkertijd met het eindvonnis hoger beroep open, tenzij de rechter anders heeft bepaald (artikel 337 lid 2 Rv). Er is geen verlof verleend voor tussentijds hoger beroep.
Tussenvonnis toestaan tussentijds hoger beroep in verband met verregaande beslissingen in het eerste tussenvonnis die zijn weerslag hebben op het vervolg van de procedure.
Tussenvonnis. Eisers vorderen schadevergoeding als gevolg van een ondeugdelijk uitgevoerde asbestinventarisatie. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en doet een beroep op derdenwerking van haar exoneratiebeding. In dit tussenvonnis wordt geoordeeld dat dat beroep slaagt. Tussentij
Civiel recht. Tussenvonnis. Vordering incident tot oproeping in vrijwaring. Hoofdzaak aangehouden.
afwikkeling nalatenschap. Verzoek tussentijds hoger beroep van tussenvonnis afgewezen. Verzoek terugkomen/herziening (eind)beslissing afgewezen. Bewijswaardering.
Vervolg op ECLI:NL:RBZWB:2025:347. De rechtbank komt niet terug van bindende eindbeslissingen. Benoeming deskundige. Afwijzing verzoek om tussentijds hoger beroep toe te staan.
Burgerlijk procesrecht. Verschijnplicht van getuigen. Cassatieberoep tegen beslissing dat getuigen moeten verschijnen ontvankelijk? Moet de rechter-commissaris voorafgaand aan de terechtzitting van een voorlopig getuigenverhoor een beslissing nemen over een beroep op het familiaa
Vonnis na tussenvonnis en akte uitlating partijen. De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de overeenkomst tussen partijen, getiteld 'Service Agreement' een uitzendovereenkomst ex artikel 7:690 BW en geen overeenkomst van opdracht is. De zaak wordt door verwezen naar de kantonre
Incident bevoegdheid. Vonnis na mondelinge behandeling. De rechtbank is van oordeel bevoegd te zijn om kennis te nemen van de vorderingen tegen 2 van de gedaagden en onbevoegd ten aanzien van de in Japan gevestigde gedaagden. Tussentijds hoger beroep niet toegestaan.
Hoger beroep tegen tussenvonnis. Niet-ontvankelijk.
Civiel recht. Hoofdzaak en vrijwaring. Verzoek tot openstellen hoger beroep tegen tussenvonnis afgewezen. Hoofdzaak bepaald voor vonnis.
Artikel 108 lid 3 VwEU. Stelplicht en bewijslast. Eisen aan het zijn van belanghebbende in de zin van artikel 108 lid 2 VwEU en artikel 1, aanhef en onder h, van de Verordening (EU) 2015/1589 (de Procesverordening). Verwijzing naar HvJEU 5 september 2024 in de zaak C‑224/23 (ECLI
Verzoek toegestaan openstellen tussentijds hoger beroep. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:962)