Verzoek om tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis (LJN: BY6189) toegewezen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 337 Rv
Genoemd in 792 uitspraken · Officiële wettekst
792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Procesrecht; art. 337 lid 2 Rv. Incidentele vordering op de voet van art. 843a Rv.; uitsluiting tussentijds beroep; geen reden voor aanvaarden uitzondering.
Art. 81 RO. Voorlopige alimentatie bepaald ; geen tussenbeschikking maar deelbeschikking. Hoger beroep niet-ontvankelijk nu het eerst tegelijk met de eindbeschikking is ingesteld; art. 358 Rv.
Antilliaanse zaak; procesrecht. Ontvankelijkheid van tegen deelvonnis gericht cassatieberoep; art. 3 Cassatieregeling, strekking, bedoeling rijkswetgever; concordantiebeginsel. Prospective ruling voor cassatieberoepen tegen vanaf 1 juni 2007 uitgesproken deelvonnissen en deelbesc
Art. 223 en art. 843a Rv. Hof: vordering tot afgifte van stukken is niet als een provisionele vordering aan te merken, daar bij de gevorderde maatregel niet gesproken kan worden van een voorziening die werking heeft voor de duur van het bodemgeschil. De vordering tot afgifte van
-
-
-
Kort geding vonnis I heeft kracht van gewijsde. In een executie kort geding met betrekking tot vonnis I verklaart de voorzieningenrechter zich relatief onbevoegd (zonder verwijzing) en volgt een volledige proceskostenveroordeling van € 36.049,- (vonnis II). Hoger beroep tegen von
Ethyleenkartel. Vonnis in bevoegdheids- en vrijwaringsincidenten. De bevoegdheidsincidenten worden afgewezen. De (voorwaardelijke) vrijwaringsincidenten van alle gedaagden onderling en tegen rechtsopvolgers worden toegewezen. Daarnaast wordt in dit vonnis beslist op de huidige ge
Verzekeringsrecht. Mededelingsplicht bij feiten omtrent het strafrechtelijk verleden (art. 7:928 lid 1 en 5 BW). Is voldaan aan het criterium ‘voor zover de verzekeraar omtrent dat verleden uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor misverstand vatbare termen’ uit art. 7:
Verzoeker is ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank, omdat sprake is van een zodanig essentieel vormverzuim dat een doorbreking van het appelverbod is gerechtvaardigd. De beslissing van de wrakingskamer op het wraking
Appellant stelt dat hij ten gevolge van een verkeersongeval in 2008 whiplashletsel heeft opgelopen waardoor hij zeer aanzienlijke schade, met name schade wegens verlies aan verdienvermogen, lijdt. Geïntimeerde, de verzekeraar, heeft de aansprakelijkheid (van haar verzekerde) voor
aanneming van werk. Tussentijds hoger beroep van tussenvonnis. Is sprake geweest van oplevering als bedoeld in artikel 7:758 BW en zo ja op welk moment? Verdeling van stelplicht en bewijslast bij negatieve verklaring voor recht. Hof bekrachtigt oordeel van de rechtbank dat het we
Bodemprocedure na deelgeschilprocedure. Verzoek toestemming te verlenen voor het instellen van tussentijds hoger beroep tegen deelgeschilbeschikking. In deelgeschil beslist over materiële rechtsverhouding, verlof verleend. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2022:6409)
Cassatieberoep op grond van beweerde doorbrekingsgrond tegen beslissing van de wrakingskamer van gerechtshof Den Haag. Ontvankelijkheid. Tussenuitspraak?
Kansspelzaak. Incident onbevoegdheid. Bevoegdheid op grond van Brussel I bis. Verzoek om tussentijds hoger beroep in te stellen toegestaan. Overweging over vertraging van de procedure.
Incidenten tot onbevoegdheid (door gedaagden 2 en 5) en oproeping in vrijwaring (door gedaagde 5). De rechtbank verklaart zich enkel bevoegd ten aanzien van de vordering gegrond op de actio pauliana. De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt deels toegewezen. Tussentijds hog
niet-ontvankelijk vanwege algeheel rechtsmiddelen verbod art. 110 lid 3 Rv, doorbrekingsleer nvt op 337 lid 2 Rv.
Procesrecht; octrooirecht. Doorbrekingsgronden rechtsmiddelenverbod tussenuitspraak, ontvankelijkheid in cassatie, HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9614; toepassing VRO-regime door relatief bevoegde rechter na verwijzing, art. 80 ROW
Verzoek tussentijds hoger beroep afgewezen. Rechtbank ziet evenmin aanleiding om terug te komen op bewijsopdracht.
Luchtvaartkartel. Vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2019:9965. Stelplicht litigation vehicles SCC en Equilib. SCC en Equilib moeten (conform opdracht rechtbank op de voet van artikel 22 Rv) voor iedere achterliggende partij onderbouwen dat deze tenminste één luchtvrachtvervoersdienst heef
Incident. O.g.v. de algemene voorwaarden is de Nederlandse rechtbank bevoegd. Partijen zijn niet afgeweken van de algemene voorwaarden en zijn geen arbitragebeding overeengekomen.
Toestaan verzoek tussentijds hoger beroep.
Uitleg van overeenkomsten: 1) zijn de charterparties rechtsgeldig opgezegd en 2) wat zijn partijen overeengekomen met betrekking tot reparatiekosten? De beantwoording van deze vragen is van belang voor de verdere beoordeling van het geschil tussen partijen. Nu het vervolgtraject