Vervoersovereenkomt en overeenkomst van bruikleen m.b.t trailer. Beschadiging trailer. Aansprakelijkheid bruiklener. Uitleg verzekeringsovereenkomst. Regres door casco-verzekeraar trailer mogelijk op rechtmatig houder?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Huurrecht - Vraag of de doorberekening van een teruggave energiebelasting tot de servicekosten behoort - Ontvankelijkheid
Geschil over achterstallige leasetermijnen. Geen misbruik van procesrecht aangenomen.
Internationale handelszaak. Vordering gedeeltelijk voldaan. Toepasselijk recht. Algemene voorwaarden. Klachtplicht. Verjaring. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:3083.
aanneming van werk; herstel nagekomen gebreken; schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW); vordering vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 lid 1 BW) afgewezen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:2614.
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van d
Kort geding. Hoger beroep alleen tegen proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Appelgrens. Artikel 332 Rv.
Schadestaatprocedure die volgt de veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat die uitgesproken is bij het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 5 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:795.
Afzonderlijke vorderingen van drie eisers bij één dagvaarding. Ambtshalve beoordeling of vonnis vatbaar is voor hoger beroep, wegens totale waarde van de vorderingen in conventie en in reconventie. Vorderingen tot betaling van achterstallige bijdragen alsnog toegewezen.
Hoger Beroep. Onjuiste rechtspersoon gedagvaard.
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Vereffening nalatenschap. Verzet tegen uitdelingslijst vereffenaar. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter; art. 80 RO. Vermindering legitieme portie; art. 4:71 BW. Peildatum.
Tien huurders vorderen bij één dagvaarding elk afzonderlijk terugbetaling door verhuurder van een bedrag van € 302,50, welk bedrag zij uit hoofde van twee bedingen in de huurovereenkomst die zij ieder met verhuurder sloten, bij het aangaan van de overeenkomst hebben betaald. In d
-
Niet-ontvankelijk in hoger beroep. Kort geding. Afgifte hond van € 900,-. Vordering beneden appelgrens.
appelgrens, optelregel art. 332 lid 3 Rv., strekking reconventie
Incidentele vordering om de wederpartij in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren afgewezen. Financieel belang hoog genoeg om in het hoger beroep te kunnen worden ontvangen.
Hoger beroep van beslissing ex artikel 96 Rv alleen mogelijk als beide partijen uitdrukkelijk en eensluidend hebben verklaard de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden. Voorbehoud moet tijdig worden gemaakt (ECLI:NL:HR:2002:AE7367). Daarvoor zijn geen aanwijzingen.
Niet voldaan aan de stelplicht ten aanzien van een beweerd gebrek.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2018:926. Appellant is niet ontvankelijk in het hoger beroep. Art. 332 Rv.
Procesrecht. Het verzoek van verweerder om de wederpartij, die verzoek heeft ingetrokken, in de proceskosten te veroordelen is geen zelfstandig tegenverzoek zoals bedoeld in artikel 282 lid 4 Rv. Verweerder heeft geen recht op mondelinge behandeling van zijn verzoek de wederparti
Opzet tot misleiding verzekeraar
Procesrecht. Insolventierecht. Overneming van het geding door de curator (art. 25, 27 Fw). Valt vordering van gefailleerde tot rectificatie van publicaties onder de overneming? Rechtsgevolgen. Rolbeslissing. Mogelijkheden voor de gefailleerde om in rechte op te komen tegen de bui
Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen vonnis van de kantonrechter houdende afwijzing van een vordering onder de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv. Geen doorbreking van appelverbod. Voor schending van fundamentele rechtsbeginselen staat op de voet van artikel 80 lid
Appelgrens Appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat duidelijke aanwijzingen bestaan dat vordering van onbepaalde waarde (verklaring voor recht) onder appelgrens blijft.
Procedure krachtens de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PbEU L 199, Stb. 2009, 234). Deze procedur