verjaring, niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding, risicoaansprakelijkheid beslag, verrekenposten
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Procesrecht. Is het hof buiten het toepassingsgebied van art. 332 lid 1 Rv getreden, door de beslissing tot niet ontvankelijk verklaren niet direct na het aanbrengen van de zaak te nemen, maar pas na sluiting van de inhoudelijke behandeling van de zaak? Levert de onaangekondigde
Procesrecht. Art. 80 lid 1 RO (cassatieberoep vonnis kantonrechter). Ongemotiveerd voorbijgaan aan verzoek om mondelinge behandeling (art. 87 lid 8 Rv).
Advocatenmaatschap vordert betaling van in opdracht verleende juridische diensten. Een opdrachtbevestiging ontbreekt evenals een gedegen onderbouwing dat de aangesproken persoon als de contractuele wederpartij heeft te gelden. Volgt alsnog afwijzing van de vordering.
Het hoger beroep is ontvankelijk, omdat het beloop van de gevorderde proceskostenveroordeling in eerste aanleg de appelgrens (artikel 332 lid 1 Rv) overstijgt.
Appelgrens. Appellante ontvankelijk. Voldoende aannemelijk dat vordering boven de € 1.750,- uitkomt. Hoger beroep richt zich alleen tegen proceskostenveroordeling. Hof vernietigt dat deel van het vonnis en compenseert de proceskosten in beide instanties.
Art. 332 lid 1 en 3 Rv. Appelgrens.
De eisende partij in eerste aanleg was een maatschap. De veroordeelde gedaagde heeft in hoger beroep niet de maatschap gedagvaard, maar drie maten in de maatschap. Na een rolbeslissing heeft appellant niet toegelicht waarom hij in hoger beroep alleen drie maten heeft gedagvaard.
Procesrecht. Erfrecht. Cassatieberoep tegen uitspraak kantonrechter (art. 80 RO). Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing op verzet tegen uitdelingslijst in vereffening nalatenschap (art. 4:218 BW jo 187 Fw). Verhouding verzet en gewone procedure ex art. 4:223 lid 2 BW.
verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds; betaling premie pensioenfonds en sociale fondsen
Art. 332 lid 1 en 3 Rv. Appelgrens.
Europees executoriale titel (EET). De waarmerking als EET van een notariële hypotheekakte wordt ingetrokken omdat de akte bij onherroepelijk geworden vonnis nietig is verklaard.
Artikel 332 lid 1 Rv. Appelgrens. Met vordering (ook na vermeerdering met wettelijke rente) appelgrens van € 1.750,- niet bereikt. Waarde van gevorderde verklaringen voor recht valt samen met (waarde van) vordering tot betaling.
Artikel 332 lid 1 Rv. Appelgrens. Appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen geïntimeerden 2, 3 en 9.
Vordering tot volledige proceskostenveroordeling na intrekken kort geding.
Luchtvaart. Compensatie bij langdurige vertraging (Verordening (EG) nr. 261/2004); buitengewone omstandigheden: aanvaring met vogel (‘bird strike’); motiveringsklachten. Ontvankelijkheid in cassatie.
Ontvankelijkheid in hoger beroep. Geen grond voor doorbreking van de appelgrens. Voorwaardelijke incidentele vordering tot voeging afgewezen.
Ontvankelijkheid in hoger beroep. Geen grond voor doorbreking van de appelgrens.
Vordering van appartementseigenaar tegen de VvE tot vervanging van de (buiten)voordeur van haar appartement. De VvE wil vooralsnog volstaan met het opnieuw stellen van de voordeur en het aanbrengen van tochtstrips. Komt de vordering boven de appelgrens uit? Is de vordering toewij
Tekortkoming in overeenkomst tot levering van 186 ‘taxus baccata’ planten. Berekening schadevergoeding
Schadestaatprocedure die volgt de veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat die uitgesproken is bij het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 5 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:795.
Vordering tot vergoeding van schade voor rechthebbende door handelen/nalaten bewindvoerder.
Verhoging van jaarbijdrage in de kosten van een vakantiepark op basis van Recron-voorwaarden afgewezen.
Aanvullende dwangsom in hoger beroep.
Appelgrens (332 lid 1 Rv). Optellen vordering in conventie en reconventie (332 lid 3 Rv), tenzij sprake is van een in reconventie ingestelde vordering die geen andere strekking heeft dan om de gedaagde in conventie te bevrijden van de verplichting tot betaling van het in conventi