Verzet tegen faillietverklaring niet-ontvankelijk verklaard. Nu voorafgaand aan behandeling verzoek faillietverklaring een verweerschrift is ingediend is sprake geweest van 'horen' als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Fw. Er had derhalve hoger beroep ingesteld moeten worden.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 279 Rv
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Nationaliteit. Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap; “belanghebbende” in de zin van art. 18 lid 2 RWN; maatstaf (vgl. HR 10 november 2006, LJN AY8290, NJ 2007/45).
BOPZ-zaak. Griffierecht voldaan na afloop van in art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) genoemde termijn. Beroep toch ontvankelijk. Het feit dat BOPZ-zaken ingevolge Wgbz niet van griffierechten zijn vrijgesteld, berust op een misslag. Ontheffing geldt ook voor
Beslagvrije voet en remigratievergoeding. Geen correctie voor verschil in levensstandaard. Relatieve competentie. Verplichte procesvertegenwoordiging.
Deelgeschil; reikwijdte deelgeschilprocedure; omvang verlies verdienvermogen.
De rechtbank wijst verzoek tot wraking van rechter af.
Eisers vordert in 1988 betaling van achterstallige gage. Rechtbank verklaart zich in 1998 deels bevoegd hiervan kennis te nemen. Daarna ambtshalve royement. In 2011 verzoekt gedaagde verval van instantie. Op grond van overgangsrechtelijke bepalingen bij invoering NBW en wijziging
Art. 81 RO. Bopz. Verzoek tot verlenen voorlopige machtiging.
Vorderingen in conventie worden afgewezen. Het gelegde conservatoir bewijsbeslag wordt niet geacht te zijn vervallen en voor opheffing van het bewijsbeslag is geen aanleiding: geen ondeugdelijke vordering, en belangenafweging leidt niet tot opheffing van de bewijsbeslagen. Evenmi
Letselschade, deelgeschilprocedure, arbeidsongeval en ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een deelgeschil, nu er geen sprake is geweest van gestokte onderhandelingen tussen partijen (over de aansprakelijkheid, noch over enig ander aspect relevant v
Vader niet ontvankelijk in zijn verzoek m.b.t. co-ouderschap/omgang. Voor zover de in eerste aanleg geuite wens al als verzoek kon worden opgevat, had dat niet tot een beslissing kunnen leiden, nu zodanig verzoek door een advocaat moet worden gedaan, die vader niet had.
Verbintenissenrecht. Uitvoering van overeenkomsten van geldlening en levensverzekering. (81 RO)
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete r
WSNP. Verzoek verhoging beslagvrije voet. Uitsluiting rechtsmiddel op de voet van art. 360 F. Doorbrekingsgrond. Schending door rechtbank van fundamenteel rechtsbeginsel van hoor en wederhoor.
Vonnis in hoofdzaak en in incident. Eiser is vóór het uitbrengen van de dagvaarding in staat van faillissement verklaard. De rechtbank oordeelt dat de rechtsvorderingen in de hoofdzaak betreffende rechten die tot de failliete boedel behoren in beginsel dienen te worden ingesteld
WSNP. Hoger beroep tegen beslissing op verzoek tot verhoging van de ingevolge art. 295 lid 2 F van rechtswege buiten de boedel vallende beslagvrije voet (als bedoeld in art. 475 Rv.) ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Familierecht. Gedwongen ontheffing uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid sub a BW). Toekomst- perspectief kinderen. Ruimte voor beoordeling of horen kinderen noodzakelijk dan wel gewenst is. Art. 8 EVRM. (81 RO).
Procesrecht. Conservatoir Beslag. Geen uitzondering op rechtsmiddelenverbod van art. 700 lid 2 Rv. voor het geval de schuldenaar is gehoord op het verzoek, als bedoeld in art. 700 lid 1 Rv., verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag.
Faillissementsrecht. Vertegenwoordiging ter zitting van belastingdienst door advocaat
Arrest na verwijzing. Verval van instantie.
Wraking door partij tevens advocaat in eigen zaak. Ongegrond.
Afschaffing procuraat leidt niet tot afschaffing verplichte procesvertegenwoordiging
Bopz; voorlopige machtiging; gevaar; andere maatregel op voet van art. 8a, motivering (81 RO).
Uithuisplaatsing. Duur rechterlijke machtiging verstreken; cassatieberoep niet-ontvankelijk; maatstaf dat de ouder(s) niet ongeschikt of onmachtig is (zijn) het kind te verzorgen en op te voeden en terugplaatsing geen bedreiging vormt voor de zedelijke of geestelijke belangen van
Erfrecht. Art. 4:201 lid 2 BW-procedure. Termijn voor het verwerpen van een legaat. Doorbrekening appelverbod. Belangenafweging.