Verdachtmakingen in Deventer moordzaak onrechtmatig. Het aan de kaak kunnen stellen van (beweerdelijke) misstanden weegt i.c. niet op tegen het belang niet in het openbaar te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Vaststelling (immateriële) schadevergoeding.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 243 Rv
Genoemd in 740 uitspraken · Officiële wettekst
740 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Huurrecht: gebrek in de zin van artikel 7:241 BW juncto artikel 6 lid 1 Besluit huurprijzen woonruimte; beroep op bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW.
6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/178HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.
-
-
Vervoersrecht. Artt. 17 lid 1 en 21 lid 2 Verdrag van Montreal. Een medepassagier, die een bagagestuk boven het hoofd van appellante in de zogenaamde overhead bins probeerde te plaatsen, laat dat bagagestuk vallen op het hoofd van appellante. Gezien het verband tussen het luchtv
Tijdens een race met klassieke racemotoren op een parcours raakt het vliegwiel van een motor los en deze raakt de enkel van een toeschouwer, met letsel tot gevolg. Geen aansprakelijkheid van de eigenaar van de motor op grond van art. 6:173 BW (aansprakelijkheid voor zaken) of uit
Het gaat om een zaak waarin een vluchtgevaarlijke gedetineerde vergoeding van immateriele schade vordert van de Staat omdat hij ten onrechte in de EBI is geplaatst geweest.
Verbintenissenrecht. De houder van een executoriale titel die het op executie laat aankomen terwijl bij voorbaat vaststaat dat de executie voor hem geen positieve opbrengst kan opleveren maakt niet zonder meer misbruik van recht, wanneer moet worden aangenomen dat de debiteur ove
Procesrecht. Cassatieberoep tegen uitspraak kantonrechter waartegen ingevolge art. 332 Rv. wegens hoogte van de vordering geen hoger beroep openstaat. Eindvonnis kantonrechter in strijd met fundamentele beginselen van procesrecht tot stand gekomen; schending beginsel hoor en wede
Verbod om een uitgeprocedeerd gezin op straat te zetten; waarborg voor opvang, medische verzorging en scholing van de kinderen; verbreking van het gezinsleven leidt i.c. tot een niet gerechtvaardigde inbreuk op artikel 8 EVRM.
Familierecht. Verzoek tot wijziging omgangsregeling ex art. 1:377e BW. (81 RO).
Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid; aan werknemer in uitoefening van werkzaamheden overkomen verkeersongeval tijdens gemotoriseerd vervoer tussen vestigingen van werkgever, “woon-werkverkeer”?; zorgplicht van werkgever ex art. 7:658 en aanvullende verzekeringsplicht op gro
18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/239HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2.
10 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/116HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, met nevenvestiging te Drachten, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. T.H. Tanja-van den Broek, t e g e n Mr. Jan-Willem Franciscus VAN HORSSEN
-
-
ogv ongerechtvaardigde verrijking ingestelde vordering van advocaat jegens voormalig cliënt omdat cliënt de proceskostenveroordeling van zijn wederpartij zou hebben ontvangen, afgewezen; art. 6:212 BW, art. 38 lid 1 Wet op de Rechtsbijstand, regel 24 van de Gedragsregels voor adv
Werknemer was rond 1965/1966 als handlanger werkzaam in een nieuwbouwwijk te Venlo, waar astbesthoudende pijpen zijn gebruikt. In 2009 is werknemer aan de gevolgen van mesothelioom overleden. Het door de werkgever gedane beroep op verjaring ex art. 3:310 lid 2 BW is naar maatstav
Huurzaak. Vordering huurprijsvermindering/partiële ontbinding/schadevergoeding wegens gebreken aan gehuurde woning.
Bij afzonderlijke besluiten van 12 januari 2010 (hierna: de primaire besluiten) heeft de raad aan [wederpartij] voor de door haar op basis van toevoegingen in twee zaken verleende rechtsbijstand vergoedingen toegekend.
Gezien korte tijd tussen moment waarop werknemer duidelijk wordt dat werkgever zijn arbeidsongeschiktheid betwist en het moment van aanhangig maken van loonvordering in kort geding, kon het bij eis overleggen van een deskundigenoordeel in redelijkheid niet van werknemer worden ge
Bij besluit van 20 maart 2008 heeft de raad een vergoeding vastgesteld voor door [wederpartij] op basis van een toevoeging in een zaak verleende rechtsbijstand.
huurovereenkomst, dringend eigen gebruik, renovatie, opzegging, ontruiming in kort geding
Kennelijk onredelijk ontslag