Procesrecht; art. 24, 347, 353 Rv. Uitleg koopovereenkomst. Toelaatbaarheid eiswijziging na pleidooi in hoger beroep naar aanleiding van door hof ambtshalve opgeworpen vraag naar strijd overeenkomst met art. 3:84 lid 3 BW. Geen uitzondering op “in beginsel strakke regel”. Mogelijke toepasselijkheid
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 24 Rv
Genoemd in 1.128 uitspraken · Officiële wettekst
1.128 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Contractenrecht. Procesrecht. Opzegging duurovereenkomst voor onbepaalde tijd; maatstaf; eisen van redelijkheid en billijkheid. Wijziging (grondslag) eis bij pleidooi; twee-conclusie-regel; grenzen rechtsstrijd. Art. 24, 347 Rv.
Procesrecht. Herroeping wegens bedrog; aangifte door bank van (poging tot) fraude, valsheid in geschrifte en oplichting in de zin van art. 225 en 326 Sr. Wet bescherming persoonsgegevens; opname strafrechtelijke persoonsgegevens (art. 16 en 22 Wpb) in incidentenregister van bank; onschuldpresumptie
Doodslag door goede vriend in auto met vuurwapen door zijn hoofd te schieten, terwijl zijn 14 maanden oude dochter op achterbank zit (art. 287 Sr). 1. Vormverzuim, art. 126j Sv (stelselmatige informatie-inwinning). Politie zet door twee heimelijke ‘inzetten’ een dreiging voor veiligheid van verdacht
Huur perceel grond. Procesrecht. Afstandsbeding inhoudende dat verhuurder bij onteigening geen schadevergoeding jegens huurder is verschuldigd. Gelet op art. 1 Eerste protocol EVRM in samenhang met art. 7:377 en 7:399 BW en art. 42a (oud) Ow., volgt uit art. 3:40 lid 2 BW dat dit beding vernietigbaa
Enquêteverzoek. Eisen voor en in aanmerking te nemen belangen bij het bevelen van onder¬zoek als bedoeld in art. 2:345 BW. Strekking van art. 2:349 lid 1 BW in verband met ontvankelijkheid. Tegenverzoek en vrijheid van de Ondernemingskamer bij de bepaling van de omvang en periode van het onderzoek e
Vertegenwoordiging; schijn van volmachtverlening; art. 3:61 lid 2 BW. Voor toerekening kan ook plaats zijn ingeval van feiten en omstandigheden die voor risico achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. “Toedoen” achterman daarv
Overeenkomstenrecht. Uitleg en uitvoering Profit Sharing Agreement (PSA). Haviltex-maatstaf. Beoordeling van alle relevante omstandigheden, waaronder wijze totstandkoming PSA, bewoordingen PSA en bedoeling partijen. Feitelijke oordelen niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Geen miskenning do
1 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/093HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n [Verweer
Misleidende reclame; art. 6:194 (oud) BW. Wet op de Kansspelen (WoK); art. 8. Vraag of bepaalde reclame-uitingen van Staatsloterij misleidend waren in de zin van art. 6:194 (oud) BW. Maatstaf. Maatman. Verwachtingen van de gemiddelde consument. Onderzoek of gewraakte mededelingen van Staatsloterij v
Mededingingsrecht. Vervolg op HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2809, NJ 2011/513. Exclusief afnamebeding voor motorbrandstoffen. Art. 6 Mededingingswet (Mw). Beperking mededinging tot gevolg? Maatstaf beoordeling (HvJEU 7 december 2000, C 214/99, ECLI:NL:XX:2000:AD4227, NJ 2001/402 (Neste)). Conver
Zorgverzekeringswet. Handelt zorgverzekeraar in strijd met het 'hinderpaalcriterium' (art. 13 lid 1 Zvw) en daarmee onrechtmatig jegens een niet-gecontracteerde zorgverlener door toepassing van een generieke korting van 25% over de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg?
Procesrecht. Grenzen rechtsstrijd van partijen; afspraak ter comparitie dat onder overlegging van alle gedingstukken uit de andere procedure deze geacht kunnen worden te zijn herhaald en ingelast in de onderhavige procedure; niet voldoende om wat in die stukken aan stellingen en feiten is te vinden
Procesrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming. Verdeling stelplicht en bewijslast ten aanzien van causaal verband; art. 150 Rv. Te hoge eisen gesteld aan stel- en motiveringsplicht bij beroep op schadebeperkingsplicht?
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Omvang verzekeringsdekking na schade door grote ijsbollen. Verzekering dekt schade door storm. Schade door hagel (‘ijskorrels’) is uitgesloten. Onder meer klachten over uitleg begrip hagel.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verjaring en stuiting. Grenzen rechtsstrijd.
Procesrecht. Processuele hoedanigheid partij te beoordelen door rechter. Door gevoegde partij aangevoerde verweren te betrekken in beoordeling vordering in hoofdzaak. Devolutieve werking appel. Geen schending art. 24 Rv.
Procesrecht. Overeenkomst van opdracht. Vordering tot betaling voor werkzaamheden. Aanvulling feitelijke grondslag van de vordering. Art. 24 Rv.
Procesrecht. IPR. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verzuim inschrijving rechtsmiddel (art. 3:301 lid 2 BW jo. art. 433 Rv?). Gezag van gewijsde van in Nederland erkend Belgisch verstekvonnis; art. 33 Verordening Brussel I. Staat gezag van gewijsde Belgisch vonnis in de weg aan oordeel hof i
Verbintenissenrecht. Verjaring. Art. 3:310 lid 1 BW. Bekendheid met de schade en met de aansprakelijke persoon. Art. 24 Rv. Heeft het hof de feitelijke grondslag van het beroep op verjaring aangevuld?
Arbeidsgeschil tussen een luchtvaartmaatschappij en een werknemer over betaling van overuren; geen verboden aanvulling feitelijke grondslag verweer (art. 24 Rv.); gebruik feitenrechter van de behoorlijk ter kennis gebrachte en ten processe gebleken feiten en omstandigheden (art. 149 Rv.)
Jaarrekeningrecht; verboden aanvulling van rechtsgronden; maatstaf art. 2:362 BW en betekenis Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, motivering van het oordeel over de wijze van berekening van duurzame waardevermindering in art. 2:387 lid 4 BW.
Procesrecht. Aanvulling grondslag vordering. Twee conclusie-regel. Aanpassen stellingen na cassatie en verwijzing. Ongerechtvaardigde verrijking. Vergoeding redelijk?
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggevende stem in de algem
Arbeidsgeschil tussen een lichtmatroos en zijn werkgever over de betaling overeenkomstig een arbeidsvoorwaardenregeling in de CAO voor de Binnenscheepvaart van achterstallig salaris over de periode tot aan de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst; stelplicht en bewijslastverdeling; rechtmatig bel
Procesrecht. Dagvaarding tegen foutieve verschijndag; herstelexploot niet tijdig aangebracht; herstel mogelijk door tweede herstelexploot dat vóór oorspronkelijk aangezegde foutieve verschijndag is uitgebracht? Art. 125 Rv (HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7203, NJ 2011/528). Geldigheid herste
Verbintenissenrecht. Ondeugdelijke uitvoering van aannemingsovereenkomst? Is ingebrekestelling vereist of is verzuim ingetreden door verstrijken van termijn dan wel door mededeling van de schuldenaar (art. 6:83, onder a en onder c, BW van Curaçao)?
Deelgeschil. Verlies van arbeidsvermogen. ‘Zwarte inkomsten.’ Schade aan een niet-rechtmatig belang? Voldaan aan relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW)? Nietige rechtshandeling (art. 3:40 BW)? Schadebegrotingswijze miskend? HR 24 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8453 (‘Zwarte inkomsten’). Stelplicht
Verbintenissenrecht. Dealerovereenkomst. Verzuim. Ingebrekestelling. Opeisbaarheid. Aankondiging wijziging van dealernetwerk mededeling waaruit schuldeiser moet afleiden dat schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten zodat verzuim zonder ingebrekestelling intreedt, ook indien de vordering op het
Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.
Onrechtmatige daad. Handelen namens een ontbonden commanditaire vennootschap. Toerekening van kennis. Schijn van volmachtverlening? Art. 24 Rv. Heeft het hof de feitelijke grondslag van het verweer aangevuld?
Overeenkomstenrecht. Onderhandelingen met gemeente. Verplichting tot dooronderhandelen? Totstandkoming overeenkomst onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door college van B&W? Betekenis van art. 160 lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet. Toepasselijkheid art. 6:23 lid 1 BW. Uitleg goedkeurin
Arbitrage. Vordering vernietiging ten onrechte op door hof ambtshalve bijgebrachte grond afgewezen. Het staat rechter niet vrij zonder een daarop gericht partijdebat te onderzoeken of zich de situatie voordoet waarop art. 1065 lid 4 Rv. ziet. Steplicht en bewijslast t.a.v. in art. 1065 lid 4 Rv. bes
Geschil tussen ex-echtelieden over de vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie; vervolg op HR 14 mei 2004, nr. R03/105, NJ 2004, 371; geding na verwijzing, beoordeling ‘ex nunc’, vermeerdering van verzoek, eisen van een goede procesorde, ambtshalve toetsing maatstaf van ar
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Uitleg van clausule in distributieovereenkomst (voetbal)televisiekanalen.
Procesrecht, verklaringsprocedure na loonbeslag. Geschil tussen schuldeiser van een werknemer en zijn werkgever onder wie de schuldeiser conservatoire en executoriale loonbeslagen had gelegd, over de onrechtmatigheid van het op de woning van de schuldeiser gelegde conservatoire beslag van de werkgev
Huurrecht woonruimte. Consumentenrecht. Huurprijswijzigingsbeding (CPI plus maximaal 3%). Splitsbaar in indexatiebeding en opslagbeding? Opslagbeding oneerlijk? Gevolgen oneerlijkheid beding.
Verzekeringsrecht. Beroep op schending mededelingsplicht (art. 7:928 BW); vereiste dat verzekeraar tijdig heeft gewezen op niet-nakoming mededelingsplicht onder vermelding gevolgen (art. 7:929 lid 1 BW); vraag aan wie die kennisgeving kan worden gedaan in geval van vermissing of overlijden verzekeri
Contractenrecht. Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen. Koopprijs deels omgezet in lening. Bevoegdheid tot opschorting? Schade door betrokkenheid van verkochte vennootschap bij btw-fraude; afgeleide schade? Uitleg overeenkomst. Berekening wettelijke rente.
Octrooirecht; inbreukvordering; nietigverklaring. Europees octrooi; inventiviteit; ‘problem solution approach’. In hoeverre is voor de beoordeling van de inventiviteit van belang of de gemiddelde vakman het ‘probleem’ zou hebben onderkend? Maatstaf. Uitleg HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5066
Octrooirecht; inbreukvordering. (Europese) octrooien verleend voor microbiologische werkwijzen en genetisch/DNA-materiaal. Art. 53a ROW; uitleg art. 9 van Richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (Bi
Familierecht. Scheiding en deling van huwelijksgoederengemeenschap. Vraag of het door de man uitgeoefende recht van koop van het mede door hem gehuurd bedrijfspand tot het te verdelen vermogen van partijen behoorde; rechtsstrijd van partijen, verboden aanvulling van feitelijke grondslag van vorderin
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW; art. 7A:1825 e.v. BW; kansspelovereenkomsten; Wet op de kansspelen; verbod op zonder vergunning gelegenheid geven om deel te nemen aan kansspelen; strekking van het verbod; kansspelen via internet; zijn kansspelovereenkomsten die
Caribische zaak. Kort geding. Mag een journalist publiceren dat sprake is van illegale sublicentiëring (voor het exploiteren van buitengaatse hazardspelen) door een ‘masterlicentiehouder’? Afweging art. 8 en art. 10 EVRM. Te late indiening memorie van grieven? Sanctie op overtreding art. 69 lid 1 Ze
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming afgewezen op de grond dat niet is gesteld of gebleken dat schuldenaar in gebreke is gesteld. Ten onrechte uitgegaan van door schuldenaar in memorie van antwoord aangevoerde stelling? Stelplicht schuldeiser. Hoor en
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren omvatten dan die waarop
Octrooirecht. Uitleg Europees octrooi. Art. 69 EOV. Uitlegprotocol. Verwijzing naar HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:196 (Bayer/Sandoz). Opsomming toedieningsvormen in claim uitputtend? Speelt de ‘afstandsleer’ nog een rol? Uitleg grieven in appel.
Kort geding tussen een werkgever en een outplacementbureau over de verschuldigdheid van een overeengekomen beloning na eenzijdige beëindiging door de werkgever van de overeenkomst van opdracht tot de outplacement van een aantal werknemers in het kader van een reorganisatie; miskenning door de appelr
Art. 8:15 Awb. Art. 8:16 Awb. Motivering wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Merkenrecht. Uitputting van merkrechten; art. 13 lid 1 GMVo en art. 2.23 lid 3 BVIE; HvJEU 30 november 2004, ECLI:EU:C:2004:759 (Peak Holding). In de handel brengen. Verkoop in de EER door merkhouder. Vertrouwelijkheidsregime m.b.t. kennisneming van bedrijfsgeheimen; art. 1019ib Rv en art. 22a lid 3
Merkenrecht. Verkoop merkproducten met toestemming merkhouder door supermarkt in kader van loyaliteitsactie. Is ten aanzien van de restvoorraad sprake van uitputting doordat de waren met toestemming van de merkhouder in de EU in de handel zijn gebracht? (art. 13 lid 1 UMVo (oud)). Copad-uitzondering
Contractenrecht. Procesrecht. Vindt raamovereenkomst toepassing? Boetebeding in raamovereenkomst. Overgangsrecht art. 6:119a BW (wettelijke handelsrente). Matiging boete? Buiten toepassing laten boetebeding wegens strijd met redelijkheid en billijkheid? Verboden aanvulling feitelijke grondslag.
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijke opzegging, schadevergoeding als bedoeld in art. 7:681 BW; wettelijke rente, aanvangstijdstip op voet van art. 6:119 en 6:83, aanhef en onder b, BW; verboden aanvulling grondslag verweer; HR doet zelf de zaak af.
Procesrecht. Hoger beroep. Beroepschrift per gewone e-mail in plaats van via Veilig Mailen. Heeft het hof terecht verzoeker ontvankelijk verklaard ondanks gebrekkige indiening beroepschrift?
Arbeidsrecht. Wnra. Ontbinding arbeidsovereenkomst ambtenaar bij gemeente op grond van verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3 sub g BW). Mocht de kantonrechter de gemeente bij tussenbeschikking in de gelegenheid stellen gebreken in het herplaatsingsonderzoek te repareren (art. 7:669 lid 1 BW
Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding verenigbaar met het eenzijdig dwingende recht met betrekking tot particuliere opdrachtgevers van art. 7:406, 7
Verbintenissenrecht. Ambtshalve toepassing art. 3:40 BW wegens misleiding fiscus. Natuurlijke verbintenis? Verrassingsbeslissing? Begrip strekking in art. 3:40 BW.
Rechtspersonenrecht. Procesrecht. Boek 10 BW. Verzoek ex art. 2:20 lid 1 BW en art. 10:122 BW m.b.t. Nederlandse en buitenlandse Hells Angels-organisaties. Samenhangende zaken: 21/01164 en 21/01186.
Verbintenissenrecht. Zorgplicht financieel dienstverlener. Aansprakelijkheid bank voor beleggingsverlies. Causaal verband (condicio sine qua non-verband en toerekeningsverband) tussen verwijt aan de bank en de schade; art. 6:98 BW. Vergelijking met HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713 (Safe H
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
Art. 81 lid 1 RO. Inzagerecht o.g.v. art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens. Welke gegevens? Ook inzage in stukken?
Parate executie. Onderhandse verkoop door hypotheekhoudende bank onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter. Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Maatstaf van art. 6:23 lid 2 BW. Bij beant
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van huwelijksgemeenschap over de vraag of het recht van de man op een soort VUT-uitkering zozeer aan hem verknocht is dat de verknochtheid zich ertegen verzet dat dit recht in de huwelijksgemeenschap valt (art. 1:94 lid 3 BW); maatsta
Unierecht. Procesrecht. Follow-on vordering kartelschade na liftenkartel; maatstaf voor verwijzing naar schadestaat; concept enkele en voortdurende inbreuk; doorberekeningsverweer; groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW).
Prejudiciële vragen. Is titel 7.2A BW van toepassing op koop met achteraf betalen? Begrippen' onbetekenende kosten' en 'geruime tijd'. Kredietwaardigheidstoets. Gevolgen schendingen consumentenrecht. Samenhang tussen de koop en het krediet.
Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat officier van justitie geen gevolg heeft gegeven aan verzoek van de rechter een zorgmachtiging voor te be
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Verwijzing naar oordeel in zaak 18/04509 (ECLI:NL:HR:2020:478).
Relatievermogensrecht. Samenwoning zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. Vrouw investeert geld in verbouwing woning van de man. Recht op vergoeding van de investering? Analoge toepassing van art. 1:87 BW? Gemeenschap in de zin van titel 3.7 BW? Ongerechtvaardigde verri
Contractenrecht. Koop motorblok voor races met tijdelijke bruikleen vervangend motorblok. Schuldeisersverzuim? Motivering oordeel dat verklaring ter comparitie onvoldoende is weersproken. Grenzen rechtsstrijd.
Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Is in koopovereenkomst bouwplicht overeengekomen? Uitleg overeenkomst. Exhibitievordering ex art. 843a Rv. Rechtmatig belang voldoende aannemelijk? Wanneer bestaat plaats voor aanvullen van rechtsgronden (art. 25 Rv)?
Formele en materiële werkgever aangesproken op grond van art. 7:658 BW na val werknemer bij spuitwerkzaamheden in spuitcabine. Onduidelijke toedracht? Geen werkgeversaansprakelijkheid vanwege huis-, tuin- en keuken-ongeval?
Verbintenissenrecht. Miskenning van art. 6:83, aanhef en onder a, BW met betrekking tot het van rechtswege intreden van verzuim wegens het verstrijken van een fatale termijn? Onbegrijpelijk passeren van een bewijsaanbod? Te strenge eisen gesteld aan een ingebrekestelling?
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verplichting tot voorzetting onderhandelingen? Onvoorziene omstandigheden. Eisen van redelijkheid en billijkheid. Verhouding tussen art. 6:248 BW en art. 6:258 BW. Grenzen van de rechtsstrijd. Ontoelaatbare verrassingsbeslissing?
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Vrijwaringsprocedure. Causaal verband. Kansschade. Omkeringsregel van toepassing?
Jaarrekeningenrecht. Afgewezen verzoek van de AFM tegen Spyker tot vernietiging en bevel tot wijziging van jaarrekening 2006; ondernemingskamer niet verplicht bij iedere afwijking van de voorschriften (IAS en IFRS) wijziging te bevelen als een redelijke uitleg en toepassing daarvan meebrengen dat de
Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij betrokken zijn: vragen over toetsing, onderzoek, beslissing en motivering.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 BW).
Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Coöperatie. Art. 2:60 BW. Art. 2:8 BW. Art. 6:119a BW. (Terug)betaling van transactiesom. Vergoeding van geleverde melk. Wettelijke handelsrente. Samenhang met 22/03229.
Uitleg overeenkomst. Opeisbaarheid. Waarheidsplicht. Verzwaarde motiveringsplicht.
Contractenrecht. Software pensioenadministratie. Aanspraak op licentievergoeding en contractuele boeten in verband met gebruik software door licentiehouder voor overgenomen pensioenadministraties. Vervolg op ECL:NL:HR:2018:1783. Geding na cassatie en verwijzing. Matiging contractuele boete ex art. 6
Verbintenissenrecht. Uitleg van de inhoud van een abstracte bankgarantie. Toepasselijke uitlegmaatstaf, Haviltex of cao-norm?
Contractenrecht. Opdracht m.b.t. digitaliseringsproject zorgprocessen ziekenhuis. Ontbindingsbeding. Project ondervindt vertraging. Aanpassing overeenkomst. Fatale termijn gehandhaafd voor het geval de nieuwe deadline niet gehaald wordt? Beroep op beperkende werking redelijkheid en billijkheid (art.
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebrachte beperkingen op
Ontbinding huurkoop- en huurovereenkomst met betrekking tot restaurant. Waardevergoeding in plaats van ongedaanmaking (art. 6:272 BW). Verboden aanvulling van de feiten (art. 24 Rv). Bevrijdend verweer. Passeren van bewijsaanbod. Miskenning van onderbouwd verweer.
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks verloren gaan cruciaa
Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald zijn van de bescheiden waarin inzage wordt gevorderd. Begrip rechtsbetrekking. Afgifte bemiddelingsdossier door advocaat. Aanvullen rechtsgronden (art. 25 Rv). Opheffing en verval va
Rechtspersonenrecht. Art. 2:14-2:15 BW. Bestrijding van besluiten i.v.m. ontslag van stichtingbestuurder (Cornelis Haga Lyceum).
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Proceskosten ex art. 1019h R
Intellectuele eigendom. Octrooirecht. Inventiviteitsbeoordeling octrooi voor mobiele communicatie: problem solution approach, gemiddelde vakman, objectief technisch probleem, could/would en try and see. Combinatie van maatregelen?
Intellectuele eigendom. Octrooirecht. Inventiviteitsbeoordeling octrooi voor mobiele communicatie: problem solution approach, gemiddelde vakman, objectief technisch probleem, could/would en try and see. Combinatie van maatregelen?
Merkenrecht. Verkoop merkproducten met toestemming merkhouder door supermarkt in kader van loyaliteitsactie. Is ten aanzien van de restvoorraad sprake van uitputting doordat de waren met toestemming van de merkhouder in de EU in de handel zijn gebracht? (art. 13 lid 1 UMVo (oud)). Copad-uitzondering
Art. 81 lid 1 RO. Bescherming persoonsgegevens. Art. 6 AVG. Vordering filmdistributeur tot afgifte van naam- en adresgegevens van klanten van internetserviceprovider in verband met illegaal downloaden.
Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure. Verlies van een kans. Ontbreken van causaal verband tussen tekortkoming en schade door ontbrekende financiële middelen?
Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure na niet-nakomen voorkeursrecht. Art. 6:98 BW.
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Ontvankelijkheid cassatieberoep; verhouding tussen Wvggz en Rv. Voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die medische verklaring afgeeft, minimaal één jaar geen zorg heeft
Tussentijds hoger beroep. Vordering wegens onrechtmatig handelen in (beweerdelijk) gestolen auto-onderdelen. Fabrieksregistratie en VIN. Registratieplicht ex art.437 lid 1 Sr. Causaal verband stelen en helen. Hof wijst zaak terug naar rechtbank.
Is de bank aansprakelijk jegens medeschuldenaar en (indirect) grootaandeelhouder van haar kredietnemer door de laatste tranche van een toegezegde lening niet te verschaffen, waarna de kredietnemer failliet ging? Toepasselijke maatstaf jegens kredietnemer respectievelijk jegens medeschuldenaar en (in
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Koop registergoed. Vordering kopers op grond van non-conformiteit; art. 7:17 BW.
Caribische zaak (Sint Maarten). Verzuim te beslissen over verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatig handelen en schadeplichtigheid? Goederenrecht, onrechtmatige daad.
Onteigening. Afzonderlijke onteigening van appartementsrecht niet mogelijk (HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8665, NJ 2013/474). Dient in administratieve fase het ontwerp van het onteigeningsbesluit aan de hypotheekhouder te worden gezonden?