Procesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot ontruiming van een hotel-restaurant (art. 438 lid 2 Rv). Maatstaf: misbruik van bevoegdheid op de gronden genoemd in HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 235 Rv
Genoemd in 310 uitspraken · Officiële wettekst
310 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 234 Rv.; voorwaarde van zekerheidsstelling; omvang stelplicht.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren,
Procesrecht. Incident tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij voorraad. Toepassing maatstaven HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688. Gemotiveerde beslissing in vorige instantie? Verschil met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Restitut
Procesrecht. Incidentele vordering in cassatie tot verbinden van voorwaarde van zekerheidstelling aan (door hof uitgesproken) uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Art. 235 en 418a Rv. Maatstaven.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW (en art. 2:11 BW). Matiging o.v.v. art. 2:248 lid 4 BW.
Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen incidenteel arrest waarbij zekerheidstelling is bevolen m.b.t. uitvoerbaarheid bij voorraad van veroordeling in eerste aanleg. Geen toestemming tussentijds beroep gegeven. Betreft incidenteel arrest een voorlopige voorziening als
Cassatie. Afgewezen incidentele vordering tot zekerheidstelling; belangenafweging.
Procesrecht. Incidentele vordering in cassatie tot het verbinden van voorwaarde van zekerheidstelling aan door hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Art. 235 en 418a Rv. Maatstaven; HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1115.
Procesrecht. Incident in cassatie tot zekerheidstelling voor de proceskosten (art. 414 Rv jo. art. 224 Rv). Zekerheidstelling ook voor onbetaald gebleven proceskosten uit een voorgaande instantie?
Art. 81 lid 1 RO. Bewijsrecht. Eiseres levert softwarepakket aan verweerster voor het boeken van reizen. Voldoet het softwarepakket aan de overeenkomst? Zijn uitlatingen van verweerster gerechtelijke erkentenissen in de zin van art. 154 lid 1 Rv.
Procesrecht. Toelichten incidentele vordering (tot zekerheidstelling) bij het instellen daarvan (art. 415 en 208 lid 1 Rv); belangenafweging (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012, NJ 2008/311).
Art. 611a lid 1 Rv. Hoofdveroordeling bij opleggen van dwangsom. Kan aan voorwaarde van zekerheidstelling bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad dwangsom worden verbonden?
Incidentele vordering tot zekerheidstelling. Artikel 235 Rv biedt geen grondslag voor het opleggen van de verplichting tot zekerheidstelling wanneer de executie al is voltooid. Nu appellant gedeeltelijk heeft voldaan aan het bestreden vonnis ziet het hof grond om de aan de tenuit
In geschil is de vraag of de Staat aan een burger een toezegging heeft gedaan en zo ja of de Staat op die toezegging terug mag komen. Het hof sluit aan bij juridische maatstaf van bestuursrechter (ECLI:NL:RVS:2019:1694). De toezegging betreft de aanleg van een brug ten behoeve va
Het hof wijst de incidentele vordering tot schorsing af. Het hof is niet gebleken van feitelijke en/of juridische kennelijke misslagen. Ook is niet gebleken dat de tenuitvoerlegging van het arrest onherroepelijke financiële gevolgen heeft voor de appellante in de hoofdzaak. Er be
Incidentele vorderingen, o.a. art. 351 en 235 Rv . Partijen in eerste aanleg niet in kennis gesteld van rechterswisseling. Schending van de fundamentele rechten en in strijd met de rechtspraak van de Hoge Raad?
KB-Luxzaak. Vordering tot het verstrekken van informatie op grond van artikel 47 AWR, met enkele beperkingen in vergelijking tot het gevorderde en de beslissing van de voorzieningenrechter, toegewezen.
Procesrecht. Incidentele vordering tot (onvoorwaardelijke) uitvoerbaarverklaring bij voorraad op de voet van art. 234 Rv.; voorwaarde van zekerheidsstelling; omvang stelplicht.
Werkgeefster verwijt (ex)werkneemster dat zij via een eigen onderneming met haar in concurrentie is getreden waardoor de werkgeefster schade heeft geleden. Beoordeling van condicio-sine-qua-non-verband tussen de tekortkoming van werkneemster en het verlies van de kans dat de werk
Procesrecht. Vordering ex art. 235 Rv tot verbinden voorwaarde zekerheidsstelling aan uitvoerbaarheid bij voorraad. Toepassing maatstaven HR 19 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026. Vaststelling restitutierisico. Bijzondere grond waarom afweging in voordeel verweerder moet uitvall
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren,
Erfrecht. Procesrecht. Processueel ondeelbare rechtsverhouding? Incident in cassatie tot zekerheidstelling (art. 235 Rv); zekerheidstelling achteraf aan door hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad indien aan veroordeling reeds is voldaan? Taak erfgenamen als vereffen
Derdenbeslag; verklaringsprocedure (art. 477a lid 2 Rv); tegenvordering derde-beslagene; verrekening
Yogaschool maakt gebruik van ingeleend personeel van een personeelsdienst. De rekeningen worden echter niet geheel betaald. Een tijdje later gaat de yogaschool failliet. De bestuurder van de yogaschool wordt hiervoor aansprakelijk gehouden en veroordeeld om de rekeningen van de p