Ne bis in idem. Onrechtmatige hinder door bouw van hotelgebouwen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 235 Rv
Genoemd in 310 uitspraken · Officiële wettekst
310 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Procesrecht. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen incidenteel arrest waarbij zekerheidstelling is bevolen m.b.t. uitvoerbaarheid bij voorraad van veroordeling in eerste aanleg. Geen toestemming tussentijds beroep gegeven. Betreft incidenteel arrest een voorlopige voorziening als
Incident tot voeging (222 Rv), schorsing tenuitvoerlegging (351 Rv) en zekerheidstelling door faillissementsboedel (235 Rv) vanwege restitutierisico. Tussenarrest.
Procesrecht. Incident tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij voorraad. Toepassing maatstaven HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688. Gemotiveerde beslissing in vorige instantie? Verschil met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Restitut
Procesrecht. Incidentele vordering in cassatie tot verbinden van voorwaarde van zekerheidstelling aan (door hof uitgesproken) uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Art. 235 en 418a Rv. Maatstaven.
erfrecht
Onrechtmatige daad. Gedaagde heeft zonder over een vergunning te beschikken zich als aanbieder, adviseur dan wel bemiddelaar van financiële producten op de Nederlandse markt opgesteld. Hiermee heeft gedaagde in strijd met Wft gehandeld.
Schuldovername en schorsing ex artikel 225 Rv.
Arbeidsrecht. De regeling als neergelegd in artikel 235 Rv ziet het (alsnog) stellen van zekerheid als voorwaarde, verbonden aan de uitvoerbaarheid bij voorraad en ziet dus op de situatie dat executie van een bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis pas mogelijk wordt indien en
Langlopend geschil tussen erven over afwikkeling van een nalatenschap. Procesrecht; schorsing van de tenuitvoerlegging van een toewijzend vonnis, gevoegde behandeling door de appelrechter van het schorsingsincident in de bodemprocedure en van het hoger beroep in het executiegesch
Kort geding over huur bedrijfsruimte (bowlingcentrum). Incidenten schorsing tenuitvoerlegging. Hof schorst het bestreden vonnis gedeeltelijk totdat de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft kunnen plaatsvinden.
Incidentele vorderingen. Afwijzing schorsing uitvoerbaarheid (artikel 351 Rv) en zekerheidsstelling (artikel 235 Rv). Belang ontbreekt nu de uitvoerbaarheid al is geschorst door de voorzieningenrechter. De beslissingen in verband met de over en weer ingestelde incidentele inzagev
Appellant heeft een perceel gekocht, waarbij de rechtsvoorganger voor 6,4 m² op het perceel van geïntimeerde heeft gebouwd. In een bodemprocedure is de rechtsvoorganger veroordeeld om die overbouwing ongedaan te maken. De rechtsvoorganger heeft daaraan geen gevolg gegeven. In kor
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Legitieme portie. Door vereffenaars te verstrekken informatie. Motiveringsklachten.
Incidentele vordering ex art. 351 Rv en art. 235 Rv afgewezen.
Kort geding, 611d Rv-vordering, totstandkoming vaststellingsovereenkomst: overeenstemming over essentialia of niet. Uitleg: netto of bruto-vergoeding overeengekomen.
Erfrecht. Geschil tussen broer en zus over omvang nalatenschap/legitieme portie van de zus. Incidentele vorderingen tot schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad en tot zekerheidstelling (235 Rv). Toetsingsmaatstaf. Geen kennelijke misslagen. Geen nieuwe feiten en omstandighed
Vervolg op tussenarrest d.d. 19 november 2019. Incident ex 235 Rv: zekerheidstelling door faillissementsboedel. De vorderingen wordt afgewezen.
Levenslooprekening blijft niet buiten het faillissement ex art. 21 aanhef en onder 7 Fw. Deze valt ook niet onder de werkingssfeer van art. 22a Fw. Levensverzekeringen. Art. 22a Fw. Geen sprake van afkoop of wijziging van de begunstiging door de curator. Ook in het onderhavige ge
Schorsingsincident; 843a Rv-incident
Indidentele vorderingen. Schorsing tenuitvoerlegging. Voorwaarde van zekerheidstelling. Bijzondere exhibitieplicht.
IPR. Internationale bevoegdheid hof. Perpetuatio fori-beginsel. Incidentele vorderingen tot schorsing tenuitvoerlegging, tot zekerheidsstelling en tot een voorlopige voorziening.
Insolventierecht. IPR. Toepasselijk recht op zgn. Peeters/Gatzen-vordering. Valt Peeters/Gatzen-vordering onder het bereik van de EEX-Vo (Brussel I) of de EG-Insolventieverordening? Is art. 13 EG-Insolventieverordening (analoog) van toepassing? Moet rekening worden gehouden met t
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding overeenkomst tot onderhuur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot zekerheidstelling (art. 235 Rv).
Europees doeltreffendheidsbeginsel; stelplicht; recht op een eerlijk proces; hoor en wederhoor; noodzaak of zin deelname derde aan geschil