Incident ex art. 224 Rv (proceskostenzekerheid). Eiseres in de hoofdzaak is gevestigd in Pakistan.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 224 Rv
Genoemd in 564 uitspraken · Officiële wettekst
564 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
veroordeling proceskosten van het incident
In hoger beroep heeft geïntimeerde een incident opgeworpen, inhoudende dat appellant (een Australische vennootschap) zekerheid dient te stellen voor de proceskosten. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet van art. 224 Rv. Het hof heeft de vordering toegewe
Incident ex art. 224 Rv (proceskostenzekerheid). Eiseressen in de hoofdzaak zijn gevestigd in Taiwan.
Hof merkt een opgeworpen incident tot “uitlaten hoedanigheid ex artikel 2:19 BW” aan als te zijn gericht op de vraag welke materiële procespartij als wederpartij beschouwd dient te worden. Nu de procedure tegen de betreffende rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haa
Proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Eiseres is gevestigd in Australië. Bankgarantie.
bevoegdheidsincident; bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen wegens inbreuken op Gemeenschaps- en Beneluxmerken en wegens onrechtmatige daad; zekerheidsstelling voor proceskosten; 97(5) GMVo; 6 EEX-Vo;
Proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Eiseres in hoofdzaak komt uit Nigeria.
Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vordering afgewezen wegens geslaagd beroep op de uitzondering van art. 224 lid 2 onder a Rv.
Incidentele vordering tot het stellen door eiser, die woonplaats heeft in Duitsland en de Duitse nationaliteit heeft, van proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954. Voldaan aan art. 17 van dit verdrag, dus afwijzing van de incidentele vordering.
Cessie; schorsing en hervatting. Cedent blijft na hervatting partij in procedure.
Proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Lid 2 sub a en sub b Rv. Woonplaats. Gewone verblijfplaats.
Vordering in incident tot zekerstellen van proceskosten ogv art. 224 Rv toegewezen.
Vordering tot opheffing van op schepen gelegde beslagen (voorwaardelijk toegewezen) en tot afgifte van de schepen (afgewezen). Opheffing beslagen toegewezen op voorwaarde dat door schuldenaren een garantie wordt verstrekt. Rotterdams Garantieformulier. Vordering begroot door voor
Vervolg van tussenarrest 6 oktober 2015. Toewijzing incidentele vordering tot zekerheidsstelling.
Vordering in de hoofdzaak is van een curator van een gefailleerde Nederlandse B.V. Incidentele vordering ex artikel 224 lid 1 en 2 onder c Rv tot zekerheidsstelling van proceskosten en schadevergoeding. Afgewezen, kansloze vordering, nodeloze vertraging van de procedure.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2014:8410. Warehousing voor handel in effecten. Afwijzing incidentele vorderingen tot zekerheidstelling proceskosten.
Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep. Hof oordeelt dat art. 224 Rv van overeenkomstige toepassing is in de verzoekschriftprocedure.
Incident tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep. Hof oordeelt dat art. 224 Rv van overeenkomstige toepassing is in de verzoekschriftprocedure.
Procesrecht. Incidenteel verzoek tot zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep (art. 224 lid 1 en art. 353 lid 2 Rv). Is rechtspersoon gevestigd in Dubai of in Nederland? Vervolg van HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3240.
Proceskostenzekerheid. Art. 224 Rv. Eiseres is gevestigd in Madagaskar.
Zekerheidstelling? Art. 224Rv. Dat de verweerder in het incident niet staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen, betekent nog niet dat hij zonder woon- of gewone verblijfplaats in Nederland is.
Incident zekerheidstelling. Beroep op Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart (Tractatenblad 1956, 40) tussen Nederland en de Verenigde Staten gehonoreerd. Geen zekerheidstelling vereist.
Vordering tot zekerheidstelling ingevolge art. 224 Rv. Dagvaardende partij stelt na de dagvaarding woonplaats in Nederland te hebben gekregen. Nadere instructie.
Procesrecht. Incidentele vordering tot zekerheidstelling op de voet van art 224 lid 1 Rv. Onvoldoende onderbouwd dat de appellante geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft.