Tussenarrest. Aanbestedingszaak. Incident tot tussenkomst in een inzage-incident en tot voeging in de hoofdzaak.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 217 Rv
Genoemd in 681 uitspraken · Officiële wettekst
681 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Kort geding. Aanbesteding. Invulling kerncompetentie. Wat moet worden verstaan onder het woord ‘vergelijkbaar’? Betekent dit dat een referentie aan een specifieke eis moet voldoen? Artikel 2.93 lid 3 Aw.
vordering tot voeging in de hoofdzaak.
Niet-ontvankelijk in incidentele vordering tot tussenkomst.
Incidentele vordering tot tussenkomst toegewezen – verweer op grond van artikel 8 lid 2 Herschikte EEX-Verordening slaagt niet – belang bij tussenkomst
Incidentele vordering tot tussenkomst. Onderhuurder mag tussenkomen in (ontbindings)procedure tussen verhuurder en hoofdhuurder.
Vordering in incident, tot voeging.
Afwijzing opheffing conservatoir beslag art. 705 Rv. Herbegroting vordering. Erkenning en tenuitvoerlegging Amerikaanse beslissing. Art. 431 Rv.
Op 25 juli 2023 is brand uitgebroken aan boord van het zeeschip Fremantle Highway, een car-carrier die zich toen ongeveer 22 km ten noorden van de kust van Ameland bevond. Bij de brand kwam een bemanningslid om het leven en zijn meerdere bemanningsleden gewond geraakt. Ook ontsto
Vonnis in incident. Voeging. Artikel 217 Rv. Toewijzing. De eisende partij in het incident heeft voldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij de uitkomst van de hoofdzaak.
Incident voeging toegewezen en tussenkomst (art. 217 Rv). Voeging toegewezen. Tussenkomst afgewezen. Gelet op de voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld, heeft eiser onvoldoende belang bij tussenkomst. Bovendien is de proces economie er niet gebaat tussenkomst en leidt he
Hoger beroep bevoegdheidsincident. Arbitragebeding staat, gelet op de strekking, niet in de weg aan bevoegdheid van burgerlijke rechter om kennis te nemen van een vordering tot tussenkomst. Terugwijzing naar de rechtbank.
Hoger beroep bevoegdheidsincident. Arbitragebeding staat, gelet op de strekking, niet in de weg aan bevoegdheid van burgerlijke rechter om kennis te nemen van een vordering tot tussenkomst. Terugwijzing naar de rechtbank.
Vordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Vordering tijdig ingesteld nadat tegen verweerder in cassatie verstek is verleend? Toepassing art. 218 Rv in cassatie.
Exceptie n-o.
Verbintenissenrecht. Huurrecht. Verplicht overeenkomst huur sociale woning tot zelfbewoning? Uitleg contra proferentem?
Kort geding. Aanbesteding doelgroepenvervoer. Tussenkomst. Facultatieve uitsluitingsgronden artikel 2.87 lid 1 Aw van toepassing verklaard. Niet (tijdig) deponeren van jaarrekeningen in dit geval geen ernstige beroepsfout. Zelfreinigende maatregelen. Proportionaliteit. Geen reden
Intellectuele Eigendom. Incident tot tussenkomst afgewezen.
Procesrecht. Het hof verklaart MOB niet-ontvankelijk in haar vordering tot voeging naast de Staat in het kort geding waarin Farmers Defence Force legalisatie van PAS-melders vordert. MOB heeft te weinig gesteld over de eisen die art. 3:305a BW stelt aan de ontvankelijkheid van ee
Kort geding. Incidentele vordering tot voeging.
Afwijzing incidentele vordering tot voeging. Geen juridisch belang omdat eisers in het voegingsincident in het bestreden vonnis hebben berust en geen hoger beroep hebben ingesteld, waardoor hetgeen in het bestreden vonnis is beslist gezag van gewijsde heeft. De eisers in het voeg
Kort geding. Unierecht. Ondernemingsrecht. Herstructurering concern met in kapitaalstructuur gesanctioneerde partijen; reële alternatieven voorhanden?; zorgvuldigheid besluitvorming?; proceskostenveroordeling. Samenhang met HR 21 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:922.
Kort geding. Incident tot voeging. Vordering tot nakoming Frans arrest en gehengen en gedogen houden van algemene vergadering afgewezen. Vordering in reconventie tot benoeming bestuurder en wijziging statuten afgewezen. Verzoek ex art. 2:220 BW tot machtiging bijeenroepen algemen
Voegings/tussenkomstincident. Echtgenoot mag zich voegen/tussenkomen.
Korting pensioenaanspraken en -rechten door pensioenfonds in het kader van collectieve waardeoverdracht gevolgd door liquidatie van het fonds niet onrechtmatig, want in artikel 134 Pensioenwet voorzien, de pensioenovereenkomsten onverlet laat, en als noodzakelijke en proportionel