Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2025:2898
2025-10-21
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
200.347.418_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Exceptie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.817 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.347.418/01
arrest van 21 oktober 2025
gewezen in de exceptie houdende niet-ontvankelijkheid in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. E. Cekic te Uitgeest,
tegen
1 [xx] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde sub 2], wonende te [woonplaats] ,
3. [geïntimeerde sub 3], wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
eisers in het incident,
hierna aan te duiden als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. G. Kaya te Roosendaal,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 11 februari 2025 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/390728 / HA ZA 23-150 gewezen vonnis van 24 juli 2024.
5Het geding in hoger beroep
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest in incident van 11 februari 2025;
de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende de exceptie van niet-ontvankelijkheid tevens houdende incidenteel appel met producties, A tot en met G;
de antwoordconclusie in het incident.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
6De beoordeling
In de exceptie
6.1.
[geïntimeerden] heeft een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het procesbelang van [appellant] is komen te vervallen. Cleopatra heeft als voormalig appellante de oorspronkelijke dagvaarding ingediend. Cleopatra heeft haar gehele vordering op [xx] gecedeerd aan [appellant] . [geïntimeerden] stelt thans dat de cessieovereenkomst geen ander doel heeft gehad dan de vordering naar een onbekend persoon in Turkije door te sluizen met de wetenschap dat eventueel verhaal door de curator onmogelijk is. De bestuurders hebben hiermee bewust de schuldeisers van de failliete boedel willen benadelen. Bij voornoemd arrest in incident is [appellant] in de plaats getreden van Cleopatra en daarmee formele procespartij geworden. Daarna is Cleopatra bij vonnis van
19 maart 2025 failliet verklaard. De curator mr. J.M. van den Berkmortel heeft vervolgens op 10 april 2025 bij brief aan mr. Cekic de cessieovereenkomst en het addendum vernietigd. Nu Cleopatra failliet is en de cessieovereenkomst en het addendum beide vernietigd zijn, kan [appellant] volgens [geïntimeerden] niet in zijn appel worden ontvangen dan wel moeten de vorderingen hem worden ontzegd, wegens het ontbreken van ieder procesbelang.
6.2.
[appellant] verweert zich tegen de exceptie. Allereerst heeft [appellant] een aantal formele verweren opgeworpen. Voor zover van belang zullen deze hierna ter sprake komen. Verder voert [appellant] aan dat het hof bij eerder arrest in incident heeft bepaald dat [appellant] als appellant de procedure mag voortzetten. Daarom kan niet worden geoordeeld dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen.
6.3.
Het hof oordeelt als volgt.
6.4.
In voornoemd tussenarrest is door het hof vastgesteld dat [appellant] als procespartij in de plaats is getreden van Cleopatra. Dat betekent dat vanaf dat moment [appellant] de formele procespartij is in de onderhavige zaak. [geïntimeerden] heeft in de memorie van antwoord in het principaal appel tevens een exceptie opgeworpen waarin wordt gevorderd dat [appellant] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen wegens het ontbreken van ieder procesbelang. Ter onderbouwing van die stelling heeft [geïntimeerden] een aantal producties overgelegd waaronder een brief van 10 april 2025 van de curator aan mr. Cekic.
6.5.
In deze brief heeft de curator onder meer de overeenkomst van cessie en het addendum op grond van faillissementspauliana vernietigd. In punt 7 van de brief heeft de curator het volgende geschreven:
“
7 Gevolgen van de vernietiging
7.1
De vernietiging van de Overeenkomst heeft tot gevolg dat er nooit een rechtsgeldige cessie heeft plaatsgevonden. Cleopatra is daardoor altijd rechthebbende gebleven van de vordering op [geïntimeerden] Dit heeft ook tot gevolg dat [geïntimeerden] na kennisneming van de vernietiging niet langer bevrijdend aan [appellant] kan betalen.
7.2
Gelet op het voorgaande zal ik de procedure jegens [geïntimeerden] voortzetten. Daartoe zal ik een incident tot schorsing en hervatting met wijziging van procespartij opwerpen. Ik verneem graag binnen 7 dagen na dagtekening van deze brief of uw cliënt hiermee instemt zodat wij het Gerechtshof hierover eenstemmig kunnen berichten.”
Het is het hof echter niet gebleken dat de curator zich heeft gemeld in deze procedure. Het hof ziet hierin aanleiding om [geïntimeerden] op te dragen zich hierover nader uit te laten. Het is aan [geïntimeerden] om een verklaring van de curator in het geding te brengen waaruit blijkt dat de curator zich, als tussenkomende partij in de zin van artikel 217 Rv in deze procedure zal stellen dan wel dat de curator aangeeft de procedure niet over te nemen.
6.6.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
In de hoofdzaak
6.7.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
7De beslissing
Het hof:
in de exceptie:
verwijst de zaak naar de rol van 18 november 2025 voor akte uitlaten aan de zijde van [geïntimeerden] conform het overwogene in rechtsoverweging 6.5.;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 oktober 2025.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.347.418/01
arrest van 21 oktober 2025
gewezen in de exceptie houdende niet-ontvankelijkheid in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. E. Cekic te Uitgeest,
tegen
1 [xx] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde sub 2], wonende te [woonplaats] ,
3. [geïntimeerde sub 3], wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
eisers in het incident,
hierna aan te duiden als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. G. Kaya te Roosendaal,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 11 februari 2025 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/390728 / HA ZA 23-150 gewezen vonnis van 24 juli 2024.
5Het geding in hoger beroep
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest in incident van 11 februari 2025;
de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende de exceptie van niet-ontvankelijkheid tevens houdende incidenteel appel met producties, A tot en met G;
de antwoordconclusie in het incident.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
6De beoordeling
In de exceptie
6.1.
[geïntimeerden] heeft een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het procesbelang van [appellant] is komen te vervallen. Cleopatra heeft als voormalig appellante de oorspronkelijke dagvaarding ingediend. Cleopatra heeft haar gehele vordering op [xx] gecedeerd aan [appellant] . [geïntimeerden] stelt thans dat de cessieovereenkomst geen ander doel heeft gehad dan de vordering naar een onbekend persoon in Turkije door te sluizen met de wetenschap dat eventueel verhaal door de curator onmogelijk is. De bestuurders hebben hiermee bewust de schuldeisers van de failliete boedel willen benadelen. Bij voornoemd arrest in incident is [appellant] in de plaats getreden van Cleopatra en daarmee formele procespartij geworden. Daarna is Cleopatra bij vonnis van
19 maart 2025 failliet verklaard. De curator mr. J.M. van den Berkmortel heeft vervolgens op 10 april 2025 bij brief aan mr. Cekic de cessieovereenkomst en het addendum vernietigd. Nu Cleopatra failliet is en de cessieovereenkomst en het addendum beide vernietigd zijn, kan [appellant] volgens [geïntimeerden] niet in zijn appel worden ontvangen dan wel moeten de vorderingen hem worden ontzegd, wegens het ontbreken van ieder procesbelang.
6.2.
[appellant] verweert zich tegen de exceptie. Allereerst heeft [appellant] een aantal formele verweren opgeworpen. Voor zover van belang zullen deze hierna ter sprake komen. Verder voert [appellant] aan dat het hof bij eerder arrest in incident heeft bepaald dat [appellant] als appellant de procedure mag voortzetten. Daarom kan niet worden geoordeeld dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen.
6.3.
Het hof oordeelt als volgt.
6.4.
In voornoemd tussenarrest is door het hof vastgesteld dat [appellant] als procespartij in de plaats is getreden van Cleopatra. Dat betekent dat vanaf dat moment [appellant] de formele procespartij is in de onderhavige zaak. [geïntimeerden] heeft in de memorie van antwoord in het principaal appel tevens een exceptie opgeworpen waarin wordt gevorderd dat [appellant] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen wegens het ontbreken van ieder procesbelang. Ter onderbouwing van die stelling heeft [geïntimeerden] een aantal producties overgelegd waaronder een brief van 10 april 2025 van de curator aan mr. Cekic.
6.5.
In deze brief heeft de curator onder meer de overeenkomst van cessie en het addendum op grond van faillissementspauliana vernietigd. In punt 7 van de brief heeft de curator het volgende geschreven:
“
7 Gevolgen van de vernietiging
7.1
De vernietiging van de Overeenkomst heeft tot gevolg dat er nooit een rechtsgeldige cessie heeft plaatsgevonden. Cleopatra is daardoor altijd rechthebbende gebleven van de vordering op [geïntimeerden] Dit heeft ook tot gevolg dat [geïntimeerden] na kennisneming van de vernietiging niet langer bevrijdend aan [appellant] kan betalen.
7.2
Gelet op het voorgaande zal ik de procedure jegens [geïntimeerden] voortzetten. Daartoe zal ik een incident tot schorsing en hervatting met wijziging van procespartij opwerpen. Ik verneem graag binnen 7 dagen na dagtekening van deze brief of uw cliënt hiermee instemt zodat wij het Gerechtshof hierover eenstemmig kunnen berichten.”
Het is het hof echter niet gebleken dat de curator zich heeft gemeld in deze procedure. Het hof ziet hierin aanleiding om [geïntimeerden] op te dragen zich hierover nader uit te laten. Het is aan [geïntimeerden] om een verklaring van de curator in het geding te brengen waaruit blijkt dat de curator zich, als tussenkomende partij in de zin van artikel 217 Rv in deze procedure zal stellen dan wel dat de curator aangeeft de procedure niet over te nemen.
6.6.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
In de hoofdzaak
6.7.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
7De beslissing
Het hof:
in de exceptie:
verwijst de zaak naar de rol van 18 november 2025 voor akte uitlaten aan de zijde van [geïntimeerden] conform het overwogene in rechtsoverweging 6.5.;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 oktober 2025.
griffier rolraadsheer