Bevel tot stellen van zekerheid voor proceskosten
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 209 Rv
Genoemd in 182 uitspraken · Officiële wettekst
182 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Incident tot het stellen van proceskostenzekerheid. Werkelijke proceskosten. Concerngarantie. Procesovereenkomst. Gebondenheid van de rechter. Verval van recht om conclusie van antwoord te nemen in de hoofdzaak indien niet tegelijkertijd met de incidentele conclusie tot stellen v
Artikel 210 Rv prevaleert boven artikel 2.9 van het Landelijk Rolreglement voor rolzaken kanton. Door gedaagde, nadat gedebatteerd was in het vrijwaringsincident, niet alsnog in de gelegenheid te stellen in de hoofdzaak van antwoord te dienen is haar de mogelijkheid om verweer te
Verzoek incident afgewezen (zie ook ECLI: RBGEL 2014:6118)
Art. 843a Rv. Exhibitieplicht. Namen getuigen?
bevoegdheidsincident, forumkeuzebeding, EEX-vo, 8 Rv,12 rv
Incidentele vordering tot onbevoegdheid. Arbitraal beding in CV-akte. Uitleg. Clausule dat burgerlijke rechter bevoegd blijft ten aanzien van conservatoire beslagen en daaruit voortvloeiende procedures strekt zich mede uit tot procedures ex art. 843a Rv die volgen op conservatoir
Opwerpen incidenten “aanpassing bewijsopdracht” en “benoeming deskundige” na sluiting enquete in hoger beroep. Niet-ontvankelijk.
Schadestaatprocedure. Voorschot op schadevergoeding? Schorsing van tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdprocedure? Rechter in hoofdprocedure heeft geen kennis kunnen nemen van document waaruit mogelijk overdracht aan derde van de onderhavige overeenkomst blijkt. Gevolgen voor scha
Incident op grond van artikel 843a BW. Geen beoordeling ex artikel 209 Rv, omdat incidenteel eiseres niet peremptoir stond op het moment dat zij het incident opwierp. Vordering toegewezen omdat aan alle in het wetsartikel gestelde eisen is voldaan. Verweer dat de stukken niet voo
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid. Eiseres in incident heeft gesteld dat eiseres in de hoofdzaak niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat zij in Turkije in staat van faillissement is verklaard en daarom volgens Turks recht niet meer gerechtigd is om een pr
(Appel)procesrecht. Geen verval partijperemptoirstelling of aanzegging akte niet-dienen voor memorie van grieven door vordering tot voeging wegens verknochtheid van zaken.
Veel procesrechtelijke perikelen over de derdengeldenrekeningen op naam van een failliet deurwaarderskantoor (art. 19 GDW).
Incidentele vordering van de Staat en Ageas tot aanpassing memorie van grieven van FortisEffect ivm gestelde strijd met art. 30 WPE 2008. Formele verweren worden alle verworpen. Vordering wordt inhoudelijk afgewezen omdat het aan de rechter in de hoofdzaak is om al dan niet conse
Opwerpen incident en (voorwaardelijke) onttrekking van de advocaat kunnen een akte niet dienen bij partij peremptoirstelling niet voorkomen.
Vonnis in incident, ontvankelijkheid eisers in hoofdzaak, vordering tot vernietiging arbitraal vonnis, termijn van art. 1064 Rv, verlenging termijn o.g.v. artikel 1065 lid 6 en 7 Rv?
Verklaringsprocedure; art. 477a Rv. Procesrecht. Incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde. Gehoudenheid tot voorafgaande behandeling en beslissing? Maatstaf art. 209 lid 1 Rv. (HR 2 maart 2012, LJN BU8176, NJ 2012/158). Uitleg processtuk; appelgrieven aangevoerd?
Incident tot niet-ontvankelijkverklaring. In hoofdzaak deels zelfde vordering aan de orde als in (lopende) appelprocedure in andere zaak. Misbruik van procesrecht. Deels niet-ontvankelijk. Kantonrechter niet bevoegd t.a.v. vordering inzake uitwinning pand.
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkages in 2006 en 2007 bij het dorp Ikot Ada Udo te Nigeria. Vervolg op LJN nummers BM1469 en BU3521. Zie ook NJB 2010, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderin
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkages in 2003 en 2004 bij het dorp Goi te Nigeria. Vervolg op LJN nummer BM1470. Zie ook NJB 2010, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderingen tot exhibitie (a
Gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma te Nigeria. Vervolg op LJN nummer BK8616. Zie ook NJB 202, blzz. 400-406. Omvangrijke incidentele vorderingen tot exhibitie (art. 843a
incident, afwijzing exhibitie artikel 843 a RV
Eiseres vordert van gedaagden vergoeding van door haar voor gedaagden verrichte werkzaamheden. Gedaagde sub 1, een rechtspersoon, verkeert in staat van faillissement. Gedaagde sub 2 was/is bestuurder van gedaagde sub 1. De vraag wordt beantwoord of de kantonrechter bevoegd is van
Kop: Art. 208 Rv. Iincident waarin gevorderd wordt eisende partij, een vof, niet-ontvankelijk te verklaren, omdat deze voor het uitbrengen van de dagvaarding is opgehouden te bestaan. Incidentele vordering wordt afgewezen. Een incident is enkel bestemd om processuele geschilpunte
Onrechtmatige daad. Procesrecht. Schorsende werking wrakingsincident ex art. 37 lid 5 Rv. Verval van recht als bedoeld in art. 133 lid 4 Rv. Verzuim van grieven te dienen - waarvoor partij peremptoir stond - niet gerechtvaardigd door wrakingsverzoek.