Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen maar incidenteel schorsing gevorderd tot tijdstip wijzen eindarrest in een samenhangende procedure. Behoudens bijzondere wettelijke bepaling geen aanspraak op behandeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 209 Rv
Genoemd in 182 uitspraken · Officiële wettekst
182 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.
Onrechtmatige daad. Procesrecht. Schorsende werking wrakingsincident ex art. 37 lid 5 Rv. Verval van recht als bedoeld in art. 133 lid 4 Rv. Verzuim van grieven te dienen - waarvoor partij peremptoir stond - niet gerechtvaardigd door wrakingsverzoek.
Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding bij indiening incidentele memorie tot aanhouding via Veilig mailen-voorziening (art. 8 Besluit elektronisch procederen)? Beoordeling of incidentele vordering eerst en vooraf
WAMCA - collectieve actie van FNV en CNV tegen Temper - incident m.b.t. de ontvankelijkheid, toetsing ex artikel 1018c lid 5 Rv - aanwijzing exclusieve belangenbehartiger.
WAMCA-procedure in verband met vermeende inbreuk op de mededinging bij online verkoop platform. Verwijzingsvonnis met prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van artikel 7, punt 2, Brussel I bis.
Procesrecht. In ogenschouw genomen het roljournaal en het door partijen ingevulde H10-formulier kan de op het audiëntieblad aangetekende beslissing van de rolraadsheer tot verwijzing van de zaak naar de rol voor dagbepaling arrest, mede gelet op art. 209 Rv. in verbinding met art
Verklaringsprocedure; art. 477a Rv. Procesrecht. Incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde. Gehoudenheid tot voorafgaande behandeling en beslissing? Maatstaf art. 209 lid 1 Rv. (HR 2 maart 2012, LJN BU8176, NJ 2012/158). Uitleg processtuk; appelgrieven aangevoerd?
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Rechtskracht van voorlopige voorziening op de voet van art. 223 Rv nadat einduitspraak in de hoofdzaak is gedaan en tegen die einduitspraak hoger beroep is ingesteld. Voldoende belang bij nieuwe voorlopige voorziening in hoger beroep?
Exceptie, incident of principaal verweer? Relatieve onbevoegdheid 110 Rv?
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Verdeling nalatenschap. Incidentele vorderingen ex artikelen 843a Rv en 3:173 BW. Rechtmatig belang bij groot deel opgevraagde stukken al gegeven door recht erfgenamen over en weer op informatie over omvang en waarde nalatenschap. Echter niet aannemelijk dat geïntimeerden meer st
Art. 81 lid 1 RO. Rolbeschikking; verlening akte niet-dienen belet formuleren van grieven ook ingeval appellant incidentele vordering instelt, art. 133 lid 4 Rv.
Incident tot niet-ontvankelijkheid. Geen gesloten systeem van incidentele vorderingen (art. 209 Rv). Geen betekening van een verstekvonnis in persoon aan de Ontvanger (art. 143 lid 2 Rv), anders dan rechtbank Amsterdam, LJN BW4373.
Bevoegdheidsincident. Vordering betaling achterstallig loon en niet-uitbetaalde inflatiecorrecties. Eiser heeft de stelling van gedaagde dat eiser statutair bestuurder was onvoldoende gemotiveerd betwist. Op grond van artikel 2:241 BW moet daarom niet de kantonrechter maar de rec
Procesrecht. Incident tot niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep. Partijwisseling tijdens geding. Tussen- of einduitspraak? Arrest n.a.v. schorsing en hervatting, waarbij wordt geconstateerd dat zaak is overgenomen door cessionaris. Positie wederpartij. Schorsing en hervattin
Verzoek verlof tenuitvoerlegging Indiaas arbitraal vonnis. Verzoekster was zelf geen partij bij het arbitrale vonnis, maar procedeert op basis van lastgeving van de partij die wel partij was bij het arbitrale vonnis. Ten aanzien van die partij is in India liquidatie uitgesproken
Procesrecht. Verlenen akte niet-dienen. Verschil tussen incidentele vordering tot aanhouding o.g.v. art. 392 lid 6 Rv en uitstelverzoek. Art. 209 Rv. Internetstoring als grond voor verschoonbare termijnoverschrijding.
Cassatieberoep tegen tussenarresten houdende rolbeslissingen; art. 401a lid 2 Rv. Niet-ontvankelijkheid.
Veel procesrechtelijke perikelen. Geen gesloten systeem van incidentele vorderingen (art. 209 Rv).
Incidentele vorderingen. Afwijzing schorsing uitvoerbaarheid (artikel 351 Rv) en zekerheidsstelling (artikel 235 Rv). Belang ontbreekt nu de uitvoerbaarheid al is geschorst door de voorzieningenrechter. De beslissingen in verband met de over en weer ingestelde incidentele inzagev
Vordering tegen ontbonden vennootschap (2:19 lid 4 BW).
Tussenarrest. Incidenten tot zekerheidsstelling (art. 224 Rv) en tot openlegging van (financiële) administratie (art. 162 Rv en art. 6 EVRM). Vonnis rechtbank: ECLI:NL:RBMNE:2023:5330 Zie ook arrest Hof van 27 augustus 2024: ECLI:NL:GHARL:2024:5461
Art. 62b Wet RO art. 223 Rv art. 209 Rv De advocaat van een van de procespartijen is raadsheer-plaatsvervanger van het hof geweest. Het hof verwijst de zaak niet naar een ander hof.