Financieel recht. Effectenlease (Dexia). Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang; stelplicht en bewijslast. Advisering en schadeverdeling. Buitengerechtelijke kosten en van kleur verschieten ex art. 6:96 lid 3 BW en art. 241 Rv. Geen belang bij slagen klacht in p
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 20 Rv
Genoemd in 311 uitspraken · Officiële wettekst
311 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Vordering tot voeging of tussenkomst. Art. 217 Rv. Maatstaf; eisen van goede procesorde. Voldoende belang bij vordering tot tussenkomst in verband met gevolgen uitspraak hoofdzaak? Vordering tot voeging ingesteld binnen termijn art. 218 Rv. Gronden voor afwijzing. Sl
(Appel)procesrecht, octrooirecht. Kort geding, spoedeisend belang. Belang bij hoger beroep in verband met proceskostenveroordeling in eerste aanleg; taak appelrechter. Aanhouding van beslissing door hof; waken tegen onredelijke vertraging van de procedure (art. 20 Rv); ongenoegz
Procesrecht. Hoger beroep. Art. 337 lid 2 Rv. Openstelling tussentijds hoger beroep tussenvonnis; ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep eerder tussenvonnis. Hoge Raad komt gedeeltelijk terug van HR 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7051 (Ponteecen/Stratex).
Procesrecht. Voorlopig getuigenverhoor. Onjuist oordeel dat beslissing rechter-commissaris bepaalde getuigen in contra-enquête niet te horen geen beschikking is (HR 19 maart 1982, LJN AG4346, NJ 1982/521). Karakterisering voorlopig getuigenverhoor, toegespitst op verkrijging bewi
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad, bewust profiteren door een koper van percelen grond van niet-nakoming door verkopers van een uit de wet voortvloeiende verbintenis bestaande in een voorkeursrecht tot koop van het verpachte door pachters van deze percelen ex art. 56b Pacht
Art. 392 Rv. Prejudiciële vragen over regels in procesregelementen van de hoven over maximale omvang van processtukken in hoger beroep. Is de rechter bevoegd om deze beperkingen te stellen en mag zo’n beperking in procesreglement worden gesteld? Mag in procesreglement worden bepa
Procesrecht; art. 20, 133 en 166 Rv. Beslissing hof om appellant geen gelegenheid meer te bieden getuigen te laten horen op de grond dat niet tijdig een deugdelijke opgave van getuigen is verstrekt, geeft blijk van miskenning van hetgeen onder de gegeven omstandigheden de goede p
Effectenlease. Waiver zaak. Verklaring voor recht afgewezen. Mogelijk vordering vanwege buitengerechtelijke vernietiging. Bekendheid echtgenoot. Mogelijk vordering vanwege onjuiste verrekening batig saldo.
Effectenlease. Waiver-zaak. Verklaring voor recht toegewezen. Geen misbruik van bevoegdheid. Mogelijke vorderingen wegens advisering door tussenpersoon, onjuiste afrekenkoersen en buitengerechtelijke kosten niet aannemelijk geworden. In rekening brengen resterende termijnen niet
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk g
(Appel)procesrecht. Verzoek om pleidooi ten onrechte afgewezen nu wederpartij zich niet tegen toewijzing had verzet en door hof aangevoerde gronden (w.o. dat pleidooi enkel strekte tot herstel verzuim tijdig antwoordmemorie te nemen), mede gelet op HR 15 maart 1996, LJN ZC2013, N
Wet Bopz. Vervolg van HR 9 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:181. Termijn waarbinnen rechtbank na cassatie en verwijzing moet beslissen op verzoek van officier van justitie. Termijn voor nader deskundigenonderzoek (HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2016).
(Appel)procesrecht. Geen verval partijperemptoirstelling of aanzegging akte niet-dienen voor memorie van grieven door vordering tot voeging wegens verknochtheid van zaken.
Het hof bepaalt dat [appelante] ontvankelijk is in hoger beroep hoewel het beroepschrift is ingediend door een gemachtigde. Dit omdat op grond van artikel 46 Wbp het verzoek kan worden ingediend door een gemachtigde en aan het ontbreken van een gelijkluidende wettelijke bepaling
BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor contra-expertise; hervatting en beslissing na ruim zes maanden. Strijd met art. 17 en 48 Wet Bopz en art. 5 lid 1, onder e, en lid 4 EVRM? Overschrijding van beslistermijn verrekenen met geldigheids
Luchtvrachtkartel. Mededingingsrecht. Toepasselijk recht op kartelschadevorderingen indirecte afnemers luchtvrachtdiensten. Hoger beroep van ECLI:NL:RBAMS:2017:10662, ECLI:NL:RBAMS:2018:2040, ECLI:NL:RBAMS:2019:3392 en ECLI:NL:RBAMS:2019:3393. Samenhang met ECLI:NL:GHAMS:2020:713
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen ontvank
Effectenlease. Zgn. waiver-zaak.
Pensioenrecht; arbeidsrecht. Uitleg werkingssfeerbepaling bedrijfstakregelingen Metaal en Techniek (pensioen en cao). Is voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium? Stelplicht en bewijslast. Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. art. 6:162 BW/art. 23 Wet Bpf 2000?
Verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis. Tussenbeschikking. Bevoegdheid gerechtshof. Uitleg overgangsrecht. Aanhouding wegens procedure bij Engelse high court. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:2032.
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis om kennis te nemen van collectieve vordering (mede) tegen buitenlands
Pensioenzaak. Bedrijfstakpensioenfonds heeft recht op informatie en afdracht premie over een langere periode dan de kantonrechter toestond. Stuiting verjaring en aanvang verjaringstermijn van artikel 3:308 BW wanneer fonds niet bekend is met verplichte deelneming.
Financieel recht. Effectenlease (Dexia). Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang; stelplicht en bewijslast. Advisering en schadeverdeling. Buitengerechtelijke kosten en van kleur verschieten ex art. 6:96 lid 3 BW en art. 241 Rv. Geen belang bij slagen klacht in p
Erfrecht. Schenking voor overlijden door gevolmachtigde, tevens erfgenaam, aan zichzelf. Bewijslast (oogmerk van) schenking. Bewijs niet geleverd. Gevolgen daarvan in relatie tot artikel 3:194 lid 2 BW; nu (ook)sprake is van opzet is het aandeel verbeurd aan de andere erfgenaam.