Artikel 195 lid 1 Rv en artikel 194 Rv. recht op inzage of afschrift van stukken. Rekening en verantwoording HR 3 december 1971, ECLI:NL:HR:1971:AB6790.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 194 Rv
Genoemd in 875 uitspraken · Officiële wettekst
875 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Dexia Effectenlease
Kort geding. Opheffing beslag.
Intellectueel Eigendomsrecht, modelrecht, auteursrecht, slaafse nabootsing. Eiseres stelt dat sprake is van inbreuk op haar modelrechten of auteursrechten met betrekking tot een bodemloze mand van grijs rotan die is gevlochten rond een plastic binnenpot, althans dat sprake is van
Inzageverzoek ex artikel 194 Rv
Incidentele vordering art. 194 en 195 Rv afgewezen
JSC c.s. hebben een vordering ingesteld tegen Swinkels c.s. en Heineken strekkende tot inzage in (kopieën van) gegevens die in november 2025 (in het kader van een ten laste van Swinkels c.s. en Heineken gelegd conservatoir bewijsbeslag) in beslag zijn genomen en in gerechtelijke
Vonnis in incident. Het verzoek tot inzage ex artikel 195 juncto artikel 194 Rv wordt deels toegewezen. Voor een deel van de verzochte informatie oordeelt de rechtbank dat eisers in het incident daarbij onvoldoende belang hebben.
Toewijzing verzoek tot benoeming van een gerechtelijk deskundige. Het verzoek tot afgifte van het medisch dossier van de dochter van verzoeker (ex artikel 843a oud Rv) wordt afgewezen. Geen sprake van een zwaarwegend belang als bedoeld in artikel 7:458a onder c BW.
Artikel 195 Rv; incidentele vordering tot overleggen/verstrekken informatie. Afwijzing. Geïntimeerde beschikt over een deel van de gevorderde gegevens niet. Onvoldoende belang bij de gevraagde informatie.
Art. 360 lid 2 Rv Art. 194 Rv Art. 1:164 BW Het hof heeft het verzoek van de vrouw om de werking van de bestreden beschikking te schorsen voor zover deze betrekking heeft op de vermogensrechtelijke afwikkeling c.q. de verkoop van de woning, afgewezen. Het hof heeft het verzoek va
Kort geding. Inzagevordering. Eiseres vordert inzage van inbeslaggenomen stukken op grond van artikel 196 en artikel 197 Rv. Afwijzing vordering. Tussen partijen loopt al een procedure in hoger beroep. Daarnaast ontbreekt een spoedeisend belang.
Incident. Partijen waren gehuwd. In de woning van de vrouw lagen ordners, waarop de man beslag heeft laten leggen. De man vordert afgifte van die ordners ex artikel 5:2 Rv. De rechtbank wijst de vordering gedeeltelijk toe.
Vordering tot inzage ex art. 194 Rv. afgewezen. Voor een toewijzing van een vordering tot inzage is het niet noodzakelijk dat reeds vaststaat dat een rechtsbetrekking bestaat. Degene die inzage vordert moet wel voldoende feiten stellen die de gevolgtrekking rechtvaardigen dat de
Intellectuele Eigendom. Beschikking. Voornemen tot het stellen van een prejudici:ele vraag: dient – in geval van een verzoek ex artikel 195a Rv – ‘de zaak’ in artikel 197 lid 1, eerste volzin Rv te worden uitgelegd als de zaak tussen verzoeker en de (beoogde) wederpartij van verz
Dexia. Effectenlease.
Dexia Effentenlease
Scheiding met nevenvoorzieningen
Incidentele vordering tot inzage stukken ex artikel 194 Rv. Informatieverzoek wordt deels toegewezen. Deels afgewezen, vanwege een geslaag beroep op het functionele verschoningsrecht van de advocaat.
Tussenvonnis: partijn dreven een vof die in 2024 is ontbonden. Partijen hebben geen overeenstemming over de verdeling van het vennootschapsvermogen. De rechtbank beveelt in het tussenvonnis gedaagde om zijn verweer dat beide vennoten onttrekkingen uit het vermogen van de vennoots
Ondernemingsrecht. Beëindiging samenwerking. Inzagevordering wordt afgewezen. Uitleg afspraken over wie het verlies van de gezamenlijke onderneming draagt.
ECLI:NL:RBGEL:2025:8527, Rechtbank Gelderland, C/05/453345. Hoger beroep tegen afgewezen inzageverzoek ex 195 lid 1 Rv jo. 194 lid 1 Rv. Vernietiging uitspraak rechtbank. Inzageverzoek alsnog gedeeltelijk toegewezen. Het hof legt beperkingen op in tijd en in zoektermen.
Aan medewerker gegeven ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Geen toestemming voor tussentijdse salarisverhoging.
Incidentele vordering art 194 en 195 Rv afgewezen
Gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde een onjuiste verklaring heeft afgelegd, wordt afgewezen. Het causaal verband tussen de gestelde schade en de verklaring van gedaagde ontbreekt.