Minderjarige wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade als gevolg van een door hem gepleegde verkrachting. Zijn ouders beroepen zich terecht op de disculpatiemogelijkheid van art. 6:169 lid 2 BW.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 161 Rv
Genoemd in 339 uitspraken · Officiële wettekst
339 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
3 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/115HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADVERZEKERING MIJ N.V., gevestigd te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. D. Rijpma, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in c
Vader misbruikt dochter sexueel vanaf haar 8ste jaar tot haar 26ste jaar; € 20.000,-- immateriële schadevergoeding.
Tussenarrest. Het hof laat appellant toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het dwingend bewijs dat hij geïntimeerde (zeer hard) tegen het onderlichaam heeft geslagen en geschopt en dat de bij haar geconstateerde ruptuur (scheur) in de linker leverkwab is veroorzaakt. Voorts h
De vraag die moet worden beantwoord is of het letsel zoals eiser dat bij de vechtpartij heeft opgelopen als een gevolg van de onrechtmatige gedragingen van gedaagde 3 en gedaagde 4 aan hen is toe te rekenen. Eiser heeft zijn vordering tegen beiden onder andere gebaseerd op art. 6
''(...) Eiseres stelt daartoe dat gedaagde jegens haar toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor door eiseres geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel. Eiseres stelt bij brief van 19 februari 2001 aanspraak te hebben ge
Mishandeling de dood ten gevolge hebbend. In de hoofdzaak vordert de weduwe overlijdensschade. In de vrijwaring spreekt de dader zijn verzekeraar aan, die een beroep op de zgn. nieuwe opzetclausule."
Kort samengevat gaat het in de onderhavige zaak om het volgende. In het najaar van 1997 hebben een aantal geïntimeerden aangifte gedaan van seksueel misbruik van hun kinderen op en rond [de school], de basisschool waarop de kinderen op dat moment zaten. [appellanten] zijn werkzaa
Discriminatie op grond van geslacht bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst? Gevorderde verklaring voor recht onrechtmatig handelen toegewezen alsmede een schadevergoeding ad € 6.000,00.
Schadevergoeding; Seksueel misbruik.
Psychische overmacht. Geestelijke tekortkoming. Toerekening op grond van artikel 6:165 BW.
Groepsaansprakelijkheid, art 6:166 BW. Vraag of groepsoptreden gevaar heeft geschapen, te weten oogletsel als gevolg van het slaan met een keu. Kon redelijkerwijs niet verwacht worden dat iemand van de groep met een keu zou slaan zodat de kans op het aldus toebrengen van schade i
12 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/232HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. J.W. Bogaardt, t e g e n ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ UNIVÉ VARSSEVELD B.A., ge
Vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat met betrekking tot het bestaan en de omvang van de schade, vooral ten aanzien van het arbeidsvermogensverlies, nog veel onduidelijk is.