Procesrecht. Tenuitvoerlegging verstekvonnis door derdenbeslag. Aanvang verzettermijn. Art. 143 lid 2 en 3 Rv i.v.m. art. 144, aanvang en onder b, Rv. Bij toepassing van verzettermijnen mag het recht van partijen op toegang tot de rechter niet in de kern worden aangetast (HR 26 m
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 143 Rv
Genoemd in 509 uitspraken · Officiële wettekst
509 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders; verzettermijn voor in het buitenland wonende aandeelhouders. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Welke partij dient op te roepen?
Aanvang verzettermijn na executie verstekvonnis.
Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 Rv in verbinding met art. 144 onder b Rv. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2629. Toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; (lengte van) nadere termijn.
Niet-ontvankelijkverklaring in het verzet tegen een verstekvonnis waarin de rechtbank iemand heeft veroordeeld tot terugbetaling aan de voormalige partner van (geïnvesteerde of uitgeleende) € 53.475,74.
Procesrecht. Aanvangsmoment verzettermijn. Reconventie. Heeft de bij verstek veroordeelde partij die pas bekend raakt met het verstekvonnis als de verzettermijn al voor de helft verstreken is, recht op een volledige verzettermijn van vier weken dan wel op een ‘terme de grace’, of
Huurovereenkomst woonruimte bij verstekvonnis ontbonden en huurder veroordeeld tot ontruiming. Verstekvonnis (niet in persoon) betekend, vervolgens ontruimd. Huurder doet nadien verzet. Volgens hof is verzet te laat en is huurder n-o in verzet. Recht op toegang rechter niet in ke
OK; uitkoop; verzet; onder aanhouding van iedere verdere beslissing, wordt bepaald dat de uitkoper de gezamenlijke andere aandeelhouders, buiten opposanten, als partijen in het geding zal oproepen
Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 in verbinding met art. 144 aanhef en onder b. Rv; toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; nadere termijn; lengte nadere termijn
Kort geding over een niet-ontvankelijkverklaring in het verzet tegen een verstekvonnis waarin de voorzieningenrechter iemand vervangende toestemming heeft verleend om in plaats van de voormalige partner: - een makelaar opdracht te geven tot verkoop van een perceel; - een verkoopo
Concurrentiebeding in een samenwerkingsovereenkomst. Stilzwijgende bekrachtiging van rechtshandelingen namens een coöperatieve vereniging U.A. i.o. aangenomen.
Appellant is door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het door de kantonrechter gewezen verstekvonnis, omdat hij niet tijdig in verzet is gekomen. De vraag is of in dit geval de verzettermijn een aanvang heeft genomen als gevolg van een gedwongen ont
verzetzaak; vonnis in incident; artikel 143 Rv; is het verzet tijdig ingesteld?
Vonnis in verzet. Eisers zijn niet-ontvankelijk in het verzet omdat zij niet binnen vier weken verzet in hebben gesteld na het plegen van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat de aangevangen tenuitvoerlegging aan hen bekend is geworden (artikel 143 lid 2 Rv). Eisers zij
Incident tot niet-ontvankelijkverklaring, internationaal karakter.
Wraking gestoeld op de afwijzing van het verzoek om aanhouding betreft een procedurele beslissing. Uitgangspunt is dat dit in beginsel geen grond vormt voor wraking. Geen sprake van een uitzonderingssituatie. De eventuele (schijn van) vooringenomenheid in een andere procedure lig
Geschil over de koop van een auto. Lastgeving. Vordering tot schadevergoeding wegens niet afnemen. Verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en begroting van de schade.
Verstekvonnis. Vordering tot betaling van annuleringsvergoeding. Reactie op brief van de deurwaarder aan de schuldenaar dat beslag op roerende zaken zal worden gelegd is geen daad van bekendheid in de zin van art. 143 lid 2 Rv. Uitleg van het begrip ‘marktconforme aanbieding’.
Verzet is op tijd ingesteld. Artikel 143 Rv. Vordering tot betaling van factuur voor tandheelkundige behandeling alsnog afgewezen. Vernietiging verstekvonnis.
Eiseres in verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat zij het verzet niet tijdig heeft ingesteld. Want op het moment van uitbrengen van de verzetdagvaarding zijn meer dan vier weken verstreken na de eerste daad van bekendheid.
verzetprocedure; verzetdagvaarding te laat uitgebracht; artikel 144 sub Rv; geen strijd met artikel 6 EVRM
Verzet tegen verstekvonnis niet-ontvankelijk. Verzet niet tijdig gedaan, daad van bekendheid van het verstekvonnis, geen langere verzettermijn. Ook reconventionele vordering niet-ontvankelijk.
Verzet. Ambtshalve toetsing. Kredietovereenkomst van voor 25 mei 2011. Opeisingsbeding. Vordering is onvoldoende onderbouwd.
Verzet niet binnen wettelijke termijn ingesteld. Nadere termijn van 2 weken kan opposant niet baten. Voor gunnen nadere termijn van 4 weken is geen plaats. Niet-ontvankelijkverklaring niet in strijd met art. 6 EVRM.
Art. 143 en 144 Rv. Verstek en verzet. Hoger beroep tegen vonnis waarbij eiser in verzet niet ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Ingeval van een derdenbeslag wordt een verstekvonnis geacht ten uitvoer te zijn gelegd, indien de uitbetaling aan de beslaglegger