(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken appeltermijn. Hoger beroep binnen red
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 140 Rv
Genoemd in 580 uitspraken · Officiële wettekst
580 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Faillissementsrecht. Procesrecht. Schending van de verplichting in de appeldagvaarding ex art. art. 111 lid 2, aanhef en onder j, Rv. het in art. 140 lid 2 Rv., genoemde rechtsgevolg te vermelden dat intreedt indien niet alle gedaagden op de voorgeschreven wijze in het geding ver
In eerste aanleg is appellante veroordeeld in een procedure waarin tegen haar verstek was verleend, terwijl een medegedaagde wel was verschenen (art. 140 lid 2 Rv). De dagvaarding in eerste aanleg heeft appellante echter niet bereikt en met het vonnis raakte zij eerst bekend vijf
De niet verschenen gedaagde, die bij verstek is veroordeeld, kan niet het rechtsmiddel verzet instellen tegen een vonnis als bedoeld in artikel 140, lid 2 Rv, maar slechs hoger beroep. Dat volgt tevens uit artikel 335, lid 2 Rv. Eiser dient niet-ontvankelijk te worden verklaard i
(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend en vonnis aan bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan verstrijken appeltermijn. Hoger beroep binnen red
Burgerlijk procesrecht. Verstek en verzet. Toepassing en uitleg art. 140 lid 2 Rv na doorhaling van de procedure tegen de wel verschenen gedaagden. Geen onmiskenbare daad van bekendheid met verstekvonnis gesteld of gebleken (art. 143 lid 2 Rv).
Een van de erfgenamen die beschikt over een algemene notariële volmacht, voert het beheer over het vermogen van erflaatster. Is sprake van onrechtmatige onttrekkingen door deze erfgenaam aan het vermogen erflaatster? Verplichting tot rekening en verantwoording af te leggen aan me
Tussenvonnis. Mededingingsrecht. Beeldbuizenkartel. Beoordeling naar Braziliaans recht. Invloed kartel op de mededinging in Brazilië. Overcharge niet gemotiveerd betwist. Mogelijkheid van umbrella damages is aannemelijk. Verwerping doorberekeningsverweer (passing-on). Wettelijke
Bepalend voor het karakter van een procedure met meerdere gedaagden (verstek of op tegenspraak) is derhalve of tenminste één gedaagde op de inleidende dagvaarding is verschenen. Alsdan geldt de procedure als te zijn gevoerd op tegenspraak, en dient het tussen partijen gewezen vo
Eiser dagvaardt twee personen, van wie de een verschijnt en de andere niet. Ingevolge het bepaalde in art. 140 lid 2 RV. zou een vonnis gewezen in deze zaak als een vonnis op tegenspraak worden beschouwd. Dat ligt in dit geval anders omdat eiser met de wel verschenen gedaagde ee
Art. 140 lid 1 en 2 Rv juncto art. 335 lid 2 Rv. Vonnis eerste aanleg wordt als een vonnis op tegenspraak beschouwd waartegen niet in verzet kan worden gekomen maar in hoger beroep. Termijn hoeger beroep en art. 6 EVRM.
Aansprakelijkheid van bestuurder wegens niet volstorten van aandelen vennootschap. Ongeoorloofd kasrondje. Het beroep van de bestuurder op het zogenaamde Biggles-arrest (NJ 1989/699) gaat hier niet op. De rechtbank stelt vast dat het gestorte bedrag nog vóór de oprichtingsdatum v
Burenrecht. 5:79 BW. Opheffing erfdienstbaarheid. Redelijk belang bij handhaving erfdienstbaarheid. Voorwaarde verbonden aan opheffing van de erfdienstbaarheid.
Nederlands: “Eind 2014 is als gevolg van het Braziliaanse strafrechtelijke onderzoek Lava Jato bekend geworden dat er binnen het Braziliaanse oliebedrijf Petrobras jarenlang op zeer grote schaal is gefraudeerd. In ruil voor steekpenningen aan hooggeplaatste functionarissen binnen
Het verweer van gedaagde dat de garantstelling is vervallen, omdat aan de voorwaarden van de geldleningsovereenkomst is voldaan, is een bevrijdend verweer. Gedaagde heeft haar stellingen onvoldoende gemotiveerd. De vorderingen van eiser worden toegewezen.
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Procesrecht. Vordering tegen meer gedaagden, die deels wel en deels niet in het geding verschijnen. Is art. 140 lid 3 Rv van toepassing, indien de zaak ten aanzien van de verschenen gedaagden wordt doorgehaald? Vonnis op tegenspraak of verst
Hoofdstuk 4 van het in mei 2014 verschenen boek met de titel Het verboden dagboek van [eisers]. De schokkende onthulling van de werkelijke daders van de moord op [dochter eiseres] is een bewerking van het dagboek van eiseres. Eiseres heeft geen toestemming verleend voor publicati
Aansprakelijkheidsrecht. Groepsaansprakelijkheid (art. 6:99 BW). Aansprakelijkheid voor gevolgen van een gewelddadig schietincident. Zie ECLI:NL:GHAMS:2014:3878, ECLI:NL:GHAMS:2015:4813, ECLI:NL:GHAMS:2015:5710, ECLI:NL:GHAMS:2016:3856 en ECLI:NL:GHAMS:2019:1299.
Huurrecht. Vraag of vordering tot ontbinding van een huurovereenkomst en betaling van huurachterstand in geval van bewind ten aanzien van de huurder tegen de bewindvoerder en/of tegen de huurder moet worden ingesteld. Consequenties van antwoord van de Hoge Raad op prejudiciële vr
Ambtshalve toetsing van een in de algemene huurvoorwaarden opgenomen bewijsbeding.
Mislukte verbouwing woning particulier. Aansprakelijkheid bouwbegeleider voor diverse schadeposten. Zaak tegen aannemer verwezen naar sector kanton (artt. 71, 93 en 94 Rv).
Letselschade. Eiser is het slachtoffer van een poging tot moord. Verweerders zijn de vier daders, waaronder zijn ex-echtgenote en een huisvriend / collega. De daders, zijn allen onherroepelijk veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen wegens het medeplegen van poging t
Procesrecht. Geschil tussen (de erven van) een koper en de verkoper van een in Spanje gelegen appartement over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van deze verkoper tegen het verstekvonnis waarin de vordering tot levering daarvan als niet onrechtmatig of ongegrond werd toege
Eiser vordert in dit kort geding dat SCN wordt veroordeeld zijn (achterstallige) loon te betalen, primair omdat hij een arbeidsovereenkomst stelt te hebben met SCN en subsidiair omdat SCN onrechtmatig zou hebben gehandeld. De kantonrechter wijst de vorderingen af, omdat niet aann
Recht van erfdienstbaarheid door verjaring.