Procesrecht. Recht op mondelinge behandeling, art. 134 Rv en art. 6 EVRM. Belang dat uitspraak wordt gewezen door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling plaatsvond. Procedure bij vervanging van rechter(s) na mondelinge behandeling: kennisgeving door gerecht; m
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 134 Rv
Genoemd in 224 uitspraken · Officiële wettekst
224 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht. Arbeidsrecht. Comparitie in hoger beroep ten overstaan van raadsheer-commissaris in meervoudig te beslissen zaak (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264). Wanneer vloeit uit gedragslijn van werkgever jegens werknemer een arbeidsvoorwaarde v
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel
Procesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan van een van de drie rechters of raadsheren? Art. 15 Rv. Art. 16 Rv. HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181; HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662. Hoofdregel
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Uitleg samenwerkingsovereenkomst. Draagt de afwijzing van de op primaire grondslag gebaseerde vordering (wanprestatie) ook de afwijzing van de subsidiaire grondslagen (onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking)? Onmiddellijkheidsbegins
-
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi in incident; art. 134, 208 en 353 Rv. Appelverbod van art. 337 lid 2 Rv; toepasselijkheid ‘doorbrekingsjurisprudentie’; gronden voor doorbreking wettelijk appelverbod. Art. 10 EVRM.
-
21 november 2003 Eerste Kamer Nr. C01/328HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, EISER tot cassatie, advocaat: voorheen mr. B. Winters, thans mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n FORTIS BANK (NEDER
Procesrecht. Verzet tegen wijziging van eis; art. 134 (oud) Rv. Staat hogere voorziening open tegen beslissing op verzet tegen wijziging van eis? Brengt rechtsontwikkeling mee dat hogere voorziening tegen beslissing waarbij verzet gegrond is bevonden wel is toegelaten als art. 13
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk g
Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 155 Rv. Rechterswisseling; na mondelinge behandeling, tussenarrest en bewijslevering is eindarrest gewezen door drie andere raadsheren; ook de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden, heeft
Collectieve actie; ontvankelijkheid producenten van beeld- en geluidsdragers (NVPI) in actie wegens ‘piraterij’ en ‘bootlegging’; 1401 (oud)/6:162 BW-belang. Wijziging (verandering) van eis; hoedanigheid eiser.
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
(Appel)procesrecht. Verzoek om pleidooi ten onrechte afgewezen nu wederpartij zich niet tegen toewijzing had verzet en door hof aangevoerde gronden (w.o. dat pleidooi enkel strekte tot herstel verzuim tijdig antwoordmemorie te nemen), mede gelet op HR 15 maart 1996, LJN ZC2013, N
Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 155 Rv. Rechterswisseling; na mondelinge behandeling, tussenarrest en bewijslevering is eindarrest gewezen door drie andere raadsheren; ook de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden, heeft
Arbeidsrecht; procesrecht. Vervolg op HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187. Vordering billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Klacht over behandeling bij hof door combinatie met twee raadsheren-plaatsvervangers. Positie raadsheer-plaatsvervanger (W
-
-
(Appel)procesrecht. Recht op pleidooi; art. 134, 353 Rv. Partijen hebben in beginsel recht op pleidooi; weigering pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen; daartoe noodzakelijk dat sprake is van klemmende redenen of strijd met goede procesorde; afwijzing moet deugdelijk g
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Procesrecht. Vordering tot herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv) en van rechterlijke uitspraken (art. 382 Rv). Verzoek om pleidooi miskend dan wel ongemotiveerd afgewezen. Voldoende gelegenheid om bij comparitie standpunten uiteen te zetten (art. 134 lid 1 Rv)?
Procesrecht. Procedure na verwijzing (HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4476). Art. 50 en 55 (oud) Luchtvaartwet. Vordering tot schadeloosstelling wegens oplegging bouwverbod op terreinen nabij Schiphol, en vordering tot afdracht waardevermeerdering wegens opheffing van dat
Octrooirecht. Procesrecht. Verenigbaarheid van de tweeconclusieregel met art. 138 lid 3 Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 138 lid 3 EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Toepassing van de tweeconclusieregel naar aanleiding van bij akte in hoger beroep aangebra