(Appel)procesrecht. Verzoek om uitstel in verband met wisseling advocaat op de dag waartegen akte niet-dienen was aangezegd. Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr); algemene regels voor uitstel (art. 2.11-2.13 Lpr). Afwijzing verzoek s
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 133 Rv
Genoemd in 180 uitspraken · Officiële wettekst
180 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
(Appel)procesrecht. Onttrekking procesvertegenwoordiger op de dag waartegen akte niet-dienen was aangezegd. Akte niet-dienen in strijd met art. 6.2 en 6.3 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr)?
incident vovo 223 Rv, een belang bij toewijzing niet voldoende. Moet gaan om een spoedeisend belang. Het ligt op de weg van eiser in het incident het gestelde belang van een zodanige motivering te voorzien dat daaruit tevens het spoedeisende karakter in de zin van voornoemd uitga
Het recht om de proceshandeling (memorie van grieven) te verrichten vervalt nu in plaats van die proceshandeling een incidentele vordering ex art. 843a Rv is ingesteld.
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling huurprijs bedrijfsruimte, deskundigenonderzoek.
Vervolg op LJN BQ 2564 en BU 5794. Euroship Services niet geslaagd in het bewijs dat gedaagde zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding dan 10% van de overeengekomen richtprijs is gewaarschuwd. De richtprijs mag dus met max. 20% worden overschre
Wrakingsverzoek afgewezen. De aangevoerde gronden hebben geen betrekking op het functioneren van de rechter, maar op het functioneren van de griffie. Een onwelgevallige procesbeslissing is in de regel evenmin grond voor wraking.
Het verzoek berust in de kern op de gedachte dat de rechter op grond van artikel 133 lid 4 Rv een akte van niet dienen had moeten verlenen en dat de beslissing van de rechter om deze akte niet te verlenen zozeer onbegrijpelijk is en in het nadeel van verzoeker is dat hieruit de s
Artikel 1.7 Rolreglement; artikel 133 lid 4 Rv.
Renvooiprocedure. Verweerder stelt zich wel maar concludeert niet voor antwoord. Samenhangend met andere renvooiprocedures. Verweerder wordt geacht zijn betwisting te hebben laten varen.
Vordering tot nakoming van verplichting tot stellen van zekerheid op grond van stamrechtovereenkomst. Primaire verweer (rechtsverwerking) faalt. Subsidiaire verweer (strijd met redelijkheid en billijkheid en misbruin van recht) slaagt, nu eiseres op dit verweer niet heeft geantic
Oproeping in vrijwaring. Dagvaarding niet binnen door rechtbank bepaalde termijn. Gevolgen. Ratio vrijwaringsprocedure. Afweging van belangen. Compensatie proceskosten hoewel één partij geheel ongelijk krijgt.
Partijen zijn een vaststellingsovereenkomst aangegaan waaruit blijkt dat zij niets meer van elkaar hebben te vorderen. Appellant beroept zich op deze overeenkomst. Habitat erkent het bestaan, maar stelt dat de overeenkomst alleen betrekking heeft op beëindiging van de arbeidsover
Weigering pleidooi. Verlof tussentijds cassatie.
Weigering pleidooi. Verlof tussentijds cassatie.
Onrechtmatige daad. Procesrecht. Schorsende werking wrakingsincident ex art. 37 lid 5 Rv. Verval van recht als bedoeld in art. 133 lid 4 Rv. Verzuim van grieven te dienen - waarvoor partij peremptoir stond - niet gerechtvaardigd door wrakingsverzoek.
Verval van rechtswege van bewijsbeslag wegens te laat instellen van de eis in de hoofdzaak. Betekenis "eis in de hoofdzaak" in het kader van bewijsbeslag. Gevolgen van het verval van rechtswege. Zie ook BM1436
Arubaanse zaak. Appellant wil verklaring waarin hij erkent geld schuldig te zijn herroepen. Gelet op artikel 133 lid 2 Rv had hij dienen aan te geven op welke grond of gronden hij dit wenste te herroepen. Nu hij dat niet heeft gedaan kan zijn grief niet slagen.
Het Hof moet beoordelen of appellant jegens geïntimeerde verplicht is het gevorderde bedrag te betalen voor een partij drank. Het Hof oordeelt dat appellant in dezen niet aansprakelijk is. De debiteurenkaart is op naam gesteld van Alcon en niet op die van appellant, bovendien zij
Procesrecht. Hoger beroep; rolbeschikking tot en omtrent verlening akte niet-dienen niet in strijd met rolreglement (81 RO).
De vraag is of er inbreuk is gemaakt op het auteursrecht van geïntimeerde op door haar gedraaid filmmateriaal. Het auteursrecht komt toe aan maker van het werk. Door appellante is onvoldoende gemotiveerd dat geïntimeerde in dienst stond van de stichting. Uit stellingen van partij
Verval van het recht om te antwoorden, verzoek om heroverweging afgewezen; daarmee samenhangende verzoeken om tussentijds appel mogelijk te maken en om pleidooi eveneens afgewezen.
Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep wegens het ontbreken van memorie van grieven; onbegrijpelijk oordeel, kennelijke vergissing omtrent onttrekking van de procureur van appellant.
Invorderingszaak, verzet tegen tenuitvoerlegging van een dwangbevel van een bedrijfsvereniging wegens aansprakelijkstelling ex art. 16c lid 1, aanhef en onder a, CSV voor onherroepelijke premieschulden (werknemersverzekeringen) en een administratieve boete, rechtsgeldigheid en gr
5 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R01/141HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.Th.J. Bos, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.