.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 128 Rv
Genoemd in 326 uitspraken · Officiële wettekst
326 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Art. 81 lid 1 RO. Curaçaose zaak. Verjaring van vordering tot schadevergoeding. Subjectieve bekendheid met (progressieve) schade, art. 3:310 lid 1 BWC. Stelplicht en bewijslast. Stuiting door middel van erkenning (art. 3:318 BWC, art. 3:37 lid 3 BWC).
De kortgedingrechter in Den Haag heeft de vordering van de pomphouders aan de grensstreek tegen de Staat tot betaling van een voorschot op de schade die zij lijden als gevolg van de accijnsverhoging op LPG en diesel per 1 januari 2014, afgewezen. Alhoewel aannemelijk is dat de ac
Vordering tegen deskundigen tot schadevergoeding wegens (gesteld) ondeugdelijk deskundigenbericht. Afgewezen op grond van geslaagd beroep op verjaring.
Concentratie van verweer? principaal verweer/wetsgeschiedenis. Liberalisering energiemarkt. Afsluiting energietoevoer door netbeheerder bij gebreke van energieleverancier.
Achmea vergoedt inbraakschade aan verzekeringnemer. In deze procedure spreekt zij degenen (man en vrouw) aan die door de strafrechter (politierechter) voor deze inbraak (medeplegen) zijn veroordeeld. Art. 6:166 BW is in art. 6:197 BW uitgesloten van de krachtens subrogatie aan Ac
Tussenvonnis. Beroepsaansprakelijkheid advocaat vanwege laten verjaren vorderingen tot schadevergoeding vanwege vervuiling rechten van erfpacht. Onderbouwing schade bij akte.
IPR. Wegvervoer. Samenloop CMR en EEX-Vo. Geen litispendentie maar wel samenhang.
IPR. Wegvervoer. Samenloop CMR en Brussel I-Vo. Litispendentie en samenhangende vorderingen.
Erfrecht. Stilzwijgende aanvaarding nalatenschap? Art. 4:192 lid 1 BW.
Naar aanleiding van een bevoegdheidsincident verwijst de rechtbank Noord-Holland de zaak naar de volgens haar op grond van art. 5 EEX-Vo bevoegde rechtbank Rotterdam. Hierna wordt een incident voor laatstgenoemde rechtbank gestart over onder meer de (internationale) bevoegdheid v
Vordering tot betaling openstaande facturen. Facturen vloeien voort uit overeenkomst gesloten tussen eiseres en een derde. Kern van het geschil is de vraag of gedaagde de schulden (bestaande uit de facturen) van de derde heeft overgenomen. Voor schuldovername is vereist dat er wi
Vordering in incident op basis van art. 843a Rv. De eisende partij, advocatenkantoor, moet specificaties verstrekken van haar facturen aan gedaande (klant).
Subrogatie verzekeraar, lastgeving moedermaatschappij, verjaring, is bouw van open haard aanneming of ontwerp?, geen verbintenisen tot ontwerpwerkzaamheden, stuiting verjaring, aansprakelijkheid aannemer voor brandschade ook bij niet aansluiten rookkanaal, geen gevaarzetting door
huur woonwagen en huur standplaats; ontbinding,ontruiming en schadevergoeding; deels schorsing wegens faillissement.
opbouw vakantie-uren bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.
Vraag of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding bij betaling griffierechten wordt ontkennend beantwoord. Beroep op hardheidsclausule art. 127a lid 3 Rv. slaagt niet. Geen strijd met art. 6 lid 1 EVRM.
Nu de advocaat niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan en hem geen beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv toekomt, moet ingevolge het bepaalde in artikel 128 lid 6 Rv juncto artikel 139 Rv verstek tegen gedaagde worden verleend. Omdat de advo
Diefstal van bestelauto die ten behoeve van reparatie de dag tevoren op parkeerterrein van garage is gestald. Diefstal door middel van 'hengelen' van de sleutel uit brievenbus garage. Aansprakelijkheid garagehouder afhankelijk van hetgeen receptionist tegen klant heeft gezegd. Be
Verjaring.
Vordering tot opheffing onrechtmatige toestand verjaard
Griffierecht niet betaald door gedaagden; geen feiten of omstandigheden of omstandigheden gesteld die een beroep op de hardheidsclausule zouden kunnen rechtvaardigen. Tegen gedaagden wordt daarom verstek verleend (art. 128 lid 6 Rv juncto art. 139 Rv) en de vordering wordt toegew
consequentie niet tijdige betaling griffierecht door gedaagde
Incidentele vordering ex 843a Rv. Omdat recht om in het incident te antwoorden was vervallen, kon en mocht verweerster in het incident niet voor het eerst bij (schriftelijk) pleidooi tegen de incidentele vordering verweer voeren (artt. 353, 208 en 128 Rv). Hof slaat derhalve op v
Wrakingszaak.