Procesrecht. Verstek van geïntimeerde gezuiverd door betaling van griffierecht (art. 353 lid 1 en 142 Rv). Hof blijft zaak als verstekzaak behandelen en wijst arrest. Door geïntimeerde ingesteld verzet niet-ontvankelijk verklaard omdat het als arrest op tegenspraak moet worden aa
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 128 Rv
Genoemd in 326 uitspraken · Officiële wettekst
326 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Griffierecht niet tijdig betaald na verwijzing van de zaak van de sector kanton naar de sector civiel. Geen processuele consequenties ex art. 128 lid 6 Rv. De zaak wordt inhoudelijk beoordeeld en de vordering wordt toegewezen.
Art. 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken. Te laat betaald griffierecht. Beroep advocaat op hardheidsclausule ex. art. 127 a lid 3 Rv, nu griffiemedewerker telefonisch zou hebben toegezegd dat alsnog binnen één dag kon worden betaald. Advocaat wordt geacht op de hoogte te
Vraag of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding bij betaling griffierechten wordt ontkennend beantwoord. Beroep op hardheidsclausule art. 127a lid 3 Rv. slaagt niet. Geen strijd met art. 6 lid 1 EVRM.
Nu de advocaat niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan en hem geen beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv toekomt, moet ingevolge het bepaalde in artikel 128 lid 6 Rv juncto artikel 139 Rv verstek tegen gedaagde worden verleend. Omdat de advo
Griffierecht niet betaald door gedaagden; geen feiten of omstandigheden of omstandigheden gesteld die een beroep op de hardheidsclausule zouden kunnen rechtvaardigen. Tegen gedaagden wordt daarom verstek verleend (art. 128 lid 6 Rv juncto art. 139 Rv) en de vordering wordt toegew
consequentie niet tijdige betaling griffierecht door gedaagde
Te late betaling griffierecht door advocaat van gedaagde. Nu de advocaat van gedaagde niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan en het beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv faalt, moet ingevolge het bepaalde in artikel 128 lid 6 Rv juncto arti
Cassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat een cassatiedagvaarding de gevolgen dient te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht, met nietigheid is bedreigd.