Muur van overkapping blijkt na de bouw over de erfgrens en op het naburig perceel gebouwd. Geen toestemming voor inbreuk op eigendom. Vordering tot afbraak toegewezen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 118 Rv
Genoemd in 737 uitspraken · Officiële wettekst
737 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Opheffing beslag op een boot op vordering van een derde (438 lid 6 Rv). Geen hoge eisen aan onderbouwing eigendomspretentie door derde, omdat beslaglegger niet stelt dat de boot toebehoort aan beslagdebiteur.
Boskalis heeft zand toegepast in het grondlichaam van door haar te versterken dijken. Is Boskalis daarmee afgeweken van de overeenkomst met het Waterschap? Zo ja, was die afwijking toegestaan? Aan bod komen: nakoming; wanprestatie; paragraaf 15 UAV-GC 2005; eigen schuld (schadebe
Vordering ex artikel 7:262 lid 1 BW na uitspraak van de huurcommissie moet ook tegen de (hoofdelijk aansprakelijke) medehuurders worden ingesteld. Verhuurder kan medehuurders op de voet van artikel 118 Rv in het geding oproepen.
Verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv. De derde-beslagene heeft een onjuiste verklaring afgelegd en wordt veroordeeld tot voldoening van de schuld van de geëxecuteerde aan de beslaglegger. De beslissingen in het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de veroordeling in de proc
nakoming van garantieverplichting verkoper uit koopovereenkomst registergoed en nakoming van verplichtingen i.v.m. cessie van vordering op huurder
Geschil over een verstrekt recht van bruikleen van een perceel grond; beroep op verstrekking van de bruikleen met het oog op de persoon van bruiklener (art. 7A:1780 BW), beëindiging van het gebruiksrecht door opzegging, een dringend opkomende reden (art. 7A:1788 BW), onvoorziene
Kwekersrechtzaak. Vonnis in diverse incidenten. Uitleg 106 GKVo en 53 bis Uv-GKVo. Geen schorsing vooralsnog want onduidelijk of CPVO nietigheidsprocedure heeft ingeleid. Informatieverzoek op basis van 91 GKVo over stand van zaken. Geen oproeping 118 Rv.
Eigenares van pand dat werd verbouwd is niet aansprakelijk voor schade aan naburig gelegen pand artikel 6:171 BW is niet van toepassing.
Vernietiging vaststellingsovereenkomst?
Het als incident aangemerkte verweer wegens dagvaarding verkeerde partij is geen incident, maar een conclusie van antwoord in de hoofdzaak. 118 Rv niet bedoeld voor herstel dagvaarden verkeerde rechtspersoon.
Erfdienstbaarheid. Bij uitleg akte uit 1999 is de betekenis van het begrip ‘pad’ onder oud BW mede van belang. Geen recht om met voertuig over het perceel te gaan.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Geschil tussen erfgenamen over de omvang en de verdeling van een nalatenschap. De stelling dat de omvang van de nalatenschap nog niet vaststaat is onvoldoende onderbouwd en wordt verworpen.
Eindvonnis, vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2022:1496. Verkoop van aan bank verpande voorraad door de curator. Afwikkeling van onder eigendomsvoorbehoud geleverde voorraad. Cessie van vorderingen op de bank van leveranciers onder eigendomsvoorbehoud aan koper voorraad.
Erfrecht. Uitleg woord "afstammelingen" in testament. Geen concrete aanknopingspunten dat erflaatster iets anders bedoelde dan alle afstammelingen, dus ook (achter)kleinkinderen, tot erfgenaam (of legataris) te benoemen
De centraal in deze procedures te beantwoorden vraag is of BdC op grond van de tussen partijen toepasselijke algemene voorwaarden behorende bij de geldleningsovereenkomst al dan niet het totaalbedrag ad Afl. 4.657,47 in de periode tussen 29 maart 2000 en 31 juli 2000 (hierna: de
Overtreding relatiebeding na verkoop assurantieportefeuille.
136 Rv; 680 lid 4 Rv; 6:136 BW.
Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders.
Incident ex artikel 118 Rv tot oproeping van derden in het geding; oproeping vennoten van vennootschap onder firma voor het eerst in hoger beroep; toewijzing.
Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (nalatenschap), akte na tussenarrest niet genomen en geïntimeerden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun incidenteel hoger beroep nu niet alle deelgenoten in de procedure in incidenteel hoger beroep zijn bet
tussenvonnis; vordering tot ontbinding kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW en art. 6:259 BW); niet alle schuldeisers bij de nakoming van de kwalitatieve verplichting in procedure opgeroepen; alsnog gelegenheid om op te roepen conform art. 118 Rv
Vernietiging vaststellingsovereenkomst?
Luchtvaartzaak. Incident. Gedwongen tussenkomst. Geen sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding in de zin van artikel 118 Rv.
Twee broers hebben de geldigheid van het testament van hun moeder aangevochten, waarin hun andere broer, die is veroordeeld voor de moord op hun gezamenlijke moeder, als enig erfgenaam is benoemd.