Internationaal privaatrecht en intellectuele eigendom; bevoegdheid. Bevoegdheidsregels EEX-Verordening prevaleren boven art. 4.6 BVIE (rov. 29 e.v.). Art. 5 sub 3 EEX-Verordening ingeval van auteursrecht- en merkinbreuk via internet.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 110 Rv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.
Het hof stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel I bis in een follow-on kartelschadezaak.
Procesrecht. Tegen een vonnis waarin het verweer van relatieve onbevoegdheid wordt verworpen staat ingevolge art. 110 lid 3 Rv. geen hogere voorziening open. Het hof dient ambtshalve te beoordelen of een vonnis vatbaar is voor hoger beroep (vgl. HR 20 april 2007, NJ 2007, 244).
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid van beroep tegen een uitspraak van het hof Leeuwarden in een pachtzaak tot ambtshalve onbevoegdverklaring tot kennisneming van het hoger beroep met verwijzing naar de pachtkamer van het hof Arnhem; verwijzingen tussen de gewone rechter en d
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis om kennis te nemen van collectieve vordering (mede) tegen buitenlands
Art. 8 en 10 EVRM; art. 21 Rv Hoger beroep in kort geding; onrechtmatig handelen door opdracht te geven om (negatief) te publiceren; belangenafweging; flagrante schending waarheidsplicht: veroordeling tot betaling volledige advocaatkosten.
Procesrecht; familierecht. Relatieve bevoegdheid rechter in zaken betreffende onderbewindstelling meerderjarigen; art. 266 Rv. Geldt rechtsmiddelenverbod (art. 270 lid 3 Rv) ook bij ambtshalve oordeel over relatieve bevoegdheid?
Exceptie, incident of principaal verweer? Relatieve onbevoegdheid 110 Rv?
Arbeidszaak, Wwz. Ernstig verstoorde arbeidsverhouding met klokkenluider. Is schorsing en later ontbindingsverzoek sanctie op klokkenluidersmelding? Te late implementatie EU-richtlijn bescherming klokkenluiders. Verschil in meldingsvereisten tussen nu vervallen Wet huis voor klok
Koopovereenkomsten met betrekking tot slachtafvallen van haas ten behoeve van rauw voer voor huisdieren. Vernietiging van algemene voorwaarden. Brucella en Salmonella besmettingen in geleverde partijen. Tekortkoming in de nakoming. Ontbinding van de koopovereenkomsten. Ongedaanma
Forumkeuzebeding is in hoger beroep irrelevant nu een rechtbank in het ressort zich bevoegd heeft geacht. Geheel van (samenwerkings)overeenkomsten laat de mogelijkheid van verrekening open. Deelbetaling in kort geding afgewezen.
Octrooirecht; procesrecht; relatieve onbevoegdheid
Huurrecht. Toetsing onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden op de voet van artikel 6:233 sub a BW. Beroep op vernietiging van de bedingen ter zake boete, contractuele rente en buitengerechtelijke kosten gehonoreerd.
Intellectuele eigendom; auteurs- modellen- en merkenrecht; relatie uitspraak bodemrechter - appel KG; IPR: bevoegde rechter; (dreigende) inbreuk op auteursrechten van G-Star op de Elwood-broek door H&M: verschillen doen niet af aan gelijkenis totaalindruk
Werkgever is na publicatie van vacature (in 2006) benaderd door detacheringsbedrijf. Geen bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen. Werkgever heeft zich tot niets verplicht. Kandidaat heeft later nog contact opgenomen. Geen wanprestatie of onrechtmatige daad.
Kort geding vonnis I heeft kracht van gewijsde. In een executie kort geding met betrekking tot vonnis I verklaart de voorzieningenrechter zich relatief onbevoegd (zonder verwijzing) en volgt een volledige proceskostenveroordeling van € 36.049,- (vonnis II). Hoger beroep tegen von
Arbeidsrecht. Ontslagrecht. Wet bescherming klokkenluiders. Bewijsvermoeden van benadeling. Is ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg van een klokkenluidersmelding?
niet-ontvankelijk vanwege algeheel rechtsmiddelen verbod art. 110 lid 3 Rv, doorbrekingsleer nvt op 337 lid 2 Rv.
Procesrecht; octrooirecht. Doorbrekingsgronden rechtsmiddelenverbod tussenuitspraak, ontvankelijkheid in cassatie, HR 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9614; toepassing VRO-regime door relatief bevoegde rechter na verwijzing, art. 80 ROW
Hoger beroep in kort geding tegen gebod tot terugverhuizing. Met bodembeschikking is de grondslag aan de in het kort geding gegeven voorlopige voorziening komen te ontvallen en is de werking van de voorlopige voorziening geëindigd.
Onttrekking gelden aan bankrekening minderjarig kind. Onrechtmatig handelen ouder en derde jegens kind?
Het hof overweegt dat de rechtbank ten aanzien van de eerste drie aan WTT verweten gedragingen weliswaar niet heeft kunnen vaststellen dat hier sprake is geweest van een misverstand, onzorgvuldigheid of wellicht zelfs opzet aan de zijde van WTT, maar toen de rechtbank de volgende
Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis). Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv). Reikwijdte van verlenging van dagvaardingstermijn (
Hoger beroep in kort geding. Twee vorderingen bij de voorzieningenrechter: 1) ophalen paard en 2) geldvordering. Paard is verkocht. Geen spoedeisend belang bij geldvordering. Daarom geen spoedeisend belang in hoger beroep. Wel spoedeisend belang bij vordering tot ophalen paard bi