Arbeidscontract tussen voetballer en (nog) niet 'gelieerde stichting'. Regels KNVB. Geen nietigheid of vernietiging wegens dwaling. Onregelmatige opzegging. Gematigde gefixeerde schadevergoeding. Niet arbitragecommissie maar kantonrechter bevoegd.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 1022 Rv
Genoemd in 299 uitspraken · Officiële wettekst
299 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
onbevoegdheidsincident ivm arbitragebeding
Incidenten. Bevoegdheid. Rechtbank is onbevoegd jegens gedaagde 1 vanwege arbitrageovereenkomst Rechtbank is internationaal bevoegd jegens gedaagde 2. Bevoegdheidsregels afdeling 1.1.1 Rv gebaseerd op Europese bevoegheidsregels uit Brussel I bis - VO.
Bevoegdheidsincident. Arbitragebeding. Beroep op arbitragebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Incidentele vordering tot onbevoegdheid. Vordering tot schadevergoeding in verband met niet deugdelijke nakomen van arbitraal vonnis. Anders dan eiseres stelt is dit geen executiegeschil en vindt 438 Rv geen toepassing. Arbitragebeding is op het geschil van toepassing.
Bevoegdheidsincident. Verwijzing op grond van artikel 122 Fw naar de rechtbank voor een renvooiprocedure. Rechtbank verklaart zich onbevoegd inhoudelijk kennis te nemen van de door de curator en mede-schuldeiser betwiste vordering omdat een arbitraal beding is overeengekomen. Ook
Incident. Onbevoegdheid. Beroep op arbitragebeding slaagt niet.
Verwijzing naar kanton (aardzaak).
Procesrecht. Overeenkomstenrecht. Devolutieve werking appel. Algemene voorwaarden. Art. 6:233 onder b en 6:234 lid 1 BW. Toedoen gebruiker vereist voor bekendheid met voorwaarden in zin HR 1 oktober 1999, NJ 2000/207? Gebruiker in zin art. 6:231 BW. Meermalig gebruik in zin art.
Exceptie van onbevoegdheid; artikel 1022 Rv; schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad; artikel 351 Rv; arbitrage.
Internationale overeenkomst. Beroep op arbitragebeding. Tussenvonnis in incident.
Bevoegdheidsincident. Incidentele vordering tot onbevoegdheidsverklaring afgewezen. Geen verplichting op grond van kantoorklachtenregeling om de zaak voor te leggen aan de Geschillencommissie Advocatuur. Art 1022 Rv geldt niet voor een bindendadviesovereenkomst.
Incidentele vordering strekkende tot onbevoegdheid op grond van een arbitraal beding afgewezen. Art. 1022 Rv. Art. 6:217 BW. Art. 3:33 e.v. BW.
Incidentele vordering strekkende tot onbevoegdheid op grond van een arbitraal beding. (Buiten)gerechtelijke vernietiging en onredelijke bezwarendheid van het arbitraal beding verworpen. Geen sprake van rechtsverwerking, afstand van recht of misbruik van recht. De rechtbank verkla
Incident tot onbevoegdverklaring. Arbitragebeding. Gedaagden geen partij bij de overeenkomst. Incidentele vordering afgewezen.
Incidentele vordering tot onbevoegd verklaring. In aannemingsovereenkomst is een verplichting tot het stellen van een bankgarantie opgenomen. Partijen zijn bij die overeenkomst arbitrage overeengekomen. De bankgarantie is gesteld en in de hoofdzaak wordt gevorderd dat gedaagde af
Bemiddeling voor een professionele voetballer. Voortijdige beëindiging. Beroep op art. 7:411 BW faalt door gewoonte die afwijkt van art. 7:405 lid 1 BW en art. 7:406 lid 1 BW. Onvoldoende gebleken dat na de beëindiging van de bemiddeling – los van het eigen belang – nog substanti
onbevoegdheidsincident, arbitrage, artikel 1022 Rv
Vordering vernietiging arbitrale vonnissen afgewezen.
Bevoegdheid. Coöperatie. Forumkeuzebeding. Arbitrage. Separabiliteitsleer.
Juiste procespartij? Geschil over aanleg schade aan aardbeienpercelen en winstderving wegens gemiste aardbeienoogst door aanleg gasleiding. Aardbeienkweker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij meer schade heeft geleden dan door eigenaar gasleiding is aangeboden.
Absolute bevoegdheid, arbitragebeding, mondelinge behandeling in incident en hoofdzaak
Ontvankelijkheid. Vergissing in aanduiding partijnaam. Benoeming deskundige op grond van art. 679 Rv nadat eerder benoemde deskundige benoeming niet had aanvaard. Art. 236 Rv belet hernieuwd verzoek op grond van art. 679 Rv niet. Zie ook herstelarrest: ECLI:NL:GHARL:2023:1106
De rechtbank is niet bevoegd te oordelen, voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de aandeelhoudersovereenkomst, nu partijen in de aandeelhoudersovereenkomst een arbitragebeding zijn overeengekomen.
Artikel 1022 lid 1 Rv. Beroep op arbitragebeding moet voor alle weren. Is in eerste aanleg verweer gevoerd dan kan dat beroep niet voor het eerst in hoger beroep worden gedaan.